Tentamenvragen
HC 1 Gezondheid, mentale gezondheid en bewegen
1. Huber: Huber, M., Van Vliet, M., & Boers, I. (2016). Heroverweeg uw
opvatting van het begrip ‘gezondheid’Links to an external site..
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 160, A7720.
Dit artikel draait om de definitie van het begrip Gezondheid.
- De definitie Gezondheid volgens de WHO, is verouderd en daar moeten we
een nieuwe blik op werpen
- De huidige definitie is: een toestand van compleet fysiek, mentaal en
sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebreken
Dit is niet reëel, want compleet welbevinden is perfectie.
- Huber et al. pleiten voor een definitie waarin de patiënt meer centraal
staat: Postieve Gezondheid
- Een definitie die 6 dimensies bevat:
1) Lichaamsfuncties
2) Mentaal welbevinden
3) Zingeving
4) Kwaliteit
5) Meedoen
6) Dagelijks functioneren
Patiënten vinden alle 6 de dimensies belangrijk, maar artsen en beleidsmakers
richten zich een stuk minder op ‘zingeving’ en ‘meedoen’. De visie van
verpleegkundigen komt het meest in de buurt van de visie van patiënten
2. Trimbos: Van Bon-Martens, M., Kleinjan, M., Hipple Walters, B., Shields-
Zeeman, L., & Van den Brink, C. (2022). Delphistudie definitie mentale
gezondheid: Resultaten van een consensusprocedure met verschillende
perspectieven (Factsheet
AF1979).Links to an external
site. Trimbos-instituut & RIVM.
Dit artikel gaat over het begrip van
mentale gezondheid.
Volgens het Trimbos bestaat mentale
gezondheid uit 4 componenten
1) Persoonlijk
2) Sociaal
3) Functioneel
4) Perceptief
Belangrijk om te onthouden bij dit
artikel zijn deze componenten en de
belangrijkste bouwstenen die hierbij
horen. Dus bv bij persoonlijk: mentale vaardigheden.
,Toetsvraag 1:
Zet de componenten voor mentale gezondheid volgens het Trimbos
Instituut van meest belangrijk naar minst belangrijk voor het begrip.
A) Sociaal, Functioneel, Persoonlijk, Perceptief
B) Persoonlijk, Functioneel, Sociaal, Perceptief
C) Persoonlijk, Sociaal, Functioneel, Perceptief
D) Sociaal, Persoonlijk, Functioneel, Perceptief
*juiste antwoorden op de laatste pagina
HC 3 Affectieve en emotionele processen
, 3. Brand & Ekkekakis: Brand, R., & Ekkekakis, P. (2018). Affective-reflective
theory of physical inactivity and exercise. German Journal of Exercise and
Sport Research, 48(1), 48-58. https://doi.org/10.1007/s12662-017-0477-
9Links to an external site.
Dit artikel gaat over het introduceren van de Affective-Reflective Theory (ART).
Kan verklaren waarom mensen soms lichamelijk inactief blijven en
waarom ze wel of niet beginnen met sporten
Gedrag rondom sporten wordt beïnvloed door twee processen:
Systeem 1: Snelle, automatische en emotionele reactie
Systeem 2: Langzamere, bewuste en reflectieve beoordeling
Systeem 1 bevat automatische gevoelens. Wanneer iemand aan sporten denkt,
ontstaan automatisch positieve of negatieve associaties dit leidt tot een impuls
om te sporten of juist niet
Dan komt systeem 2. Als de automatische impuls (1) en de bewuste plannen (2)
met elkaar botsen, is zelfcontrole cruciaal.
Weinig zelfcontrole: automatische reactie wint
Veel zelfcontrole: bewuste plannen gaan door
Concluderend vanuit ART:
Om sportgedrag beter te begrijpen en te veranderen, moet er niet alleen gekeken
worden naar motivatie, intenties, doelen en rationele beslissingen, maar ook naar
automatische associaties met sporten.
Je gaat niet alleen sporten omdat je weet dat het gezond is, maar je
automatische gevoel bij het idee van sporten kan op het beslissende
moment sterker zijn dan je goede voornemens.
Toetsvraag 2:
Casus: na een drukke dag heb je geen zin om te sporten, maar je bent aan
het trainen voor een marathon en je zou eigenlijk moeten sporten
vandaag. Uiteindelijk beslis je om wel te gaan. Welk proces volgens de ART
kan jouw keuze het best verklaren?
a) Automatische affectieve reactie
b) Onbewust gewoonteproces
c) Reflectief type 2 proces wat de automatische impuls overstijgt
d) Een automatische approach impuls
HC 4 Lichaamsbeleving