• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 13 pages
Summary

Samenvatting Belangrijke juridische termen

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 13 pages

De belangrijke juridische termen aangebracht in de cursus worden hier opgelijst en beschreven.

Content preview

Belangrijke (juridische) termen
Deel 1: Algemene inleiding tot het recht
 Recht: een geheel van gedragsregels die afdwingbaar gesteld zijn door de
overheid.
 Gedragsregel: voorschriften die worden opgelegd om ons gedrag in een
bepaalde richting te sturen, ze drukken uit “wat anders kan, maar niet anders
mag”.
 Afdwingbaar(heid): de aanwezigheid van technieken, sancties, waarmee de
naleving van de gedragsregels wordt gewaarborgd.
 Uitvaardigen: gemaakt/tot stand gebracht wordt door de overheid.
 Sanctie: als je andere strafrechtelijke regels overtreedt krijg je sanctie
 Straf: enkel opgelegd bij misdrijven
 Misdrijf: schending van welbepaalde rechtsregels, namelijk strafrechtsregels.
 Rechtspraak: geheel van rechterlijke uitspraken over de geschillen die hen
worden voorgelegd.
 Rechtsleer: geheel van de publicaties waarin rechtsgeleerden hun
opvattingen over het recht meedelen.
 Rechtszekerheid: doel van rechtsregels, door rechtsregels weten mensen
beter waar ze aan toe zijn, wat hen te wachten staat als ze zich op een
bepaalde manier gedragen, en hebben ze minder het gevoel aan willekeur
onderworpen te zijn.
 Rechtsbronnen: verschillende vormen waarin het recht kan worden
uitgedrukt, 5 rechtsbronnen in België: wet, gewoonte, algemene
rechtsbeginselen, rechtsspraak, rechtsleer.
 Wet in materiële zin: ieder algemeen bindend voorschrift dat door een
bevoegde overheid wordt uitgevaardigd.
 Wet in formele zin: elke beslissing van de wetgevende macht.
 Algemeen bindend: het voorschrift is niet slechts van toepassing voor één
of meerdere concrete personen, maar het is wel gericht tot een onbepaald
aantal personen.
 Gewoonte: gevestigde gebruiken die door de gemeenschap als bindende
rechtsregels worden beschouwd.
 Algemene rechtsbeginselen: ongeschreven gedragsregels die op een
bepaald ogenblik essentieel worden geacht voor de samenleving. (belangrijker
dan rechtsgewoonten)
 Publiekrecht: regelt de organisatie en werking van de overheid en de relatie
van de overheid met de burgers. Volgende rechtstakken behoren tot
publiekrecht: grondwettelijk recht, bestuursrecht, strafrecht, fiscaal recht en
gerechtelijk recht.
 Privaatrecht: regelt de verhoudingen tussen burgers onderling. Volgende
rechtstakken behoren tot privaatrecht: handelsrecht, burgerlijk recht,
huwelijksvermogensrecht, overeenkomstenrecht, onrechtmatige daad,
zakenrecht en erfrecht.
 Grondwettelijk recht: bevat de fundamentele regels van het publieksrecht:
belangrijkste regels over de inrichting en de werking van de verschillende

