Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 118 pages
Summary

Samenvatting Thema (H)erkennen van verschillen

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 118 pages

Samenvattingen van de volgende boeken: - Praktijkboek leerlingenzorg - Leer als een speer - Het oudere kind. Ontwikkelingspsychologie bij leerlingen van 8 tot 14 jaar

Content preview

Thema (H)erkennen van verschillen
Pabo 3. Studiejaar 2014-2015
Specialisatie OK

Maas, A. (2009). Het oudere kind. Groei en ontwikkeling bij leerlingen van 8 tot 14 jaar.
Hoofdstuk 2, 4.2 en 5.

Brandhof, J.W. van den (2009). Leer als een speer. Alle hoofdstukken.

Bongaards, B., Sas, J. (2012) Praktijkboek leerlingenzorg. Hoofdstuk 1 t/m 7 en 18.

,Hoofdstuk 2 – De ontwikkeling van de hersenen en leermogelijkheden van het kind
2.1 Anatomie van het zenuwstelsel
Er is maar één soort zenuwcellen in de hersenen, ruggenmerg en zenuwen. Die hebben
veel verbindingen met elkaar.
De grote hersenen hebben drie belangrijke functies: zij verzamelen informatie, interpreteren
die informatie en besturen de reactie op deze informatie.

2.1.1 Micro-anatomie van het zenuwstelsel
BESTUDEER FIGUUR 2.1 OP BLADZIJDE 32
Zenuwcellen bestaan altijd uit een cellichaam, enkele dunne uitlopers (dendrieten) en
meestal één langere uitloper (axon). De dendrieten ontvangen prikkels en het axon verstuurt
ze. Het axon is omgeven door een wit, vetachtig, isolerend laagje dat de myelineschede
wordt genoemd. Dendrieten en cellichamen zijn nooit omgeven door myeline.
De meeste cellichamen liggen in de buitenste laag van de hersenen, de zogenoemde
hersenschors. De hersenschors is maar een paar millimeter dik en heeft een heel groot,
geplooid oppervlak. Daardoor lijken de hersenen op een walnoot. Cellichamen liggen niet
alleen in de hersenschors, maar ook in allerlei kernen dieper in de hersenen, zoals het
limbische systeem.
In geprepareerde hersenen zien cellichamen en dendrieten er grijs uit, vandaar de naam
grijze stof. De axonen met hun myelineschede vormen de witte stof. Zij vormen de uitgaande
verbindingen tussen de zenuwcellen. Het verschil tussen de grijze en de witte stof wordt
vaak gebruikt om de ontwikkeling van de hersenen te volgen. De verhouding tussen de grijze
en de witte stof verandert namelijk in de loop van de ontwikkeling en onder invloed van leren.
Volwassen hersenen bestaan uit ongeveer honderdmiljard zenuwcellen. Elke zenuwcel
ontvangt prikkels vanuit andere zenuwcellen en geeft ook prikkels door aan andere
zenuwcellen. De plaats waar de prikkeloverdracht van de ene zenuwcel naar een andere
zenuwcel plaatsvindt wordt synaps genoemd.

Steuncellen
Behalve de vele zenuwcellen telt het zenuwstelsel nog eens tien tot vijftig keer zoveel
steuncellen. Bij de geboorte is het aantal verbindingen tussen zenuwcellen nog gering, maar
die nemen tijdens de kinderjaren flink toe. Hierdoor zijn de hersenen juist in deze periode het
meest gevoelig voor leren.
De steuncellen zorgen voor onder andere voor:
- Isolatie van het axon door de vorming van een myelineschede;
- Bescherming tegen ziektekiemen;
- De bekleding van de hersenen, de hersenkamers en het ruggenmerg;
- De vorming en stroming van het hersenvocht, die functioneert als schokdemper;
- De afvoer van afvalstoffen en de aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof.

Zenuwcellen, dendrieten en axonen
De zenuwcellen bestaan uit een cellichaam en twee typen uitlopers: dendrieten en meestal
één axon. Dendrieten zijn meestal vrij kort en ontvangen prikkels van andere zenuwcellen en
vervoeren die naar het cellichaam toe. Alle zenuwcellen zijn prikkelbaar: ze kunnen een
prikkel ontvangen en geven. Zo’n prikkel is een elektrisch stroompje en wordt actiepotentiaal
genoemd.
Het axon geleidt de prikkel altijd van het cellichaam af en kan wel een meter lang zijn. De
snelheid waarmee de prikkel door een axon heen gaat, is 1 tot 100 meter per seconde. Het
uiteinde van een axon is meestal sterk vertakt en het uiterste puntje van elke tak is iets
verbreed tot een eindknopje. Er zit een myelineschede om het axon heen zodat de prikkel
onderweg niet weglekt.

, Eén axon kan wel duizend eindknopjes met synapsen hebben en daarmee contact maken
met duizend andere zenuwcellen. Via dendrieten en het cellichaam kan één cel tot wel
honderdduizend prikkels ontvangen. Sensorische zenuwcellen ontvangen prikkels uit je
lichaam (via tastzenuwen, pijnzenuwen of zintuigen). Motorische zenuwcellen geven
impulsen van de hersenen door aan je lichaam (aan spieren en hormoonklieren).

Synapsen geven de prikkels door
BESTUDEER FIGUUR 2.2 OP BLADZIJDE 33
De contactplaatsen tussen axonen enerzijds en dendrieten of cellichamen anderzijds worden
synapsen genoemd. Tussen het uiteinde van een axon en een dendriet of cellichaam van
een andere zenuwcel ligt de synapsspleet. Als een zenuwcel ‘vuurt’, geeft het een elektrisch
stroompje door. Het eindknopje van het axon scheidt dan neurotransmitters af, dat zijn als
het ware boodschappermoleculen. Die neurotransmitters hechten zich aan receptoren op het
cellichaam of de dendriet. Daardoor wordt die cel geactiveerd en ‘vuurt’ hij ook. Op die
manier remt hij, via de synapsspleet en de vrijkomende neurotransmitters, de volgende cel.
Neurotransmitters zijn chemische stoffen. Het soort neurotransmitter bepaalt of een
prikkel gestimuleerd of geremd wordt. Er bestaan ongeveer vijftig verschillende
neurotransmitters. Het effect van de neurotransmitter op de ontvangende zenuwcel is tijdelijk
omdat enzymen in de synapsspleet de neurotransmitter snel onwerkzaam maken.
Elke prikkel die wordt doorgegeven heeft ongeveer dezelfde grootte. Bij een synaps
gaat het altijd om eenrichtingsverkeer: de elektrische prikkel uit het axon wordt als
chemische prikkel in de synapsspleet doorgegeven aan een dendriet of cellichaam van een
volgende zenuwcel. In dendriet, cellichaam en axon wordt dit weer een elektrische prikkel,
enzovoort. Voor elke synaps is er een specifieke neurotransmitter, die een chemische reactie
veroorzaakt in de dendriet of het cellichaam van de volgende zenuwcel.
Een zenuwcel ontvangt meestal verschillende prikkels, van zowel stimulerende als
remmende zenuwcellen. De interacties tussen zenuwcellen zijn complex. Synapsen op
dendrieten en cellichamen kunnen met duizenden andere zenuwcellen in verbinding staan,
waarvan sommige stimulerende neurotransmitters afgeven en andere juist remmende. Of
een ontvangende zenuwcel de prikkel doorgeeft, hangt af van het totaal aantal stimulerende
en remmende prikkels dat de zenuwcel ontvangt. Als een zenuwcel alleen stimulerende
prikkels zou ontvangen en doorgeven, zou het alle naburige zenuwcellen activeren en
ontstaat er een lawine van stimulerende prikkels. Zo’n lawine vindt plaats tijdens een grote
epileptische aanval.
Zenuwcellen die vaak tegelijk vuren, versterken hun synaptische verbindingen. Er
ontstaan dan functionele netwerken. Deze toename van synapsen wordt synaptogenese
genoemd en is heel belangrijk bij leren. Bij zenuwcellen die juist weinig gebruik worden,
verdwijnen de synapsen. Dit wordt pruning genoemd en is te zien als het wegsnoeien van
overbodig geworden synapsen. Dit proces is verantwoordelijk voor het vergeten van eerder
geleerde dingen. Use it, or loose it. Dit principe van synaptogenese en pruning is nog niet
zolang geleden ontdekt en wordt plasticiteit genoemd. Deze plasticiteit maakt de hersenen
flexibel.
Hoewel structuur van de hersenen in onze genen vastligt, worden sommige,
veelgebruikte verbindingen sterker. Andere weinig gebruikte verbindingen worden zwakker of
verdwijnen. Hersenen, gedrag en omgeving beïnvloeden elkaar continu door het proces van
synaptogenese en pruning. We zien eerst een forse toename van het aantal verbindingen
tussen zenuwcellen en daarna wordt er flink gesnoeid zodat er veel minder verbindingen
overblijven. De verbindingen die overblijven, worden versterkt. Dit heet myelinisatie.

2.1.2 Macro-anatomie van het zenuwstelsel

Document information

Study
Uploaded on
January 14, 2015
Number of pages
118
Written in
2014/2015
Type
Summary
$7.20

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Larissa94
3.9
(13)
Sold
88
Followers
67
Items
35
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions