1. Microniveau: interacties tussen individuen
1.1 Het symbolisch interactionisme
Symbolisch interactionisme
- Sociaal handelen van mensen bekijken op microniveau
o Uitgangspunt: communicatie & interactie zijn mogelijk door uitwisselen van
symbolen
Representeren bepaalde bedoelingen & betekenissen
- Goffman & Blumer: vertegenwoordigen stroming
Symbool heeft op zichzelf geen betekenis
- Klank, gebaar, voorwerp, houding…
o Typisch menselijk: betekenis geven aan symbolen
Alle betekenissen samen maken groot deel uit van cultuur
- Vb. taal = geheel van symbolen
Symbool kan heel expressief zijn
- Kan veel betekenissen oproepen, vaak emotionele inhoud
o Menselijk gedrag kan dus gezien worden als symbolisch
Reageren op gedrag van ander, omwille van interpretatie die we aan
symbolen geven
- Symbolen & symbolische interacties: impact op identiteitsvorming
1.1.1 Hoe ontstaat onze identiteit via symbolische interacties?
Definitie identiteit
Identiteit Verzameling blijvende & deels veranderbare kenmerken die iemand
uniek maken.
Identiteit volgens symbolisch interactionisme
- Identiteit ontstaat door symbolische interacties met anderen
o Mead = 1 van grondleggers
Visie Mead identiteit
SELF Zogenaamde identiteit
- Innertalk tussen ME & I
I Deel dat het SELF onmiddellijk reageert op buitenwereld,
impulsieve deel
ME Deel dat SELF zich bewust is van denken van anderen
Belangrijk aspect bij vorming SELF – roletaking
- Vormen ons voortdurend beeld van ander
o Proberen ons in denkwereld van ander te plaatsen
leren daaruit wie we zelf zijn
1
, - Je speelt in je gedachten de rol van ander + leert daarbij iets over wie je bent
o Continu aan rolwisseling om denken, motieven & reacties te voorspellen
2 fasen in roletaking
Play stadium Significant others/ betekenisvolle anderen
- Personen uit primaire omgeving
kind imiteert hun rollen
- Verplaatsen zich in rol van significant other
- Leren in schoenen van ander te staan
Interpreteert motieven & denken van nabije
anderen
- Later peergroup heel belangrijk
Game stadium Generalized other/ gemiddeld idee van ander
- Is niet direct aan personen uit nabije omgeving
gekoppeld
- Gedragspatronen zijn niet meer persoonsgebonden
Representaties van grotere groepen in samenleving
- Complexer, met meer regels & rollen
Gegeneraliseerde ander: rol verplaatsing
- Zorgt voor het leren van waarden & normen van sociale groep waarin kind beweegt
o Door die vergelijking: steeds meer helder beeld van zichzelf
- Kind lijkt continu vragen te stellen
o Door interactie met anderen krijgt identiteit vorm
Ontstaan van eigen identiteit na veel symbolische interacties
Mens is niet volledig bepaald door het ME & I
- Identiteit is niet deterministisch!
o Deterministisch = onze identiteit wordt volledig bepaald door iets buiten onszelf
Er is geen vrije keuze
- Ook zelfreflectie: bepaald mee wie we willen worden
1.2 De roltheorie
Roltheorie – al spelend identiteit ontdekken
- Vormen identiteit door spelend rol van anderen aan te nemen
1.2.1 Sociale posities & rollen
Elk individu in samenleving – meerdere posities aannemen
- Dat is (figuurlijke) plaats waarop we ons bevinden ten opzichte van anderen
o Je neemt vele posities in
Broer, zus, dochter, student, lief…
- Aan alle posities – sociale rollen verbonden
o Geven houvast in sociale interacties
Rol Een geheel van normen (=gedragsverwachtingen), gekoppeld aan een
bepaalde positie & ingebed in een bepaalde cultuur
2