Stappenplan: Misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW)
Stap 1: Bijzondere omstandigheid
- Er moet sprake zijn van een bijzondere omstandigheid, zoals noodtoestand, afhankelijkheid,
onervarenheid, geestestoestand, etc.
Stap 2: Misbruik
- Er moet sprake zijn van misbruik. Dit bestaat uit twee onderdelen:
1. Kenbaarheid: Wat wist de wederpartij?
a. De wederpartij wist of had moeten begrijpen dat de ander door bijzondere
omstandigheden werd bewogen om de overeenkomst te sluiten.
b. Het gaat dus om de kennis van de wederpartij over de kwetsbare situatie van de ander.
2. Bevorderen: Wat deed de wederpartij vervolgens?
a. De wederpartij heeft de totstandkoming van de overeenkomst bevorderd, terwijl hij
vanwege zijn kennis van de bijzondere omstandigheden juist had moeten afzien van die
bevordering.
b. Het gaat dus om het handelen van de wederpartij, ondanks wat hij wist of had moeten
begrijpen.
Stap 3: Causaal verband
- Zonder het misbruik van de omstandigheden zou de overeenkomst niet zijn gesloten.
Conclusie: Een geslaagd beroep op misbruik van omstandigheden zorgt ervoor dat de overeenkomst
vernietigbaar is (art. 3:44 lid 1 BW).
Stappenplan: Bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)
Stap 1: Bedreiging
- Er moet sprake zijn van een bedreiging die zal resulteren in een nadeel voor een persoon of een
goed.
Stap 2: Onrechtmatigheid
- De bedreiging dient ook onrechtmatig te zijn. Dat kan op twee manieren:
1. Ongeoorloofd middel: Er wordt gedreigd met een ongeoorloofd middel, zoals geweld,
doodslag, valse aangifte, etc.
2. Ongeoorloofd doel: Er wordt gedreigd met een geoorloofd middel, maar daarmee probeert
de persoon die dreigt een doel te bereiken waar hij geen recht op heeft.
Stap 3: Causaal verband
- Het moet aannemelijk zijn dat de overeenkomst niet zou zijn gesloten als er geen sprake was
geweest van bedreiging.
Stap 4: Objectivering
- Een redelijk mens moet door de bedreiging kunnen worden beïnvloed.
Conclusie: Wanneer een overeenkomst op basis van bedreiging tot stand is gekomen, is zij vernietigbaar
(art. 3:44 lid 1 BW).
Stappenplan: Bedrog (art. 3:44 lid 3 BW)
Stap 1: Handeling van een kunstgreep
- Twee componenten:
1. Opzettelijk misleidend gedrag:
a. Onjuiste mededeling.
b. Opzettelijk zwijgen.
c. Andere kunstgrepen (restcategorie).
1
, 2. Opzet: De partij moet de wederpartij opzettelijk hebben bedrogen.
Stap 2: Causaal verband
- Het moet aannemelijk zijn dat de overeenkomst niet zou zijn gesloten als er geen sprake was van
bedrog.
Conclusie: Als aan alle vereisten van bedrog is voldaan, is de overeenkomst vernietigbaar (art. 3:44 lid 1
BW).
Stappenplan: Dwaling (art. 6:228 BW)
Dwaling houdt in dat er onder een verkeerde voorstelling van zaken een overeenkomst tot stand is
gekomen.
Stap 1: Onjuiste voorstelling van zaken
- Is het besluit tot het sluiten van de overeenkomst gevormd onder invloed van een onjuiste
voorstelling van zaken (dwaling)?
Stap 2: Causaal verband
- Heeft de onjuiste voorstelling van zaken betrekking op omstandigheden die voor de dwalende van
doorslaggevende betekenis zijn?
- Criterium: Zou de overeenkomst zonder dwaling niet of niet op dezelfde voorwaarden zijn
gesloten? (Causaal verband)
Stap 3: Gronden voor dwaling (art. 6:228 lid 1 BW)
- Valt de dwaling onder een of meer van de rubrieken genoemd in art. 6:228 lid 1 BW?
