taak 1a: verstandelijke beperking
1. Welke van de twee beschrijvingen komt overeen met het viewpoint similar sequence
hypothese:
a. mensen met een verstandelijke beperking doorlopen dezelfde
ontwikkelingsstadia, maar ze verschillen in het eindpunt vergeleken met
mensen zonder VB
b. Mensen met VB vertonen hetzelfde gedrag en dezelfde cognitieve processen
als kinderen van hun eigen mentale leeftijd
c. cognitieve ontwikkeling bij kinderen met een VB verschilt in meer dan tempo
en eindpunt van kinderen zonder VB
2. Welke wetgeving is bij verstandelijke beperking van toepassing?
a. wvggz, wet van verplichte geestelijke gezondheidszorg
b. wzd, wet zorg en dwang
3. Welke zorg rondom verstandelijke beperking is van toepassing? (meerdere
antwoorden mogelijk)
a. cluster 3 school
b. cluster 4 school
c. dagbesteding
d. reguliere wijkverpleging
4. Welke van de volgende kenmerken sluiten aan bij een VB? (meerdere antwoorden
mogelijk)
a. problemen met informatieverwerking
b. PICA
c. afwijkend sensorisch profiel
d. dwangmatige ritualisatie
e. geen Theory of Mind
f. moeite met prioriteiten stellen
g. zelfverwonding
5. Wat is de grootste groep binnen kinderen met een verstandelijke beperking?
a. Mild
b. matig
c. ernstig
d. zeer ernstig
6. Welke stelling is waar?
1 Verstandelijke beperking komt meer voor bij vrouwen, en minder bij mannen
2 Verstandelijke beperking komt meer voor bij mannen, en minder bij vrouwen
3 Verstandelijke beperking komt evenveel voor bij mannen als vrouwen
a. stelling 1 is waar
b. stelling 2 is waar
c. stelling 3 is waar
, taak 1b: motorische ontwikkeling en hersenontwikkeling
7. Wat betekent de motorische ontwikkeling in cephalocaudale richting?
a. van binnen naar buiten, eerst romp en organen, dan de uiteinden
b. alles ontwikkelt tegelijk, vanaf de geboorte
c. van boven naar beneden
8. benoem de goede volgorde van de ontwikkeling van de fijne motoriek
a. tekenen en bouwen van een toren, ulnar grasp, pincer grasp, voluntary
reaching
b. voluntary reaching, pincer grasp, ulnar grasp, tekenen en bouwen van toren
c. voluntary reaching, ulnar grasp, pincer grasp, tekenen en bouwen van een
toren
d. ulnar grasp, pincer grasp, voluntary reaching, tekenen en bouwen van een
toren
9. welk viewpoint uitleg hoort bij welk viewpoint?
1. maturational
2. experiental
3. dynamical goal-directed systems
a. biologische rijping is noodzakelijk, maar onvoldoende. Kind is afhankelijk van
kansen, stimulering en ervaringen uit omgeving
b. motorische ontwikkeling is een ontvouwing van een biologische en
genetische geprogrammeerde reeks geberutenissen waar de twee
ontwikkelingsprincipes naar voren komen
c. motorische vaardigheden zijn actieve herstructureringen van eerder
beheerste capaciteiten om specifieke doelen te bereiken of de omgeving te
verkennen, motivatie kan dit proces versnellen
10. Op welke 3 domeinen heeft de motorische ontwikkeling nog meer invloed?
a. culturele, omgeving, emotie
b. sociale, cognitieve, emotie
c. cognitieve, sociale en culturele
11. Wat is de functie van glia?
a. ondersteunen metabolisme neuronen, reguleren chemische omgeving rond
synapsen en bijdragen aan de bloed-hersen barriere
b. vormen van myeline laag rond axonen in centrale zenuwstelsel
c. ondersteunende zenuwcellen die neuronen voeden, beschermen en
myeliniseren
d. begeleiden migratie neuronen, voor lopercellen
12. wat is waar over de rechterhemisfeer?
a. bestuurt linkerhelft lichaam
b. bestuurt rechterhelft lichaam
c. visueel-ruimtelijke informatie
d. tastzin