• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 34 pages
Resume

Samenvatting casussen | Farmacotherapie op maat | UU

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 34 pages

Deze samenvatting behandelt de casussen die aanbond komen in het vak Farmacotherapie op maat (FA-MA102) aan de Universiteit Utrecht. De aandacht gaat uit naar gegeneraliseerde angststoornis, sociale angststoornis, paniekstoornis en therapieresistente depressie, met gedetailleerde informatie over pathogenese, neurotransmitterrollen en de betrokken hersengebieden (amygdala, CSTC-baan). Voor elk ziektebeeld worden behandelschema's uitgewerkt met specifieke medicatie (SSRI's, SNRI's, benzo's) en switchschema's voor medicatieoverstap. Deze notities zijn ideaal voor examenvoorbereiding en bieden een praktisch overzicht van farmacotherapeutische keuzes bij angststoornissen. Succes! :)

Aperçu du contenu

1: Angststoornissen
Pathogenese angst:
- Een angststoornis en depressie kunnen qua symptomen erg op elkaar
lijken, het is daarom noodzakelijk dat er een goede diagnose plaatsvindt,
om de patiënt zo goed mogelijk te kunnen
helpen
- De amygdala:
 Belangrijke rol bij angst, de amygdala heeft
output naar veel verschillende hersendelen:
 OFC & ACC  angstgevoelens
 PAG van de hersenstam  motorische
angstresponses (fight or flight)
 Hypothalamus  HPA-as activatie;
verhoogde coritsol (op lange termijn kan
dit leiden tot cardiale problemen)
 PBN  veranderingen in de ademhaling
 LC  autonome veranderingen: verhoogde hartslag en bloeddruk
 Hippocampus  traumatische herinneringen kunnen de amygdala
stimuleren (dit is een samenspel)
- De CSTC-baan:
 Belangrijk rol bij zorgen maken
 DLPFC  striatum  thalamus 
DLPFC; leidt tot zorgen maken
o Heel veel verschillende
neurotransmitters spelen
een belangrijke rol bij de
regulatie hiervan (5HT,
GABA, glutamaat, NE, etc.)
Gegeneraliseerde angststoornis:
- Kenmerken: toegenomen alertheid,
vermoeidheid, concentratie- en
slaapproblemen én uiteraard
gegeneraliseerde angst/ zorgen maken
- Beleid:
1. SSRI’s/ SNRI’s/ buspiron
 (Es)citalopram, sertraline, fluoxetine
 Venlafaxine, duloxetine
 Buspiron
 Eventueel; benzo’s om de eerste paar weken van de behandeling te
overbruggen
2. Andere SSRI/ SNRI/ agomelatine
 (Es)citalopram, sertraline, fluoxetine
 Venlafaxine, duloxetine
 Agomelatine  indien er sprake is van veel serotonerge klachten
3. Pregabaline of lorazepam
4. Een ander middel van stap 3
Sociale angststoornis:

, - Kenmerken: verwachte paniekaanvallen,
angst voor sociale activiteiten, agorafobie
(pleinvrees), gedragsveranderingen, fobische
vermijding, zorgen maken over blootstelling
- Beleid:
1. SSRI’s
 (Es)citalopram, sertraline, fluoxetine
 Eventueel; benzo’s om de eerste paar
weken van de behandeling te
overbruggen
2. Ander SSRI/ SNRI
 (Es)citalopram, sertraline, fluoxetine
 Venlafaxine
3. MAOI
 Fenelzine
4. Chronisch benzodiazepinegebruik
 1e keus, middel met een lange t1/2 (zoals lorazepam)
Paniekstoornis:
- Kenmerken: geanticipeerde angst (het zorgen
maken over de angst/ paniek), onverwachte
paniekaanvallen, gedragsveranderingen en
fobische vermijding
- Beleid:
1. SSRI/ SNRI
 (Es)citalopram, sertraline, fluoxetine
 Venlafaxine, duloxetine
 Eventueel; benzo’s om de eerste paar
weken van de behandeling te overbruggen
o Dit is het ergste bij een PS; de paniek kan de eerste weken erg
toenemen  daarom langzaam insluipen
2. Een ander SSRI/ SNRI
 (Es)citalopram, sertraline, fluoxetine
 Venlafaxine, duloxetine
3. TCA
 Clomipramine, imipramine
4. MAOI
 Fenelzine
5. Chronisch benzodiazepinegebruik
 1e keus, middel met een lange t1/2 (zoals lorazepam)
Geneesmiddelen:
- SSRI’s
 Werking:
 Remming van SERT  meer 5HT in de synaptische spleet
o Escitalopram
o Citalopram
o Sertraline
o Fluoxetine
 Bijwerkingen:

,  5HT3  misselijkheid/ maag-darmklachten
 5HT2C  remming eetlust
 5HT2A  seksuele disfuncties
 Evidence:
 GAS: +
 SAS: +
 PS: +
- SNRI’s
 Werking:
 Remming SERT & NET  meer 5HT en NE in de synaptische spleet
o Venlafaxine  remming NET bij hoge concentraties
o Duloxetine  remming SERT en NET bij het gehele dosisbereik
 Bijwerkingen:
 De bovengenoemde serotongerge bijwerkingen + noradrenerge
bijwerkingen (tachycardie, veranderde bloeddruk, duizelingen)
 Evidence:
 GAS: +
 SAS: + (alleen venlafaxine)
 PS: + (alleen venlafaxine)
- TCA’s
 Werking:
 Remmen SERT en NET  meer 5HT en NE in de synaptische spleet
 Bijwerkingen:
 5HT2C blokkade: gewichsttoename
 M1 blokkade: anticholinerge bijwerkingen (droge mond, obstipatie)
 H1 blokkade: sedatie
 Alfa1 blokkade: duizeligheid & orthostatische hypotensie
 Verlaagde cognitie (vooral bij ouderen)
 Evidence:
 GAS: -
 SAS: -
 PS: + (imipramine, clomipramine)
- Benzodiazepinen
 Werking:
 Positieve allosterische modulator van GABA; openen Cl- kanalen 
remming van excitatie
 Bijwerkingen:
 Slaperigheid, sufheid, verminderde alertheid, tolerantie
 Evidence:
 GAS: +
 SAS: +
 PS: +
- Pregabaline
 Werking:
 Binding aan α2δ-domein VGCC’s  minder Ca2+ instroom 
glutamaat-afgifte ↓
 Bijwerkingen:
 Duizeligheid, slaperigheid, hoofdpijn
 Evidence:
 GAS: +

,  SAS: -
 PS: -
- Buspiron
 Werking:
 5HT1A-agonist  minder anxiolytische effecten
 Bijwerkingen:
 Duizeligheid, licht gevoel in het hoofd
 Evidence:
 GAS: +
 SAS: -
 PS: -
- MAOI  fenelzine (IRIMAB)
 Werking:
 Remming van MAO, waardoor er meer neurotransmitters intact
blijven
 Bijwerkingen:
 Slaapstoornissen, droge mond, duizeligheid
 TYRAMINE-ARM DIEET!!!!
 NIET MET SSRI’s!!!
 Evidence:
 GAS: -
 SAS: +
 PS: +
- Agomelatine
 Werking:
 Melatonine-agonist; meer NE en DA in de FC
 Bijwerkingen:
 Hoofdpijn, slaperigheid, slapeloosheid
 Evidence:
 GAS: + (met name bij serotonerge bijwerkingen)
 SAS: -
 PS: -
Cognitieve gedragstherapie:
- Therapie i.p.v. farmacotherapie
 Effectief gebleken
 Cognitief  rationaliseren
 Therapie  ‘exposure’


2: Schizofrenie
Schizofrenie:
- Kenmerken:
 Nature (genetica) versus nurture (drugsgebruik, traumatische
gebeurtenissen, etc.)
 Dit leidt vervolgens tot dysregulaties in het glutamaat-, dopamine-
en serotoninesysteem, maar ook tot abnormale LTP (sterker maken
van synapsen; belangrijk voor geheugen) en tot abnormale
synaptische plasticiteit

Infos sur le Document

Cours
Publié le
20 octobre 2026
Nombre de pages
34
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
$6.91

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
13
Abonnés
2
Éléments
25
Dernière vente
5 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions