College 1 + hf 2
Waarom geschiedenis?
- Context van de psychologie wetenschap. Het had ook anders kunnen lopen in andere context.
Mesmer -> behandelingen voor kwalen aanbieden. Op stoel zitten, tegenover je zitten, hand op hoofd en schouders en
hand op buik. Patiënt in crisis, dan beter voelen. Zou zo zijn dat iedereen dierlijke magnetische: magnetische stromen in
zich heeft, wanneer geblokkeerd kreeg je klachten dus moesten ontblokt.
Commissie ging controleren hoe dit werkte en of dierlijk magnetisme bestond. Leerling wilde meewerken. In twee
groepen, een groep wel gemagnetiseerd en eentje niet, maar wel verteld. Was gebaseerd op inbeelding als verteld werd
dat gemagnetiseerd werd. => niet wetenschappelijk ondersteunt.
Descartes (1596-1650) -> mens is sociale diersoort. Wil begrijpen wat anderen doen en dus wat zij denken.
Breuk met filosofie voor hem uit middeleeuwen (scholastiek) overeenstemming God en rede. Altijd in debat met elkaar.
Volgens Aristoteles waren er drie zielen ->
- Vegetatieve ziel: organiseert mensen, planten en dieren in staat om voort te planten
- Dierlijk: dieren en mensen
- Rationele ziel: om te redeneren. Alleen mensen
Descartes kon zich niet hierin vinden. Hij schreef 'meditaties' (overdenkingen, persoonlijke reflecties).
Was opzoek naar zekere kennis, niet door debatten, maar door zelf te doen, kennis is product van individuele geest. Je
moest alles betwijfelen en dan werken met wat onbetwijfelbaar is.
=> cogito. Extreme twijfel. Is het een droom of komt het van kwade demon? Maar, ik denk (twijfel), dus ik ben. Zou
warmhartige God zijn, dus die zou ons niet bedriegen met neppe buitenwereld.
Rationalisme: basis van alle kennis komt vanuit geest.
Nativisme: aangeboren ideeën in de geest, sommige ideeën komen niet van buitenwereld.
-> Descartes is beide
Materie heeft twee eigenschappen ->
- Extensie (innemen ruimte)
- Beweging
Alle andere eigenschappen komen voort uit interactie primaire kwaliteiten waarnemingsvermogen en materie
Ons zenuwstelsel zouden buizen zijn gevuld met vloeistof. Op mechanisme manier verklaren. Wanneer spieren bereikt
kwam reactie. Alleen denken kon zo niet verklaart worden.
Dualisme: mens is combinatie van materie en ziel. De ziel heeft geen uitgebreidheid en wel denkvermogen. Lichaam-geest
interactie. Doordat dit idee hoe dit interacteert niet te verklaren is, wordt hij als vergissing te zien.
John Locke (1632-1704) -> denken als antwoord op context, burgeroorlog waar hij zich in bevond. Royal Society (vereniging
natuur onderzoekers) beweerde dat er experimenten gedaan moesten worden.
Wat is kennis volgens Locke? 'An essay concerning human understanding'. Hij ging zelf niet vertellen, moest door
wetenschappers, hij ruimde de 'rommel' uit de weg.
Empirisme: alle kennis komt uit ervaring, vanuit buitenaf
Gewaarwording: ervaringen geven ons ideeën
- Reflecties: reflecteren op gewaarwording
Alle ervaringen geven ons ideeën.
- Eenvoudig: niet verbonden
- Samengesteld: verbonden, objecten. Rond en rood => appel
Probleem van Molyneux ->
Blind persoon op tast vorm van bal en vierkant ervaren. Door wonder weer zicht, kan persoon dan aanwijzen welke, welke
is. Kan niet, want tast niet verbonden met zicht.
Kennis is het waarnemen of ideeën overeenstemmen of niet en is product van samengestelde ervaringen.
- intuïtief (onmiddellijk waarnemen)
- Demonstratief (beredeneren van kennis)
- Sensitief (patroon van kennis leidt tot associatie) => associationisme
College 2 + hf 3/4
Franz Josef Gall -> brein anatomist en frenologie. Brein zou witte (binnenkant) en grijze (buitenkant) massa hebben. Hij
kwam op cortex en neuronen, maar ook frenologie. Hier was wetenschap niet mee eens. Hoe meer ontwikkeld een gebied
, Kennis is het waarnemen of ideeën overeenstemmen of niet en is product van samengestelde ervaringen.
- intuïtief (onmiddellijk waarnemen)
- Demonstratief (beredeneren van kennis)
- Sensitief (patroon van kennis leidt tot associatie) => associationisme
College 2 + hf 3/4
Franz Josef Gall -> brein anatomist en frenologie. Brein zou witte (binnenkant) en grijze (buitenkant) massa hebben. Hij
kwam op cortex en neuronen, maar ook frenologie. Hier was wetenschap niet mee eens. Hoe meer ontwikkeld een gebied
was, hoe grotere knobbel zou moeten zijn. Zaten drie fouten in ->
- Grootte zegt niks over ontwikkeling
- Specifieke kwaliteiten zitten niet in bepaalde gebieden (arbitrair)
- Onbetrouwbare hypothese toetsing. Tegenbewijs weg verklaard.