1. Onjuiste mededeling van de wederpartij
a. Niet vereist dat de onjuiste mededeling opzettelijk is gedaan.
b. Niet iedere onjuiste uitlating valt hieronder. Algemene reclame-uitingen zijn
bijvoorbeeld te vaag om er gerechtvaardigd op te vertrouwen.
c. Op de dwalende kan onder omstandigheden een onderzoeksplicht rusten.
2. Schending van de mededelingsplicht
a. De wederpartij heeft nagelaten informatie te verstrekken die voor de dwalende
van belang was (geen opzet vereist).
b. Of de wederpartij informatie had moeten mededelen, hangt af van de
omstandigheden van het geval.
c. In beginsel weegt de mededelingsplicht zwaarder dan de onderzoeksplicht.
3. Wederzijdse dwaling
a. Beide partijen zijn bij het sluiten van de overeenkomst uitgegaan van dezelfde
onjuiste veronderstelling.
Stap 4: Kenbaarheidsvereiste
- Heeft de wederpartij begrepen, of had hij moeten begrijpen, dat de omstandigheden waarover
werd gedwaald voor de andere partij van doorslaggevende betekenis waren?
Tussenconclusie: Als deze vier vragen allemaal positief zijn beantwoord, ga dan door naar
de laatste twee stappen.
Stap 5: Toekomstige omstandigheden
- Heeft de dwaling uitsluitend betrekking op een toekomstige gebeurtenis of omstandigheid?
Stap 6: Risicoverdeling (art. 6:228 lid 2 BW)
- Komt de dwaling voor rekening van de dwalende?
- Dit kan voortvloeien uit:
a. De aard van de overeenkomst.
b. De verkeersopvattingen.
c. De omstandigheden van het geval.
2
,Conclusie: Als de laatste twee vragen negatief worden beantwoord, terwijl aan de eerste vier
stappen is voldaan, dient het beroep op dwaling te worden gehonoreerd. De overeenkomst is dan
vernietigbaar op grond van art. 6:228 lid 1 BW.
Stappenplan: Is een overeenkomst ongeoorloofd? (art. 3:40 BW)
Een overeenkomst kan op drie manieren ongeoorloofd zijn: door het sluiten, de inhoud of de strekking van
de overeenkomst.
Stap 1: Is het sluiten van de overeenkomst verboden? (art. 3:40 lid 2 BW)
- Is het sluiten van de overeenkomst in strijd met een dwingende wetsbepaling?
1. Strijd met een dwingende wetsbepaling
a. De overeenkomst is in strijd met een dwingende wetsbepaling.
b. Gevolg: de overeenkomst is nietig.
2. Strijd met een dwingende wetsbepaling die één partij beschermt
a. De geschonden wetsbepaling strekt uitsluitend ter bescherming van één van de
partijen.
b. Gevolg: de overeenkomst is vernietigbaar door de beschermde partij.
- Let op: Volgens art. 3:40 lid 3 BW leidt strijd met een dwingende wetsbepaling niet tot nietigheid
of vernietigbaarheid als de wetsbepaling niet de strekking heeft de geldigheid van de daarmee
strijdige rechtshandeling aan te tasten.
Stap 2: Is de inhoud van de overeenkomst ongeoorloofd? (art. 3:40 lid 1 BW)
- Is de inhoud van de overeenkomst in strijd met:
1. De goede zeden?
2. De openbare orde?
- Gevolg: de overeenkomst is nietig.
Stap 3: Is de strekking van de overeenkomst ongeoorloofd? (art. 3:40 lid 1 BW)
- Leidt de uitvoering van de overeenkomst tot verboden handelingen?
1. Beide partijen zijn zich hiervan bewust
a. Beide partijen weten dat nakoming van de overeenkomst tot verboden
handelingen zal leiden.
b. Gevolg: de overeenkomst is nietig.
2. Slechts één partij is zich hiervan bewust
a. Slechts één van de partijen weet dat nakoming van de overeenkomst tot verboden
handelingen zal leiden.
- De overeenkomst blijft geldig, maar er kan geen nakoming bij de rechter
worden gevorderd.
Stappenplan: Ontoereikende volmacht
Stap 1: Zijn de grenzen van de volmacht overschreden?
- Als de grenzen van de volmacht zijn overschreden, is de achterman (volmachtgever) niet
gebonden, tenzij sprake is van:
1. Gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:61 lid 2 BW)
a. Het vertrouwen van de wederpartij was gerechtvaardigd en wordt beschermd.
b. Dit gerechtvaardigde vertrouwen kan gebaseerd zijn op:
i. Verklaringen of gedragingen van de achterman.
3
, 1. Wanneer het vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen van de
tussenpersoon, kan er geen beroep worden gedaan op het
vertrouwensbeginsel.
ii. Feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen.
c. Hieruit kan naar verkeersopvattingen een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid
worden afgeleid.
2. Bekrachtiging (art. 3:69 BW)
a. De volmachtgever kan de onbevoegd verrichte rechtshandeling achteraf bekrachtigen, als
de wederpartij nog niet heeft verklaard de rechtshandeling als ongeldig te beschouwen.
Stap 2: Geen gerechtvaardigd vertrouwen en geen bekrachtiging?
- Gevolg (art. 3:70 BW): De pseudo-gevolmachtigde is schadeplichtig, omdat hij in beginsel instaat
voor het bestaan en de omvang van de volmacht.
- In twee gevallen is hij niet schadeplichtig:
1. Indien de wederpartij weet of behoort te weten dat een toereikende volmacht ontbreekt.
2. Indien de gevolmachtigde de inhoud van zijn volmacht volledig aan de wederpartij heeft
medegedeeld.
Stap 3: Aansprakelijkheid tegenover de volmachtgever
- De volmachtgever kan de gevolmachtigde op grond van art. 6:74 BW aansprakelijk stellen
wegens het schenden van zijn verplichtingen.
Stappenplan: Het verval van een aanbod
- Een aanbod kan op drie manieren vervallen: door tijdsverloop, verwerping of herroeping.
Stap 1: Is het aanbod vervallen door tijdsverloop? (art. 6:221 lid 1 BW)
1. Er is een aanvaardingstermijn opgenomen:
a. Het aanbod kan binnen de gestelde termijn worden aanvaard.
b. Na het verstrijken van de termijn vervalt het aanbod.
c. Het aanbod is in beginsel onherroepelijk gedurende deze termijn (art. 6:219 lid 1 BW).
2. Er is geen aanvaardingstermijn opgenomen:
a. Mondeling aanbod: Vervalt wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard.
b. Schriftelijk aanbod: Vervalt wanneer het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard.
- Let op (art. 6:223 BW): De aanbieder kan een te late aanvaarding alsnog als tijdig beschouwen,
mits hij dit onverwijld aan de wederpartij meedeelt.
Stap 2: Is het aanbod vervallen door verwerping? (art. 6:221 lid 2 BW)
- Heeft degene tot wie het aanbod is gericht het aanbod afgewezen?
- Gevolg: Het aanbod vervalt door de verwerping.
Stap 3: Is het aanbod vervallen door herroeping? (art. 6:219 BW)
1. Is het aanbod herroepelijk?
a. Een aanbod kan in beginsel worden herroepen.
b. Een aanbod is niet herroepelijk als het een termijn voor aanvaarding bevat of als de
onherroepelijkheid op andere wijze uit het aanbod volgt.
c. Ook een aanbod waarin een optie is bedongen, is in beginsel onherroepelijk.
2. Is het aanbod tijdig herroepen?
a. De aanbieder moet het aanbod herroepen voordat de aanvaarding is verzonden.
b. Het moment van verzending van de aanvaarding is beslissend, ook als deze de aanbieder
nog niet heeft bereikt.
c. De herroepingsverklaring moet de wederpartij tijdig hebben bereikt.
- Gevolg: Bij een geldige herroeping vervalt het aanbod.
4
Stap 1: Bijzondere omstandigheid
- Er moet sprake zijn van een bijzondere omstandigheid, zoals noodtoestand, afhankelijkheid,
onervarenheid, geestestoestand, etc.
Stap 2: Misbruik
- Er moet sprake zijn van misbruik. Dit bestaat uit twee onderdelen:
1. Kenbaarheid: Wat wist de wederpartij?
a. De wederpartij wist of had moeten begrijpen dat de ander door bijzondere
omstandigheden werd bewogen om de overeenkomst te sluiten.
b. Het gaat dus om de kennis van de wederpartij over de kwetsbare situatie van de ander.
2. Bevorderen: Wat deed de wederpartij vervolgens?
a. De wederpartij heeft de totstandkoming van de overeenkomst bevorderd, terwijl hij
vanwege zijn kennis van de bijzondere omstandigheden juist had moeten afzien van die
bevordering.
b. Het gaat dus om het handelen van de wederpartij, ondanks wat hij wist of had moeten
begrijpen.
Stap 3: Causaal verband
- Zonder het misbruik van de omstandigheden zou de overeenkomst niet zijn gesloten.
Conclusie: Een geslaagd beroep op misbruik van omstandigheden zorgt ervoor dat de overeenkomst
vernietigbaar is (art. 3:44 lid 1 BW).
Stappenplan: Bedreiging (art. 3:44 lid 2 BW)
Stap 1: Bedreiging
- Er moet sprake zijn van een bedreiging die zal resulteren in een nadeel voor een persoon of een
goed.
Stap 2: Onrechtmatigheid
- De bedreiging dient ook onrechtmatig te zijn. Dat kan op twee manieren:
1. Ongeoorloofd middel: Er wordt gedreigd met een ongeoorloofd middel, zoals geweld,
doodslag, valse aangifte, etc.
2. Ongeoorloofd doel: Er wordt gedreigd met een geoorloofd middel, maar daarmee probeert
de persoon die dreigt een doel te bereiken waar hij geen recht op heeft.
Stap 3: Causaal verband
- Het moet aannemelijk zijn dat de overeenkomst niet zou zijn gesloten als er geen sprake was
geweest van bedreiging.
Stap 4: Objectivering
- Een redelijk mens moet door de bedreiging kunnen worden beïnvloed.
Conclusie: Wanneer een overeenkomst op basis van bedreiging tot stand is gekomen, is zij vernietigbaar
(art. 3:44 lid 1 BW).
Stappenplan: Bedrog (art. 3:44 lid 3 BW)
Stap 1: Handeling van een kunstgreep
- Twee componenten:
1. Opzettelijk misleidend gedrag:
a. Onjuiste mededeling.
b. Opzettelijk zwijgen.
c. Andere kunstgrepen (restcategorie).
1
, 2. Opzet: De partij moet de wederpartij opzettelijk hebben bedrogen.
Stap 2: Causaal verband
- Het moet aannemelijk zijn dat de overeenkomst niet zou zijn gesloten als er geen sprake was van
bedrog.
Conclusie: Als aan alle vereisten van bedrog is voldaan, is de overeenkomst vernietigbaar (art. 3:44 lid 1
BW).
Stappenplan: Dwaling (art. 6:228 BW)
Dwaling houdt in dat er onder een verkeerde voorstelling van zaken een overeenkomst tot stand is
gekomen.
Stap 1: Onjuiste voorstelling van zaken
- Is het besluit tot het sluiten van de overeenkomst gevormd onder invloed van een onjuiste
voorstelling van zaken (dwaling)?
Stap 2: Causaal verband
- Heeft de onjuiste voorstelling van zaken betrekking op omstandigheden die voor de dwalende van
doorslaggevende betekenis zijn?
- Criterium: Zou de overeenkomst zonder dwaling niet of niet op dezelfde voorwaarden zijn
gesloten? (Causaal verband)
Stap 3: Gronden voor dwaling (art. 6:228 lid 1 BW)
- Valt de dwaling onder een of meer van de rubrieken genoemd in art. 6:228 lid 1 BW?
1. Onjuiste mededeling van de wederpartij
a. Niet vereist dat de onjuiste mededeling opzettelijk is gedaan.
b. Niet iedere onjuiste uitlating valt hieronder. Algemene reclame-uitingen zijn
bijvoorbeeld te vaag om er gerechtvaardigd op te vertrouwen.
c. Op de dwalende kan onder omstandigheden een onderzoeksplicht rusten.
2. Schending van de mededelingsplicht
a. De wederpartij heeft nagelaten informatie te verstrekken die voor de dwalende
van belang was (geen opzet vereist).
b. Of de wederpartij informatie had moeten mededelen, hangt af van de
omstandigheden van het geval.
c. In beginsel weegt de mededelingsplicht zwaarder dan de onderzoeksplicht.
3. Wederzijdse dwaling
a. Beide partijen zijn bij het sluiten van de overeenkomst uitgegaan van dezelfde
onjuiste veronderstelling.
Stap 4: Kenbaarheidsvereiste
- Heeft de wederpartij begrepen, of had hij moeten begrijpen, dat de omstandigheden waarover
werd gedwaald voor de andere partij van doorslaggevende betekenis waren?
Tussenconclusie: Als deze vier vragen allemaal positief zijn beantwoord, ga dan door naar
de laatste twee stappen.
Stap 5: Toekomstige omstandigheden
- Heeft de dwaling uitsluitend betrekking op een toekomstige gebeurtenis of omstandigheid?
Stap 6: Risicoverdeling (art. 6:228 lid 2 BW)
- Komt de dwaling voor rekening van de dwalende?
- Dit kan voortvloeien uit:
a. De aard van de overeenkomst.
b. De verkeersopvattingen.
c. De omstandigheden van het geval.
2
,Conclusie: Als de laatste twee vragen negatief worden beantwoord, terwijl aan de eerste vier
stappen is voldaan, dient het beroep op dwaling te worden gehonoreerd. De overeenkomst is dan
vernietigbaar op grond van art. 6:228 lid 1 BW.
Stappenplan: Is een overeenkomst ongeoorloofd? (art. 3:40 BW)
Een overeenkomst kan op drie manieren ongeoorloofd zijn: door het sluiten, de inhoud of de strekking van
de overeenkomst.
Stap 1: Is het sluiten van de overeenkomst verboden? (art. 3:40 lid 2 BW)
- Is het sluiten van de overeenkomst in strijd met een dwingende wetsbepaling?
1. Strijd met een dwingende wetsbepaling
a. De overeenkomst is in strijd met een dwingende wetsbepaling.
b. Gevolg: de overeenkomst is nietig.
2. Strijd met een dwingende wetsbepaling die één partij beschermt
a. De geschonden wetsbepaling strekt uitsluitend ter bescherming van één van de
partijen.
b. Gevolg: de overeenkomst is vernietigbaar door de beschermde partij.
- Let op: Volgens art. 3:40 lid 3 BW leidt strijd met een dwingende wetsbepaling niet tot nietigheid
of vernietigbaarheid als de wetsbepaling niet de strekking heeft de geldigheid van de daarmee
strijdige rechtshandeling aan te tasten.
Stap 2: Is de inhoud van de overeenkomst ongeoorloofd? (art. 3:40 lid 1 BW)
- Is de inhoud van de overeenkomst in strijd met:
1. De goede zeden?
2. De openbare orde?
- Gevolg: de overeenkomst is nietig.
Stap 3: Is de strekking van de overeenkomst ongeoorloofd? (art. 3:40 lid 1 BW)
- Leidt de uitvoering van de overeenkomst tot verboden handelingen?
1. Beide partijen zijn zich hiervan bewust
a. Beide partijen weten dat nakoming van de overeenkomst tot verboden
handelingen zal leiden.
b. Gevolg: de overeenkomst is nietig.
2. Slechts één partij is zich hiervan bewust
a. Slechts één van de partijen weet dat nakoming van de overeenkomst tot verboden
handelingen zal leiden.
