• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 47 pages
Summary

Samenvatting Studiemateriaal Cariologie | Mondzorg | Arteveldehogeschool | 2026/2027

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 47 pages

Studiemateriaal voor het vak Cariologie binnen de opleiding Mondzorg aan Arteveldehogeschool. Het document behandelt fundamentele onderwerpen zoals tandgezondheid, cariësvorming, tandstructuur, glazuurontwikkeling, erosie en preventie. Uitstekend voor examenvoorbereiding en als handige naslaggids voor het begrijpen van de ecologie van cariës en risicofactoren. 16/20 behaald!

Content preview

Cariologie
Hoofdstuk 1
Gezondheid = toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk
welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken
(WHO)

Mondgezondheid = toestand zonder pijn, kanker, infecties, parodontale
problemen, cariës, missende elementen, en andere aandoeningen die bijten
kauwen lachen en praten beperken, gepaard met psychosociaal welzijn



Cariës = lokale vernietiging van hard tandweefsel doordat suikers in voeding
worden omgezet in organische zuren die zorgen voor demineralisatie van glazuur
—> verlies van hard tandweefsel

Andere aandoeningen van harde tandweefsels  erosie, attritie, abrasie,
abfractie
& ontwikkelingsdefecten zoals hypoplasie (onvoldoende glazuur) en
hypomineralisatie (niet goed gevormd)  gebeurt tijdens de amelogenesis
(glazuurontwikkeling)

Ecologie = dynamiek van wisselwerking tussen organismen met hun
levensgemeenschappen en populaties, de abiotische omgeving en de
wisselwerking daartussen binnen een afgebakende eenheid.

Cariës = gevolg van interactie tussen  tand, speeksel, MO



Tand bestaat uit  glazuur, dentine, pulpa, wortelcement

Ontwikkeling, normale doorbraaktijden:
 1e melktand: 6-8 maand
 Volledig melkgebit: 2,5j
 Eerste definitieve tand: 5-6j
 Laatste definitieve tand: 18j



Cariësgevoelige plaatsen:
Melkgebit  occlusaal + approximaal
Def gebit  occlusaal, foramen caecum, approximal, cervical/wortel opp
(ouderen)

,Morfologische structuren

Occlusaal
 Pitten en fissuren: fossae (put), intersegmentale fissuren (op knobbels),
marginosegmentale fissuren (door id vlak), foramen caecum




Approximale vlakken
 Breedte en locatie approxiaal cc molaar > premolaar
o Frontaal licht cc punt
o Dorsaal = vlak cc punt meer plaque retentie
 Curvactuur (concaviteit approximaal)
o Convex = bol PM
o Concaaf = uitgehold profiel M  plaque retentie

Cervicale glazuurdentinegrens en wortels
Gezonde gingiva  CEJ thv marginale gingiva, onregelmatig en ruw waardoor MO
makkelijk plakken
 CEJ = cemento enamel junction, grens tussen anatomische kroon en wortel
 glazuur gaat over in wortel
Wortels ouderen:
 Plaque bevorderende plaats ivm ruwheid van dentine
 Geen macromorfologische structuren  makkelijkere plaqueretentie
 Gingivale recessies  meer wortel opp bloot  meer plaque-accumulatie
 snelle cariësontwikkeling




Glazuur
Amelogenesis = glazuurvorming
 Glazuur wordt gevormd door ameloblasten
 Secretoire fase  secretie proteïne + partiele vervanging door
mineraal. Proteïne maakt vorm van de tand, stukje word vervangen
door mineraal

, Maturatie fase  grootste deel proteïne wordt vervangen door mineraal
90/95%
 Einde van amelogenesis is net voor eruptie element. 90/95% van
proteïne




Chemische compositie en structuur apatiet kristallen
Glazuur is een kristallijne structuur bestaande uit 3 componenten:
1. calcium ionen Ca5 2+
2. fosfaat ionen (PO4)3 3-
3. hydroxi ionen OH –

Glazuur bestaat uit calciumfosfaat  Ca5(PO4)3(OH) of hydroxyapatiet (HAP)
 Kleinste entiteit
 Hexagonale kristallen van 40nm diameter, 100-1000mnm lengte

Varianten zijn mogelijk door substitutie van ionen in HAP (OH-)
 FHAP (fluor)
 CHAP (carbotaatgemodificeerd)
 MHAP (magnesium-gemodificeerd)
Het OH ion wordt vervangen door, F, Mg, CO3.
Fluor zorgt voor een compactere struuctuur dus minder ruimte tussen de ionen
wat zorft voor minder oplosbaarheid en minder gevoeligheid voor zuren. Het is
van belang dat de diameter van fluor en hydroxt ion verschilt voor compactere
structuur..

VOLGORDE OPLOSBAARHEID: FHAP < HAP < CHAP/MHAP

A. De kristallen vormen staafjes of prisma’s
B. Prisma’s lopen van dentine naar het tandoppervlak
C. Kristallen lopen grotendeels gelijk/parallel met de prisma’s

Glazuurprisma’s:
A. Zorgen voor relatie en oriëntering in het glazuur

, B. Cariësproces in glazuur verloopt evenwijdig tussen deze interkristallijne
structuur

Interkristallijne ruimtes:
 De alignatie (rangschikking) van de kristallen is overal identiek behalve aan
de periferie (buitenkant): andere richting dan centraal.

Glazuur structuur
 Glazuur is doorzichtig
 Goed gemineraliseerd glazuur is translucent, onderliggend dentine bepaalt
kleur
 Wanneer volume van interkristallijne ruimtes vergroot wordt het licht
gescattered (verspreid) en gereflecteerd waardoor een wittere kleur ontstaat
 incisale vlak snijtand is translucent doordat licht door glazuur schijnt, dentine
absorbeert en reflecteert licht wat zorgt voor een donkere structuur in de
kern, licht gaat door glazuur door symmetrische samenstelling van
gealligneerde hydroxyapatiet samenstelling
 melktanden zijn poreuzer dan definitieve  wittere kleur
o melktanden hebben minder gerangschikte HAP kristallen waardoor er
meer absorbtie en reflectie van licht is dus witter oogt
o cariës proces verloopt sneller in melktanden door minder mooie
rangschikking, die toxinen dringen dieper door hierdoor

glazuur macroscopisch  glad
glazuur microscopisch  vertoont ontwikkelingsdefecten (puitjes en barstjes).
Deze anatomische ruwheden worden “Tome’s process pits’ genoemd, MO kunnen
hier in schuilen. Dit zijn eigenlijk afgestorven ameloblasten die zich daar met
epitheelcellen heeft gesmolten en zorgt voor micro putjes in glazuur


glazuur is het hardste weefsel in het lichaam, is oplosbaar in zuur <5,5pH, bevat:
HAP, FHAP, CHAP EN MHAP



Dentine en pulpa
 dentine wordt gevormd door Odontoblasten
 continue formatie secundair dentine met reductie pulpakamer.
 Gewicht: 70% anorg, 18% org, 12% water
o Organisch deel = 90% collageen
 Anorganisch deel + HAP kristallen kleiner dan in glazuur

Bestaat uit:
1. Dentinetubuli  bevat odontoblastenuitlopers
2. Peritubulair dentine  buitenste gedeelte dentinetubuli, grootste
mineralisatie graad, beschermt een beetje
3. Intertubulair dentine  tussen tubuli

Pulpa = enkel weefsel, geen anorganisch materiaal (min)

Document information

Study
Uploaded on
October 19, 2026
Number of pages
47
Written in
2026/2027
Type
Summary
$11.71

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
10
Last sold
4 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions