• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages
Summary

Samenvatting Study Guide International & European Law | Maastricht University | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages

Dit studiemateriaal behandelt de volledige cursus International & European Law aan Maastricht University, met gestructureerde aantekeningen over internationaal recht en EU-recht. De stof omvat zeven hoofdonderwerpen: van staatsrecht en rechtsbronnen tot mensenrechten, EU-rechtsbescherming, vrij verkeer van goederen/personen/vestiging/diensten, en mededingingsrecht, aangevuld met praktische stappenplannen voor belangrijke juridische concepten. Ideaal voor examenvoorbereiding door de duidelijke systematische indeling en concrete werkschema's voor complexe onderwerpen zoals kartelverbod en machtsmisbruik.

Content preview

systeem 1.1: introductie van het internationaal recht​ 1
systeem 1.2: bronnen van het internationaal recht​ 3
systeem 2.1: rechtsmacht en immuniteit​ 7
systeem 2.2: staatsaansprakelijkheid​ 10
systeem 3.1: mensenrechten​ 14
systeem 3.2: diplomatieke bescherming en procesbevoegdheid​ 16
systeem 4.1: collectieve veiligheid​ 19

systeem 4.2: europees recht: wetgeving en rechtsbescherming​ 20
systeem 5.1: rechtsbescherming in de EU​ 26
systeem 5.2: vrij verkeer van goederen​ 29
★ Stappenplan vrij verkeer van goederen:​ 32
systeem 6.1: vrij verkeer van personen​ 34
★ Stappenplan vrij verkeer van werknemers 24 VWEU​ 34
systeem 7.1: vrij verkeer van vestiging en diensten​ 37
★ Stappenplan vrij verkeer van vestiging​ 37
★ Stappenplan vrij verkeer van diensten​ 38
★ Stappenplan beroepskwalificatie​ 39
systeem 7.2: mededingingsrecht​ 40
★ Stappenplan kartelverbod 101 lid 1 VWEU​ 40
★ Stappenplan machtsmisbruik 102 VWEU​ 42

, systeem 1.1: introductie van het internationaal recht
-​ criteria van staat
-​ erkenning
-​ zelfbeschikkingsrecht
-​ rechtspersoonlijkheid van andere entiteiten dan staten

Rechtssubjecten kunnen:
-​ rechtshandelingen verrichten
-​ internationale rechten bezitten
-​ rechten afdwingen
-​ aansprakelijk gesteld worden
(alleen staten hebben volledige rechtspersoonlijkheid)
→ Andere groepen met rechtspersoonlijkheid zijn: internationale organisaties, facto-regimes,
bevrijdingsbewegingen, NGO´s en multinationals. Zij hebben een bepaalde mate van
rechtspersoonlijkheid.

De criteria van een staat → 1 Montevideo
1.​ vaste bevolking
2.​ afgebakend grondgebied (je mag absoluut geen grondgebied afnemen d.m.v geweld)
3.​ effectieve regering (de regel van continuïteit zorgt ervoor dat als een staat eenmaal
bestaat dat het land niet zomaar ophoudt als de regering wegvalt)
4.​ vermogen tot het aangaan van relaties met andere staten
hierbij is erkenning heel belangrijk. Het is geen 5de criteria maar wel een factor om te
kunnen voldoen aan de 4de criteria

Afscheiding: slechts in uitzonderlijke gevallen steun voor eenzijdige afscheiding
Ontbinding: uiteenvallen in meerdere nieuwe staten. Het centrale gezag stopt met
functioneren, bij afscheiding stopt het niet met functioneren
Aaneensluiting: twee staten besluiten samen 1 nieuwe staat te worden, of een staat sluit
zich aan bij een andere staat
Uitvallen: een staat valt volledig uit elkaar in nieuwe, kleinere staten
→ voortzettingsstaat: blijft juridisch gezien hetzelfde land, dus dezelfde rechten en plichten
→ opvolgerstaat: een volledig nieuw land en beginnen dus in principe met een schone lei
(het clean slate-beginsel geldt voor nieuwe staten die ontstaan door ontbinding of
afscheiding, niet door overgang van grondgebied)

Theorieën staat erkennen:
→ declaratoire theorie: een staat bestaat gewoon zodra aan de 4 voorwaarde is voldaan.
Dit staat ook zo in 3 Montevideo.
→ constitutieve theorie: erkenning is allesbepalend. Een gebied is pas echt een staat als
andere landen het erkennen. (maar als niemand je erkend kan je geen verdragen sluiten etc,
dus dit is eigenlijk de praktijk)

Zelfbeschikkingsrecht: volkeren mogen zelf bepalen onder welk politiek systeem ze willen
leven en hoe ze hun economie inrichten
→ Kosovo: de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring was niet in strijd met het
internationaal recht. Het Hof gaf echter ook niet echt antwoord of Kosovo het recht had om
af te splitsen op basis van zelfbeschikkingsrecht. p78 Kosovo: internationaal recht blijft


1

,neutraal over de onafhankelijkheidsverklaringen, geen verbod maar ook geen expliciete
toestemming
-​ externe zelfbeschikking: kan een grond vormen voor de stichting van een eigen
staat, dit kan in geval van kolonisatie of bij een buitenlandse beschikking.

