K ENNIS VAN GEZONDH EID EN INZICH TEN IN ZIEK ZIJN – les 1
Gen etica
De wetenschap die erfelijkheid en variatie in organismen bestudeert.
Gregor Mendel: erfelijkheidswetten op basis van erwtenplanten
Ontdekking van DNA als dragen van erfelijke informatie (Avery, Watson & Crick, Rosalind Franklin)
Ontwikkeling van de moleculaire genetica en de genoomwetenschappen
Gen otype en fen otype
genotype fenotype
Genetische of erfelijke samenstelling van een Zichtbare of meetbare eigenschappen van het
individu, die het complement is van alle aanwezige individu of organisme
genen (het genoom)
Samen met de invloed van de omgeving bepaalt het genotype het fenotype van een individu of organisme.
Sommige kenmerken zijn puur genetisch (bv. bloedgroep),
terwijl andere sterk door de omgeving worden beïnvloed (bv.
gewicht).
Gr egor Men del
= een Oostenrijkse monnik en wetenschapper die bekend staat als de vader van de genetica
hij voerde baanbrekend onderzoek uit naar de overerving van eigenschappen bij erwtenplanten
Mendeliaanse over er ving
homozygoot dominant AA beide allelen zijn dominant
heterozygoot Aa één dominant en één recessief allel
homozygoot recessief aa beide allelen zijn recessief
1
, 1. Wet van Dominantie
Sommige eigenschappen zijn dominant en overschaduwen
recessieve eigenschappen
2. Wet van Segregatie
Elke ouder draagt 2 kopieën van een gen, maar geeft er
slechts één door aan het nageslacht
Dit verklaart waarom recessieve eigenschappen in latere
generaties weer kunnen verschijnen
3. Wet van Onafhankelijke Assortiment
Verschillende genetische eigenschappen worden
onafhankelijk van elkaar doorgegeven
Dit geldt alleen voor genen die niet op hetzelfde
chromosoom liggen
H oe is on ze gen etische code opgebouw d?
Genen worden gevormd door de opeenvolging van basen in het nucleïnezuur in de celkern
DNA = Desoxyribo Nucleic Acid
4 basen:
o adenine (A)
o thymine (T)
complementaire basenparing
o guanine (G)
o cytosine (C)
Dubbele helix (spiraal)-structuur
suiker-fosfaat-ruggengraat: de zijkanten van de helix bestaan uit afwisselende moleculen van
suiker (desoxyribose) en fosfaat
5’-uiteinde: hier zit een vrije fosfaatgroep (PO₄³⁻)
3’-uiteinde: hier zit een vrije hydroxylgroep (-OH), waaraan nieuwe nucleotiden kunnen worden
gekoppeld
2