SAMENVATTING COGNITIEVE PSYCHOLOGIE
1
,2
, HOOFDSTUK 1: DE GESCHIEDENIS & ONTWIKKELINGEN VAN EEN VAKGEBIED
1. INLEIDING
1.1. INFORMATIEVERWERKINGSBENADERING
Oorspronkelijk idee (tot ’90): eenrichtingsverkeer -> bottom-up: signalen worden opgenomen uit de omgeving en
verwerkt door een verzameling van cognitieve processen (wat uiteindelijk resulteert in actie).
Hedendaags idee: tweerichtingsverkeerd (bottom-up en top down):
1. Bottom-up:
Zintuigen zijn volgens klassieke informatieverwerkingsbenadering passieve receptoren die signalen uit de
buitenwereld registreren en doorgeven aan de interne cognitieve beslissingsprocessen.
→ Alleen bottom-up is niet voldoende: dit zou willen zeggen dat mensen intrinsiek passieve wezens zijn die
hun acties laten sturen door externe prikkels.
2. Top-down:
Gebruikt voor:
▪ Mentale fenomenen: dromen hallucinaties, mentale inbeeldingsprocessen
▪ Interne representatie van onze omgeving en het simuleren van toekomstscenario’s
Top-down verwerking betekent dat je hersenen…
▪ Verwachtingen
▪ Voorkennis
▪ Context
▪ Eerdere ervaringen
… gebruiken om zintuiglijke informatie te interpreteren.
Bijvoorbeeld: als je in een rommelige kamer toch meteen een stoel herkent, komt dat doordat je
brein al een verwachting heeft van hoe een stoel eruitziet.
Predictive coding-theorie:
▪ Ons brein is continu bezig met actief interne modellen van onze omgeving te
creëren. Zo krijg je mentale simulaties, die we gebruiken om voorspellingen over
toekomstige situaties te maken.
▪ De predicties/ voorspelling worden continu vergeleken met de info die de zintuigen
vanuit de buitenwereld ontvangen -> we scannen actief onze omgeving door bv.
onze ogen te richten op locaties waar we relevante info verwachten.
→ Zintuigelijke informatie wordt niet/nauwelijks verwerkt, zolang er geen
overeenkomst is tussen het interne model en de sensaties die de zintuigen
registeren
▪ Predictiefout: discrepantie, een mismatch tussen intern model &
waarneming. Je ziet iets anders dan je hersenen voorspeld hadden ->
Stuurt hersenen aan om interne modellen op basis van zintuigelijke
informatie aan te passen (actualisering van interne modellen)
▪ Primingeffect: De verwerking van een bepaald woord wordt beïnvloed
door een ander woord dat kort daarvoor werd aangeboden.
3
, Associatievorming volgens Kahneman:
Stelt ons in staat om snel, efficiënt & zonder veel moeite relevante informatie uit geheugen
op te halen & op basis van deze info, predicties te maken over toekomstige uitkomsten.
➔ Top-down!
Twee biases bij associatieve predicties:
1. Systeem 1: Snelle, onbewuste & associatieve processen, zonder veel moeite snelle
oplossing geven voor een probleem.
➢ Oplossingen zijn gevoelig voor biases & beïnvloeding door irrelevante
aspecten van de probleemstelling.
2. Systeem 2: Oplossing door systeem 2 is minder gevoelig voor bias & produceert een
sterk verbeterde oplossing.
➢ Het gaat wel ten koste van (beperkte) mentale verwerkingskracht (aandacht).
2. WAAROM COGNITIEVE PSYCHOLOGIE?
Ontwikkeling van technologieën: Ondanks verfijningen, zijn de technische ontwikkeling nog altijd
te ruw om zonder menselijke interventie te kunnen werken.
Mensen kunnen op flexibele wijze de essentie van probleem doorzien, computers hanteren
regel, bekomen suboptimale / foute oplossingen.
Het doorgronden van deze flexibiliteit = uitdaging voor de cognitieve psychologie
Protocollen: Procedures die consequenties van een fout tot het minimum terugbrengen
(veiligheidsprotocollen vliegtuig), want ook al kunnen we met zeer veel flexibiliteit problemen
oplossen, maken we ook vaak fouten, die grote gevolgen kunnen dragen.
Positieve consequentie van opstellen protocollen: rampen zijn het gevolg van een opeenstapeling
van fouten, en niet langer meer door 1 fout
Irrationele gedragingen:
➢ Einstellung:
Het oplossen van een complex probleem gaat vaak heel makkelijk, maar het oplossen van
een eenvoudig probleem gaat vaak veel moeilijker.
→ Verklaring: we kunnen ons beter concentreren op een complex probleem door aandacht
en cognitieve controle: indien we automatisch gaan werken (bij eenvoudige taak), dan
zullen we sneller reageren op alle onbelangrijke informatie rondom ons (afleiding).
Bij het uitvoeren van een moeilijke taak, wordt juist deze onbelangrijke informatie
onderdrukt, waarbij dus ook onze reactie erop wordt onderdrukt.
➢ Visuele illusie/hallucinaties:
Hallucinaties tonen dat waarneming geen directe kopie van de werkelijkheid is, maar een
actieve constructie van het brein — soms kan die constructie loskomen van de externe
realiteit: nl. wanneer de geconstrueerde representatie niet meer overeenkomt met de
externe werkelijkheid, dan gaat men gaan hallucineren.