Territoriale integriteit: het grondgebied en de grenzen van een land zijn beschermd en
mogen niet door geweld of dwang door andere landen worden veranderd.

Plicht tot collectieve niet-erkenning: als een nieuw gebied ontstaat op een manier die
zwaar in strijd is met internationale regels. Dan hebben alle andere landen de plicht om dat
nieuwe gebied absoluut niet te erkennen. Deze landen kunnen dan bv geen lid worden van
de VN, het is dus een heel machtig wapen.

Erkenning van een regering:
→ de jure erkenning: officiële en volledige erkenning dat een regering de wettige en
rechtmatige baas is van het land
→ de facto erkenning: je geeft toe dat een bepaalde groep de feitelijke macht heeft, maar
dat je nog twijfels hebt over de wettigheid of de toekomst ervan.
(een niet-erkende regering kan geen claims indienen bij de rechter en kan een beroep doen
op immuniteit. Soms maakt een rechter voor privé zaken van burgers uitzonderingen bv een
huwelijk)

Statenopvolging van verdragen:
-​ lokale verdragen: gaan automatisch over op de nieuwe staat (hebben direct te
maken met grondgebied)
-​ verdragen bij dekolonisatie: clean slate
-​ verdragen bij afsplitsing of uiteenvallen: lopende verdragsverplichtingen gaan wel
over op de nieuwe staten om de stabiliteit in de wereld te bewaren
-​ mensenrechtenverdragen: gelden altijd voor de mensen die in het gebied wonen

Internationale organisaties: worden door staten opgericht om samen te werken aan
doelen die ze niet in hun eentje kunnen bereiken. Ze worden door verdragen opgericht en
hebben eigen internationale rechtspersoonlijkheden. (2a ARIO)
3 belangrijke voorwaarde:
1.​ leden zijn voornamelijk staten (gesloten lidmaatschap en doelgericht lidmaatschap)
2.​ De organisatie moet een eigen wil hebben die losstaat van de wil van de
afzonderlijke lidstaten. Ze moeten dus organen hebben (secretariaat of een raad) die
besluiten kunnen nemen van de organisatie zelf
3.​ het moet zijn opgericht en worden beheerst door het internationale recht. Meestal
gebeurt dit door een verdrag, uitzonderingen:
-​ resoluties: organisatie wordt opgericht door een besluit van een al bestaande
organisatie
-​ geleidelijke opbouw: heel langzaam ontstaan uit een serie van conferenties
en verklaringen, niet 1 groot verdrag
-​ unieke gevallen gezamenlijke verklaring na bemiddeling

Reparations for injuries suffered Q1a 1b en II: de VN heeft een objectieve internationale
rechtspersoonlijkheid. Zelfs landen die geen lid zijn moeten accepteren dat de VN bestaat


2

, en rechten heeft. Dit betekent dus dat internationale organisaties, ook al zijn zij geen staten,
internationale rechtspersoonlijkheid kunnen hebben en dus in staat zijn internationale claims
in te dienen tegen staten die schade veroorzaken.

Een internationale organisatie mag alleen dingen doen die hen uitdrukkelijk zijn toegewezen
door de staten → attributiebeginsel
Ze hebben ook impliciete bevoegdheden: deze staat niet letterlijk in het verdrag maar
voortvloeiend uit de taken die wel zijn opgeschreven.

7 ARIO: een organisatie is verantwoordelijk voor de daden van mensen die door een staat
ter beschikking zijn gesteld, mits de organisatie effectieve controle heeft over hun specifieke
gedrag op dat moment. Soms kan er ook sprake zijn van gedeelde verantwoordelijkheid
waarbij de organisatie en de staat aansprakelijk zijn.

103 VN-Handvest: suprematie clausule, als een land een verplichting heeft onder het
VN-handvest, en dit botst met een afspraak uit een ander verdrag, gaan de regels van het
Handvest altijd voor.

Organen van de VN: (Hiervan staan alle artikelen in het VN-handvest)
-​ de Algemene Vergadering (9 VN-handvest) de besluiten zijn niet bindend voor de
lidstaten (gewone meerderheid van stemmen, tenzij heel belangrijk dan ⅔)
-​ de Veiligheidsraad: besluiten zijn wel bindend (min 9 v/d 15 stemmen)
(bij belangrijke besluiten moeten alle 5 permanente leden het eens zijn: vetorecht)
-​ Economische en Sociale raad (ECOSOC)
-​ Secretariaat
-​ Trustschapsraad
-​ Internationale Gerechtshof
De VN werkt samen met gespecialiseerde organisaties. Dit zijn zelfstandige internationale
organisaties maar ze hebben een speciale samenwerkingsovereenkomst met de VN. (bv het
WHO en de Wereldbank)




3

Document information

Study
Uploaded on
October 20, 2026
Number of pages
44
Written in
2026/2027
Type
Summary
$8.86

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
6
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions