Nora Lemmens, 1466542
Inhoudsopgave
Hoorcolleges.......................................................................................................................... 1
HC01 Neuro-anatomie & neuro-fysiologie..........................................................................1
HC02 Reflexen................................................................................................................... 5
HC03 Reactiepatronen van het centrale zenuwstelsel.......................................................8
HC04 Oor: anatomie & gehoor.........................................................................................12
HC05 Oog: anatomie & visus........................................................................................... 15
HC06 Klinische diagnostiek oog.......................................................................................19
HC07 Aandoeningen van de ogen................................................................................... 23
HC08 Klinische diagnostiek zenuwstelsel........................................................................ 26
HC09 Motoriek................................................................................................................. 29
HC10 Evenwicht...............................................................................................................32
HC11 Ataxie bij het paard.................................................................................................35
HC12 Verschillende aspecten van pijn.............................................................................38
HC13 Inleiding anesthesiologie (e-module)..................................................................... 40
HC14 Klinische anesthesie en farmacologie....................................................................42
HC15 Klinische pijnstilling en farmacologie......................................................................47
Practica................................................................................................................................. 50
PR01 Anatomie, fysiologie & pathologie van het zenuwstelsel en de zintuigen.............. 50
PR02 Klinische diagnostiek oog.......................................................................................54
Zelfstudie.............................................................................................................................. 55
Reader ‘Pain in domestic animals’................................................................................... 55
Reader ‘Farmacologische beïnvloeding van het zenuwstelsel’........................................59
Ziekteleer.............................................................................................................................. 65
Zenuwstelsel.................................................................................................................... 65
Ogen.................................................................................................................................91
Oren............................................................................................................................... 109
,Hoorcolleges
HC01 Neuro-anatomie & neuro-fysiologie
- Indeling van het centrale zenuwstelsel:
● cerebrum → grote hersenen
● diencephalon (o.a. thalamus & hypothalamus)
● hersenstam met kopzenuwen
● cerebellum → kleine hersenen
● vestibulair systeem
● ruggenmerg
- Naast het CZS zijn er nog de perifere zenuwen (LMN) en de neuromusculaire
overgang.
- Plexus Brachialis → vlechtwerk van zenuwen (C6-T2) dat hoog in de oksel van een
dier licht, voorziet de voorpoot van sensorische, somatomotorische en
postganglionaire sympathische zenuwvezels.
- Lower motor neurons (LMN) → perifere motorneuronen, motorneuronen van het
ruggenmerg naar de periferie toe.
● somatomotorisch → ACh + N-receptor
● autonoom
○ parasympatisch → ACh + N-receptor → ACh + M-receptor
○ sympatisch → ACh + N-receptor → (nor)adrenaline + α/β-receptor
- Botulisme → neurotoxine dat afgifte van ACh door LMN voorkomt.
● somatische α-motorneuronen
● postganglionaire parasympatische neuronen
- Myasthenia gravis → autoantilichamen tegen nicotinerge receptoren, waardoor een
signaal niet kan worden overgedragen.
● spierzwakte (parese, o.a. van slokdarmspieren / ledematen)
● therapie: acetylcholine-esterase remmers
- Het ruggenmerg (hond/kat) bestaat uit:
● 35-38 segmenten, waarvan
○ 8 cervicaal
○ 13 thoracaal
○ 7 lumbaal
○ 3 sacraal
○ 4-7 caudaal
- Er zijn maar 7 cervicale wervels, die eerst voor de wervel tevoorschijn
komen, behalve de 8e, die komt na de 7e wervel uit het ruggenmerg.
- Cauda equina → laatste deel van de rugwervels, zonder ruggenmerg
maar met zenuwwortels erin.
● ontsteking → blaasverlamming, rectumverlamming, staartverlamming, parese
van de achterhand
- Vliezen van het ruggenmerg:
● dura mater → buitenste vlies
● arachnoïd → middelste vlies
● pia mater → binnenste vlies
1
,- Opbouw van het ruggenmerg:
● witte stof → opstijgende en afdalende zenuwbanen, wit door de
myelinescheden
● grijze stof → cellichamen
- Dorsale wortel → somatosensorische informatie komt hier binnen.
- Dorsaal is uitsluitend sensorisch en ventraal uitsluitend motorisch.
● een ramus is gemengd
- Lower Motor Neuronen (LMN) → neuronen met het cellichaam in het CZS en
verbinden het ruggenmerg met skeletspieren, zijn per definitie (efferent) onderdeel
van een spinale reflex, zorgt bij uitval voor:
● parese / paralyse
● atrofie
● areflexie / hyporeflexie
- Upper Motor Neuronen (UMN) → bovenste neuronen volledig in het CZS, zorgen
voor het in gang zetten en houden van bewegingen en beïnvloeden LMN,
onderdrukken de spinale reflex, zorgt bij uitval voor:
● parese / paralyse
● géén atrofie
● hyperreflexie
● hypertonie
2
, - Liquor cerebrospinalis → cerebrospinale vloeistof, bevindt zich in de vier
ventrikels.
- De hersenstam bevat:
● colliculi →
● periaquaductale grijs → kern van cellen rond het kanaaltje in het
mesencephalon voor pijnmodulatie
● pons → “knop”, schakelcentrum onder het metencephalon
● formatio reticularis → netwerk van zenuwen in de hersenstam, die zorgen
dat de grote hersenen actief blijven.
● centra bloeddruk / ademhaling
● kernen van de kopzenuwen III t/m XII
- De hersenstam bevat tientallen nuclei waar afferente zenuwen van kopzenuwen
eindigen of LMNs van kopzenuwen beginnen.
- Het cerebellum bestaat uit:
● grijs - wit - grijs (cortex)
● 2 hemisferen en de vermis
● vestibulocerebellum
● spinocerebellum
● cerebrocerebellum
- De “vlinder” van het ruggenmerg wordt in de hersenstam een gebied met kernen. De
indeling blijft echter hetzelfde, dus (van boven naar beneden):
● somatosensorisch
● viscerosensorisch
● visceromotorisch
● somatomotorisch
- Kopzenuwen zijn vaak gepaard, dus hebben ze meerdere kernen in de hersenstam
liggen, die zowel sensorisch als motorisch zijn.
- Nervus Trigeminus:
● N. opthalmicus (somatosensibel) → bovenste ooglid en cornea
● N. maxillaris (somatosensibel) → bovenlip, neusslijmvlies, gehelemte
● N. mandibularis (somatosensibel & somatomotorisch) → voorste deel tong,
ventrale tandenboog, proprioceptie, (motoriek van) kauwspieren
- Nervus facialis:
● N. facialis (motorisch & sensibel):
○ visceromotorisch → traan- en speekselklieren
○ somatomotorisch → oorschelp, oogleden, wang, lip, neusvleugels
○ viscerosensorisch → smaak voorste deel tong
- Samenstelling kopzenuwen ezelsbruggetjes:
● Op Ons Oude TuinTerras At Frits Verse Groente Van Albert Heijn.
● Some Say Money Matters But My Brother Says Big Brains Matter More
3