Flourens had kritiek. Localisatie van kwaliteiten bestond niet. Hij deed dieronderzoek en deed ablatie. Hij sneed delen van
hersenen weg en ontdekte dat functies verspreidt waren. Kwam met action commune -> specifieke acties onderworpen
aan globale actie van het brein.
Broca -> had patiënt Tan en hij was vermogen om te spreken verloren door hersenschade. Zat in linker gebied en werd
Broca area genoemd. Schade aan dat gebied wordt afasie genoemd. Motorisch.
Sensorische afasie (Wernicke): kan nog wel spreken, maar alleen onzin. Broca area zou direct naast motorische strip liggen.
Het hersengebied dat betrokken is bij sensorische afasie staat bekend als het gebied van Wernicke. Taalbegrip aangetast.
Lashley -> plasticiteit in het brein. Was vervolg werk op Franz, die ontdekte dat brein sommige functies weer opnieuw kon
leren. Hij sneed en trainde het brein. Zagen beide nauwelijks localisatie.
- Law of mass action: Hoe meer je wegsnijdt, hoe minder vermogen
- Equipotentiality: de hersenen hebben voldoende neurale plasticiteit zodat wanneer een deel ervan beschadigd raakt,
andere delen potentieel de taken kunnen overnemen en dezelfde functies kunnen uitvoeren.
Redundantiehypothese: suggereert dat elke individuele herinnering op meerdere locaties in de hersenschors wordt
opgeslagen, waarbij het aantal toeneemt naarmate de herinnering beter wordt ingeburgerd en meer geassocieerd raakt
met andere herinneringen.
Fritsch en Hitzig kwamen met idee dat brein toch niet ongevoelig was zoals Aristoteles dacht, motorisch.
Penfield -> beter ethisch. Epilepsie zou vanuit bepaald punt komen en steeds verder over lichaam verspreiden. Begon met
activatie van specifieke herinneringen, aura's. (hyperlokalisatie).
Maar Penfield ontdekte wat hij de interpretatieve cortex noemde, een temporaal gebied waarvan de stimulatie twee
soorten 'psychische reacties' teweegbracht.
- Interpretatieve reacties, waarbij patiënten plotseling en onverklaarbaar hun directe situatie in een nieuw licht zagen.
- Experiential reacties, door zijn patiënten omschreven als hallucinatoire "dromen" of "flashbacks" van echte
gebeurtenissen uit het verleden, meestal met onopvallende inhoud.
Milner raakte bewust van belang hippocampus. Bekeek geval waarbij verlies geheugen optreedt. H.M. was patiënt met
vergelijkbare schade. Had zware epileptische aanvallen en opgegeven moment deel hippocampus weggesneden. Epilepsie
weg, maar kon geen nieuwe herinneringen meer maken. Had alleen nog korte termijn (procedureel) geheugen.
Hume -> trok causaliteit in twijfel.
Kant -> wilde causaliteit grondvesten. Moest aangeboren bijdrage zijn (nativisme), maakt onderscheidt tussen noumenale
(externe wereld, objecten op zichzelf) en fenomenale (interne wereld, hoe wij objecten waarnemen) wereld.
Waarnemen door denkkader van intuïties -> ruimte en tijd. Stimuli getransformeerd door geest.
Wet van specifieke zenuw energieën (Müller): elke sensorische zenuw zorgt voor een specifieke sensatie.
Vitalisme (Müller): alle levende organismen bezitten een niet-fysieke levenskracht. Was niet wetenschappelijk te
bestuderen dus een limiet aan begrijpen van fysiologische processen.
Helmholtz -> niet met dit principe eens. Namen fysiologisch mechanisme aan -> alle fysiologische processen kunnen
begrepen worden. Ook reactietijd en snelheid zenuwimpulsen, waren langzamer dan verwacht.
Wet van behoud van energie -> alle soorten krachten zijn inwisselbaar en getransformeerd worden van een tot ander,
maar nooit vernietigd of gecreëerd worden.
Waarnemen/ gezicht opdelen ->
- Fysieke analyse: oog als optisch instrument, hoe beeld vormt op retina
- Fysiologische analyse: beeld omgezet in signalen richting brein
- Psychologische analyse: sensatie omgezet in betekenisvolle perceptie. Onbewuste gevolgtrekkingen, waarbij
ervaringen ons leren.
Young-Helmholtz trichromatische theorie: als alle drie receptoren op hetzelfde moment gestimuleerd worden, ontstaat
sensatie van wit licht. Laat zien dat bepaalde kleuren ons niks verteld over objectieve eigenschappen. Zenuwen