familierecht vanuit de minderjarige
bezien
Vraag 1
a) Klopt het dat Anna juridisch gezien niets met Vesper te maken
heeft?
De moeder van het kind is de vrouw uit wie het kind geboren is op grond
van art. 1:198 lid 1 sub a BW. In casu is dit Eva, aangezien zij de
geboortemoeder is en het kind heeft gebaard. In casu is Eva van
rechtswege juridisch moeder geworden van Vesper.
Ondanks dat Eva en Anna getrouwd zijn, is er geen sprake van een
onbekende donor (art. 1:198 lid 1 sub b BW), waardoor Anna niet van
rechtswege juridisch moeder is geworden. Anna heeft het kind verder niet
erkend of geadopteerd. Hieruit blijkt dat Anna geen juridisch ouder van
Vesper is geworden.
Eva is dus als enige juridisch moeder van Vesper geworden.
Op grond van art. 1:253sa lid 1 BW oefenen de ouder en niet ouder die
gehuwd zijn samen het gezag uit over het kind, tenzij het kind al in
familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder. In casu zijn Eva
en Anna getrouwd en is tijdens dit huwelijk Vesper geboren. Ook is er geen
andere ouder; Tom is namelijk geen ouder, maar donor. Hierdoor oefenen
zij samen het gezag uit over Vesper.
Concluderend is Eva juridisch ouder, Anna is geen juridisch ouder, maar
oefenen zij gezamenlijk het gezag uit over Vesper. Juridisch gezien oefent
Anna dus van rechtswege gezag uit over Vesper.
Slide:
Anna en Eva zijn getrouwd
Maar: onbekende donor > artikel 1:198 lid 1 sub b B
WEL gezag: artikel 1:253 sa BW
b) Anna vraagt of het mogelijk is dat zij haar ouderschap juridisch
vastlegt. Wat zou u Anna antwoorden?
Anna zou Vesper kunnen erkennen op grond van art. 1:198 lid 1 sub c BW,
om juridisch ouder te worden op grond van art. 1:203 lid 1 jo. Art. 1:204
BW. In beginsel is toestemming nodig van de moeder, aangezien Vesper
jonger dan 16 jaar is. Aangezien Eva wil dat Anna niks meer met het kind
te maken heeft, zal zij geen toestemming geven o.g.v. art. 1:204 lid 1 sub
c BW. Aan de overige vereisten is wel voldaan. Aangezien Eva geen
toestemming zal geven, kan Anna vervangende toestemming erkenning
aanvragen bij de rechtbank op grond van art. 1:204 lid 4 BW. Hiervoor is