4
1
,2
, HOOFDSTUK 1: DE GESCHIEDENIS & ONTWIKKELINGEN VAN EEN VAKGEBIED
1. INLEIDING
1.1. INFORMATIEVERWERKINGSBENADERING
Oorspronkelijk idee (tot ’90): eenrichtingsverkeer -> bottom-up: signalen worden opgenomen uit de omgeving en
verwerkt door een verzameling van cognitieve processen (wat uiteindelijk resulteert in actie).
Hedendaags idee: tweerichtingsverkeerd (bottom-up en top down):
1. Bottom-up:
Zintuigen zijn volgens klassieke informatieverwerkingsbenadering passieve receptoren die signalen uit de
buitenwereld registreren en doorgeven aan de interne cognitieve beslissingsprocessen.
→ Alleen bottom-up is niet voldoende: dit zou willen zeggen dat mensen intrinsiek passieve wezens zijn die
hun acties laten sturen door externe prikkels.
2. Top-down:
Gebruikt voor:
▪ Mentale fenomenen: dromen hallucinaties, mentale inbeeldingsprocessen
▪ Interne representatie van onze omgeving en het simuleren van toekomstscenario’s
Top-down verwerking betekent dat je hersenen…
▪ Verwachtingen
▪ Voorkennis
▪ Context
▪ Eerdere ervaringen
… gebruiken om zintuiglijke informatie te interpreteren.
Bijvoorbeeld: als je in een rommelige kamer toch meteen een stoel herkent, komt dat doordat je
brein al een verwachting heeft van hoe een stoel eruitziet.
Predictive coding-theorie:
▪ Ons brein is continu bezig met actief interne modellen van onze omgeving te
creëren. Zo krijg je mentale simulaties, die we gebruiken om voorspellingen over
toekomstige situaties te maken.
▪ De predicties/ voorspelling worden continu vergeleken met de info die de zintuigen
vanuit de buitenwereld ontvangen -> we scannen actief onze omgeving door bv.
onze ogen te richten op locaties waar we relevante info verwachten.
→ Zintuigelijke informatie wordt niet/nauwelijks verwerkt, zolang er geen
overeenkomst is tussen het interne model en de sensaties die de zintuigen
registeren
▪ Predictiefout: discrepantie, een mismatch tussen intern model &
waarneming. Je ziet iets anders dan je hersenen voorspeld hadden ->
Stuurt hersenen aan om interne modellen op basis van zintuigelijke
informatie aan te passen (actualisering van interne modellen)
▪ Primingeffect: De verwerking van een bepaald woord wordt beïnvloed
door een ander woord dat kort daarvoor werd aangeboden.
3
, Associatievorming volgens Kahneman:
Stelt ons in staat om snel, efficiënt & zonder veel moeite relevante informatie uit geheugen
op te halen & op basis van deze info, predicties te maken over toekomstige uitkomsten.
➔ Top-down!
Twee biases bij associatieve predicties:
1. Systeem 1: Snelle, onbewuste & associatieve processen, zonder veel moeite snelle
oplossing geven voor een probleem.
➢ Oplossingen zijn gevoelig voor biases & beïnvloeding door irrelevante
aspecten van de probleemstelling.
2. Systeem 2: Oplossing door systeem 2 is minder gevoelig voor bias & produceert een
sterk verbeterde oplossing.
➢ Het gaat wel ten koste van (beperkte) mentale verwerkingskracht (aandacht).
2. WAAROM COGNITIEVE PSYCHOLOGIE?
Ontwikkeling van technologieën: Ondanks verfijningen, zijn de technische ontwikkeling nog altijd
te ruw om zonder menselijke interventie te kunnen werken.
Mensen kunnen op flexibele wijze de essentie van probleem doorzien, computers hanteren
regel, bekomen suboptimale / foute oplossingen.
Het doorgronden van deze flexibiliteit = uitdaging voor de cognitieve psychologie
Protocollen: Procedures die consequenties van een fout tot het minimum terugbrengen
(veiligheidsprotocollen vliegtuig), want ook al kunnen we met zeer veel flexibiliteit problemen
oplossen, maken we ook vaak fouten, die grote gevolgen kunnen dragen.
Positieve consequentie van opstellen protocollen: rampen zijn het gevolg van een opeenstapeling
van fouten, en niet langer meer door 1 fout
Irrationele gedragingen:
➢ Einstellung:
Het oplossen van een complex probleem gaat vaak heel makkelijk, maar het oplossen van
een eenvoudig probleem gaat vaak veel moeilijker.
→ Verklaring: we kunnen ons beter concentreren op een complex probleem door aandacht
en cognitieve controle: indien we automatisch gaan werken (bij eenvoudige taak), dan
zullen we sneller reageren op alle onbelangrijke informatie rondom ons (afleiding).
Bij het uitvoeren van een moeilijke taak, wordt juist deze onbelangrijke informatie
onderdrukt, waarbij dus ook onze reactie erop wordt onderdrukt.
➢ Visuele illusie/hallucinaties:
Hallucinaties tonen dat waarneming geen directe kopie van de werkelijkheid is, maar een
actieve constructie van het brein — soms kan die constructie loskomen van de externe
realiteit: nl. wanneer de geconstrueerde representatie niet meer overeenkomt met de
externe werkelijkheid, dan gaat men gaan hallucineren.
4