- De overeenkomst blijft geldig, maar er kan geen nakoming bij de rechter
worden gevorderd.
Stappenplan: Ontoereikende volmacht
Stap 1: Zijn de grenzen van de volmacht overschreden?
- Als de grenzen van de volmacht zijn overschreden, is de achterman (volmachtgever) niet
gebonden, tenzij sprake is van:
1. Gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:61 lid 2 BW)
a. Het vertrouwen van de wederpartij was gerechtvaardigd en wordt beschermd.
b. Dit gerechtvaardigde vertrouwen kan gebaseerd zijn op:
i. Verklaringen of gedragingen van de achterman.
3
, 1. Wanneer het vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen van de
tussenpersoon, kan er geen beroep worden gedaan op het
vertrouwensbeginsel.
ii. Feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen.
c. Hieruit kan naar verkeersopvattingen een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid
worden afgeleid.
2. Bekrachtiging (art. 3:69 BW)
a. De volmachtgever kan de onbevoegd verrichte rechtshandeling achteraf bekrachtigen, als
de wederpartij nog niet heeft verklaard de rechtshandeling als ongeldig te beschouwen.
Stap 2: Geen gerechtvaardigd vertrouwen en geen bekrachtiging?
- Gevolg (art. 3:70 BW): De pseudo-gevolmachtigde is schadeplichtig, omdat hij in beginsel instaat
voor het bestaan en de omvang van de volmacht.
- In twee gevallen is hij niet schadeplichtig:
1. Indien de wederpartij weet of behoort te weten dat een toereikende volmacht ontbreekt.
2. Indien de gevolmachtigde de inhoud van zijn volmacht volledig aan de wederpartij heeft
medegedeeld.
Stap 3: Aansprakelijkheid tegenover de volmachtgever
- De volmachtgever kan de gevolmachtigde op grond van art. 6:74 BW aansprakelijk stellen
wegens het schenden van zijn verplichtingen.
Stappenplan: Het verval van een aanbod
- Een aanbod kan op drie manieren vervallen: door tijdsverloop, verwerping of herroeping.
Stap 1: Is het aanbod vervallen door tijdsverloop? (art. 6:221 lid 1 BW)
1. Er is een aanvaardingstermijn opgenomen:
a. Het aanbod kan binnen de gestelde termijn worden aanvaard.
b. Na het verstrijken van de termijn vervalt het aanbod.
c. Het aanbod is in beginsel onherroepelijk gedurende deze termijn (art. 6:219 lid 1 BW).
2. Er is geen aanvaardingstermijn opgenomen:
a. Mondeling aanbod: Vervalt wanneer het niet onmiddellijk wordt aanvaard.
b. Schriftelijk aanbod: Vervalt wanneer het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard.
- Let op (art. 6:223 BW): De aanbieder kan een te late aanvaarding alsnog als tijdig beschouwen,
mits hij dit onverwijld aan de wederpartij meedeelt.
Stap 2: Is het aanbod vervallen door verwerping? (art. 6:221 lid 2 BW)
- Heeft degene tot wie het aanbod is gericht het aanbod afgewezen?
- Gevolg: Het aanbod vervalt door de verwerping.
Stap 3: Is het aanbod vervallen door herroeping? (art. 6:219 BW)
1. Is het aanbod herroepelijk?
a. Een aanbod kan in beginsel worden herroepen.
b. Een aanbod is niet herroepelijk als het een termijn voor aanvaarding bevat of als de
onherroepelijkheid op andere wijze uit het aanbod volgt.
c. Ook een aanbod waarin een optie is bedongen, is in beginsel onherroepelijk.
2. Is het aanbod tijdig herroepen?
a. De aanbieder moet het aanbod herroepen voordat de aanvaarding is verzonden.
b. Het moment van verzending van de aanvaarding is beslissend, ook als deze de aanbieder
nog niet heeft bereikt.
c. De herroepingsverklaring moet de wederpartij tijdig hebben bereikt.
- Gevolg: Bij een geldige herroeping vervalt het aanbod.
4