Juiste benaming --> cultureel bepaald?
Fase mt universele kenmerken:
- Overdracht elementaire vh/ inzichten/ attitudes ndg om lid vn maatschappij te zn.
Steeds ‘scholing’: formeel & informeel.
Algemeen beeld schetsen --> moeilijker.
6.1 Lichamelijke & motorische groei:
• Groei:
Jongens/ meisjes: rond 10j meisjes groter. (vnf 13 inhaalbeweging)
Groei vral in ledematen: langer/ smaller worden.
Motorische behendigheid stijgt.
• Tandenwissel:
Melkgebit definitief
Tanden extra
Alle melktanden vervangen --> gelaatsverandering
• Motoriek:
Grove motoriek:
Sneller & trefzekerder in bewegingen: lichaamsveranderingen & oog-
handcoördinatie.
Vral vnf 10j: lichaam= gewillig instrument.
Fijne motoriek:
Vruitgang in tekenen & schrijven.
Via typische spelact ook zichtbaar.
6.2 Groei id waarneming & cognitie:
6.2.1 Waarneming:
• Schoolkind --> beter waarneming sturen.
• Elk kind:
3 nieuwe perceptuele vh, te danken aan: verbeterde sturing vn & controle vn
aandacht.
• Perceptuele reorganisatie= zintuiglijke input in gedachten herschikken, dt er nieuwe
structuren uit voor komen. (AMERH --> hamer)
• Perceptuele schematisering= vermogen om in tekening die omgebouwd is uit aparte
figuren zowel geheel als afzonderlijk delen te herkennen. (aanwezig vnf 7j + dia 13)
, • Perceptuele exploratie= vermogen om ingewikkeld figuur systematisch te scannen &
drbij geen enkel detail over het hoofd te zien. (vb: waar is wally)
6.2.2 Geheugen:
=> prikkels die opgevangen worden vnuit zintuigen worden eventjes vastgehouden in
kortetermijngeheugen. Ze kunnen in werkgeheugen verwerkt worden & vn druit opgeslagen
worden in langetermijngeheugen.
• Evolutie werkgeheugen --> meer info bevatten dn ervoor + belangrijk bij inprenten
nieuwe info.
• Lange termijngeheugen: wt je geleerd hebt hier opslaan.
• Geheugen – en leerstrategieën: kennis herhalen of linken mt bestaande kennis.
• Metacognitie: vermogen om stil te staan bij eigen manier vn werken.
Metacognitieve kennis: weten hoe je meestal te werk gaat, bv: nooit oorlog
zonder wapen --> zin om windstreken te onthouden.
Metacognitieve vh: technieken die je meestal gebruikt of kunnen gebruiken. Vb:
opgave duidelijk leven & dn pas starten aan oefening.
6.2.3 Denken:
• Concreet-operationeel denken
• 7-12j
• Typische tekorten vn kleuter verdwijnen progressief.
• In staat tt: logisch denken (nt abstract)
• Evolutie op andere gebieden: waarneming, geheugen,...
• In staat tt: rolnemingsgedrag of perspectief nemen.
Conservatietaken:
1) Decentratie:
• Minder neiging zich te centreren op 1 kenmerk, maar meerdere elementen in
rekening brengen.
2) Aandacht vr transformaties:
• Nt alleen aandacht vr toestanden, ook vr tssliggende stadia.
3) Omkeerbaarheid vn denken:
• Vermogen beheersen om in omgekeerde richting te denken.