2. KADER
2.1 FILOSOFIE ALS WEGWIJZER NAAR EEN RECHTVAARDIGE SAMENLEING
Filosofie = noodzakelijk denkgereedschap
Helpt nadenken over een rechtvaardige samenleving
Helpt ons inleven in anderen
Stimuleert empathie, dialoog en openheid
Leert ons kritisch kijken naar onze eigen taal, ideeën en denkkaders
Martha nussbaum
Filosofie helpt om andere mensen en perspectieven te begrijpen
We moeten onszelf niet als vanzelfsprekend uitgangspunt nemen
Belangrijk in een samenleving met verschillende perspectieven en
levensbeschouwingen
Wittgenstein
We kunnen vastzitten in de grenzen van ons eigen taalspel/denkkader
Filosofisch denken leert ons naar anderen te luisteren zonder alles meteen vanuit
ons eigen kader te interpreteren
Ontmoeting met de ander
De ander niet herleiden tot wat bekend of vertrouwd is
De vreemdheid en eigenheid van de ander serieus nemen
Openstaan voor de ander -> helpt ook om onszelf beter te leren kennen
“Ken uzelf” – Socrates
Zelfkennis is geen eindpunt, het is een levenslange opdracht
Filosofie vanuit het hart
Denken moet verbonden blijven met gevoel, menselijkheid en het eigen verhaal
Filosofie geeft zelden pasklare antwoorden
Kan wel mensen met elkaar verbinden en helpen samen betekenis en een
rechtvaardige wereld te creëren
2.2 FILOSOFIE ALS LEVENSHOUDING: DE DENKER
De denker van Auguste Rodin
Onderdeel van La Porte de l’Enfer (de hellepoort)
Geïnspireerd door Dante’s Divina Commedia
Figuur oorspronkelijk bedoeld als Dante
Kreeg later universele betekenis -> symbool vd denkende mens
In 1902 werd De Denker een zelfstandig beeldhouwwerk
De Denker staat symbool voor:
Reflectie, nadenken, menselijke zoektocht
,2.3 SYMBOLIEK VAN HET NAAKTE LICHAAM
De naaktheid van De Denker heeft 3 betekenissen:
1. Universeel karakter
Geen kleding -> geen specifieke cultuur, tijd of plaats
Staat voor de mens in het algemeen
2. Denken is lichamelijk
Gespannen lichaam en spieren tonen dat denken inspanning en intensiteit
vraagt
Denken is dus niet enkel iets van het verstand
3. Kwetsbaarheid
De Denker ziet en ervaart het lijden zonder zich ervan af te schermen
Staat voor confrontatie met menselijke kwetsbaarheid
3 belangrijke spanningsvelden:
- Universeel <-> individueel
- Geest <-> lichaam
- Kracht <-> kwetsbaarheid
2.4 DE DENKER ALS METAFOOR VOOR ORTHOPEDAGOGISCH HANDELEN
De Denker symboliseert de beroepshouding van de PGO
Geconfronteerd met lijden en kwetsbaarheid
o Niet wegkijken
o Aandachtig waarnemen
o Zonder oordeel
o Betrokken en reflectief zijn
Reflectie
o Niet enkel verstandelijk analyseren
o Ook rekening houden met: gevoelens, intuïtie, lichamelijke
gewaarwordingen
o Dit sluit aan bij normatieve professionaliteit
Professionele en morele keuzes worden beïnvloed door zowel denken als
voelen
Kwetsbaarheid
o Eigen onzekerheden en menselijkheid durven erkennen
o Kwetsbaarheid is geen zwakte, kan een bron van kracht zijn
o Zorgt voor een authentieke dialoog en echte ontmoeting
Kritisch denken
o Niet enkel argumenten analyseren
o Ook goed leren kijken, vragen stellen, reflecteren, bewuste positie kiezen in
complexe situaties
CONCLUSIE
De PGO wordt geconfronteerd met menselijke pijn, kwetsbaarheid en onrecht
Begrijpen, voelen en reflecteren zijn noodzakelijk om juist te kunnen handelen
Eerst de ander zien en begrijpen, daarna handelen
Belangrijke evenwichten:
Kracht <-> kwetsbaarheid
, Afstand <-> nabijheid
Reflectie <-> handelen
Kernzin: de PGO is een denker die niet wegkijkt, maar blijft kijken en reflecteren tot
begrijpen mogelijk wordt.
3 FILOSOFIE: WAT EN WAAROM
, Leerdoelen:
Je hanteert behandelde wijsgerige begrippen op een adequate manier
Je kent en herkent het belang en de relevantie van ‘ultieme’ vragen
3.1 DE VERWEVENHEID VAN FILOSOFIE, LEVENSBESCHOUWING, CULTUUR EN
MYTHE
Invloed op menselijk handelen:
Iedereen wordt beïnvloed door eigen waarden en normen
Deze worden gevormd door: → persoonlijke levensbeschouwing → culturele
context
Cultuur en levensbeschouwing bepalen mee wat als normaal, wenselijk en
aanvaardbaar wordt gezien
Filosofie in de professionele context:
Als praktijkgerichte orthopedagoog mag je je niet enkel laten leiden door
persoonlijke voorkeuren of overtuigingen
Je moet onderscheid maken tussen: → persoonlijke overtuigingen en gevoelens →
professioneel gepast en ethisch verantwoord handelen
Filosofie helpt om eigen overtuigingen kritisch te onderzoeken en andere
perspectieven te begrijpen
Doel = bruggen bouwen tussen verschillende perspectieven
Verwevenheid van filosofie, levensbeschouwing, cultuur en mythe:
Deze begrippen beïnvloeden elkaar voortdurend
Ze zijn niet altijd duidelijk van elkaar te scheiden
Dit gebeurt in verschillende culturen wereldwijd
Voorbeeld: Japan
Shintoïsme: oorspronkelijk, inheems geloofssysteem van Japan
Boeddhisme: ontstaan in India en via China naar Japan verspreid
Beide religies beïnvloeden elkaar
Confucianisme: legt nadruk op morele ontwikkeling, sociale harmonie en
deugdzaam handelen
Taoïsme/daoïsme: beïnvloedde Japan via symbolen, rituelen en ideeën
Deze tradities beïnvloeden samen de Japanse cultuur en religieuze beleving
Ubuntu-filosofie (Zuidelijk Afrika):
Kernidee: “Ik ben omdat wij zijn”
Een mens wordt mens door andere mensen
Het individu staat niet los van de gemeenschap, maar is er wezenlijk mee
verbonden
Desmond Tutu hielp Ubuntu internationaal bekendmaken als ethisch en
maatschappelijk principe, onder andere tijdens en na de apartheid
Biedt een alternatief voor sterk individualistisch denken
Benadrukt het belang van verbondenheid, relaties en gemeenschap
Islamitische filosofen uit de middeleeuwen:
Avicenna (Ibn Sina, 980–1037):