Les 1 – 5/02
Inleiding
- Geen invulvragen of definities
- Altijd open vragen
HF1: Basisbegrippen
Wat is wetenschappelijk onderzoek?
- We doen onderzoek om iets te WETEN te komen
- Onderzoeksvragen beantwoorden
- Gebaseerd op voorkennis, theorie
Vak- en wetenschappelijke bronnen vb. kadernota, tijdschrift voor veiligheid
- Veldonderzoek dat empirisch (zintuigelijk: observeren, luisteren, spreken) verloopt
Probabilisme (kans)
falsificatie
o Je mag altijd een onderzoek beginnen met een
veronderstelling/hypothese maar je mag de data/info niet
manipuleren
o Vb. een examen moeilijker maken voor de ene groep en makkelijker
voor de andere groep
- Altijd objectief blijven, eigen mening niet laten
meespelen
- Inductief = verklaring vanuit praktijk kwalitatief,
komt tot een hypothese
- deductief = verklaring vanuit theorie kwantitatief, vertrekt vanuit hypothese
- hypothese = vorm van een verklaring, gebruik je nooit in een kwalitatief onderzoek,
want er is maar een klein aantal respondenten
, - Betrouwbaarheid: exactheid van je resultaten, op de herhaalbaarheid als je het
Hangen onderzoek opnieuw zou doen moet je een gelijkaardig resultaat bekomen,
aan betrouwbaarheid is een voorwaarde voor validiteit maar geen garantie
elkaar
vast - Validiteit: het proces van je antwoord op je onderzoeksvraag, intern betekent op
niveau van het onderzoek, extern slaat op buiten het onderzoek als je antwoord
intern niet klopt moet je ook niet extern gaan kijken
Vertekening of systematische afwijking resultaat wijkt af van waar je
normaal zou moeten uitkomen
- Als je heel transparant te werk gaat, en als je opnieuw je onderzoek wilt doen, dan
weet je ook hoe je het moet aanpakken en zo ben je betrouwbaarder
- Vrijwillig – recht op informatie
- Anoniem & vertrouwelijk geen identiteitsgegevens bevragen en verwerken,
bevraging moet altijd anoniem zijn
- Inhoudelijke criteria, maar ook praktische criteria (randvoorwaarden)
Bruikbaarheid
- Soorten, onderscheid volgens
Doel fundamenteel of praktijkgericht?
o Fundamenteel of theoriegericht (begrip) ontwikkelen van kennis
vorm van wetenschappelijk onderzoek
o Praktijkgericht (doen) toepassen van kennis om vragen uit praktijk
te beantwoorden even wetenschappelijk als fundamenteel
onderzoek, want je moet aan alle criteria voldoen (stappenplan,
objectief, empirisch…) het moet bruikbaar zijn
o Kern van onderzoek = inzicht verwerven op basis van die inzichten
wordt er een aanpak/advies gemaakt, dit moet bruikbaar zijn
Grondvorm!
o kwantitatief onderzoek in breedte, niet in detail maar in grote
lijnen, feiten/gebeurtenissen, vb. enquête kwant = hoeveelheid
, o kwalitatief onderzoek in diepte, subjectief (meningen/attitudes), vb.
interview, observatie, focusgroep (groepsdiscussie), casestudie
(diepgaande studie van 1 case/aspect)
Tijd (vb. hoelang zal een interview duren)
o Crossectioneel onderzoek = 1 moment in de tijd vb. 3 maanden, 6
maanden, een jaar
o Longitudinaal onderzoek = meerdere momenten in de tijd je kan
veranderingen/tendensen in tijd waarnemen met dit soort onderzoek
Trendonderzoek = gericht op het onderwerp dat je onderzocht,
steeds zelfde onderwerp maar telkens andere doelgroepen
Panelonderzoek = verschillende onderwerpen met 1 vast panel,
altijd dezelfde mensen
o Beide moeten betrouwbaar zijn
Hoe te werk gaan?
1. Doel – waarom?
2. Onderzoeksvraag bekijken (wat, waarover gaat het, welke doelgroep, welke methode)
denkfases
3. Hypothese/probleemstelling wat wil je weten?
4. Ontwerp Hoe ga je iets gaan waarnemen?
5. Data verzamelen
Doen 6. Analyse
7. Conclusie/rapportage betrouwbare, valide en transparante antwoorden bekomen
transparantie: welke keuze heb je gemaakt, waarom heb je die keuze gemaakt?
, Wetenschappelijk onderzoek?
- Crossectioneel onderzoek
1 moment in de tijd
- longitidunaal onderzoek
meerdere momenten in de tijd
trendonderzoek
panelonderzoek
- EXAMENVRAAG: Waarom kan de vrijwilligheid om deel te nemen aan een onderzoek
de betrouwbaarheid in het gedrang brengen?
HF2: onderzoeksplan = samenvatting van de cursus
Oefening bij HF2 examenvraag
Onderzoeksplan bestaat uit: probleemstelling (weten) en ontwerp (waarnemen) dit zijn
de denkfasen in onderzoek
- Examenvraag: probleemstelling wordt gegeven, je moet kunnen zeggen welke
componenten een probleemstelling bevat, componenten kunnen toelichten (je moet
de probleemstelling kunnen ontleden)