, staatsmachten + fundamentele rechten en vrijheden van de burgers
(=mensenrechten).
 Administratief recht: bestuursrecht, regelt de werking en de structuur van
de organen van de uitvoerende macht, voor zover dit niet geregeld is door
andere rechtstakken.
 Strafrecht: bestaat uit de regels m.b.t. het opleggen van strafsancties.
 Fiscaal recht: geheel van regels m.b.t. het heffen en innen van de
belastingen.
 Gerechtelijk recht: procesrecht, bevat de regels m.b.t. de organisatie, de
bevoegdheid en werking van de rechtscolleges, de manier waarop men moet
procederen, de rechtsmiddelen tegen een rechterlijke uitspraak kunnen
worden aangewend, de uitvoering van rechtelijke uitspraken.
 Gerechtelijk privaatrecht: !publiekrecht!, gerechtelijk recht van toepassing
op geschillen van privaatrechtelijke aard.
 Strafprocesrecht: strafvorderingsrecht, gerechtelijk recht dat voorschrijft
hoe misdrijven worden vervolgd en bestraft.
 Burgerlijk recht: regelt de verhoudingen tussen burgers in het algemeen,
alle regels gelden voor alle burgers zonder onderscheid van stand of beroep.
 Personenrecht: valt onder burgerlijk recht, regels over wie rechten en
plichten kan hebben ten opzichte van anderen, vanaf wnr en tot wnr, en of hij
deze rechten en plichten zelf en zelfstandig kan uitoefenen.
 Familierecht: valt onder burgerlijk recht, regels m.b.t. de verhoudingen
tussen echtgenoten, tussen ouders en kinderen, tussen personen die uit de
echt scheiden of uit de echt gescheiden zijn, en in mindere mate tussen
ongehuwd samenwonenden.
 Huwelijksvermogensrecht: regels m.b.t. de verhouding tussen gehuwden,
op het vlak van vermogen.
 Overeenkomstrecht: verhoudingen die ontstaan op basis van een
overeenkomst (huurder-verhuurder, koper-verkoper, …).
 Zakenrecht: rechten die burgers kunnen laten gelden t.o.v. allerhande
soorten goederen.
 Erfrecht: erfrechtelijke verhouding tussen erflater en erfgenamen.
 Arbeidsrecht: gemengde rechtstak, regelt de (arbeids)verhoudingen tussen
werkgevers en werknemers.
 Sociale zekerheidsrecht: gemengde rechtstak, regelt de verschillende
sociale voorzieningen (overheidstegemoetkomingen).
 Gemengde rechtstak: mengsel van publiekrecht en privaatrecht.
 Aanvullend recht: rechtsregels die men naast zich neer mag leggen ALS
men een andere, afwijkende regeling heeft afgesproken bv. de
huwelijksstelsels.
 Dwingend recht van openbare orde: beschermt de meest belangrijke en
fundamentele maatschappelijke waarden en belangen.
 Dwingend recht dat niet van openbare orde is: ook van dit recht mag
nooit worden afgeweken, maar het staat ‘een trapje lager’ dan het dwingend
recht van openbare orde = de afwijking wordt slechts met relatieve nietigheid
gesanctioneerd (alleen de persoon die door de rechtsregel beschermd wordt,
kan zich op de nietigheid beroepen).

,  Absolute nietigheid: nietigheid die door iedereen kan worden ingeroepen en
zelfs, ambtshalve, door de rechtbank, kan niet hersteld worden en kan enkel
worden ingeroepen indien de regel, die niet werd nageleefd, behoort tot het
dwingend recht van openbare orde.
 Relatieve nietigheid: nietigheid die enkel kan worden ingeroepen door de
belanghebbende partij (partij die door de rechtsregel beschermd wordt), kan
worden ingeroepen indien de niet nageleefde rechtsregel behoort tot het
dwingend recht dat niet van openbare orde is.

Deel 2: Staatsrecht
 Staatsrecht: bevat de fundamentele regels van het publiekrecht, behandeld
de inrichting en de werking van de verschillende staatsmachten, alsook de
fundamentele rechten en vrijheden van burgers.
 Democratie: in een democratie worden de burgers ‘door zichzelf’ gestuurd,
ze nemen deel aan de machtsuitoefening.
 Representatieve democratie: er is een indirecte vertegenwoordiging = de
burgers worden vertegenwoordigd door personen die ze zelf gekozen hebben.
 Rechtsstaat: (1)staat waarin niet alleen gezagsonderhorigen, maar ook de
gezagsdragers zich moeten houden aan de rechtsregels (2)staat waar de
gezagsdragers niet om het even welke regels kunnen opstellen, hun
bevoegdheid is beperkt door de fundamentele regels en vrijheden van de
burgers (3)staat waar er onafhankelijke rechtbanken aanwezig zijn, die
beslissen over geschillen tussen burgers onderling of tussen de burgers en de
overheid.
 Monarchie: de Koning is juridisch staatshoofd, maar feitelijk berust het
staatsbestuur bij de regering.
 Driemachtenleer: indien alle macht geconcentreerd is bij een enkeling of
kleine groep zal dit leiden tot machtsmisbruik en willekeur, daarom is het
noodzakelijk om de verschillende machten te verdelen door de verschillende
staatsfuncties toe te wijzen aan afzonderlijke organen (Wetgevende,
Uitvoerende en Rechterlijke macht).
 Wetgevende macht: wetgevende functie = het opstellen van algemeen
bindende, abstracte regels.
 Uitvoerende macht: uitvoerende of administratieve functie = toepassen van
de abstracte regels in de praktijk en het dagelijkse bestuur.
 Rechterlijke macht: rechterlijke functie = het beslechten van geschillen die
rijzen bij de toepassing van de regels van de Wetgevende Macht en van de
uitvoeringsmaatregelen van de Uitvoerende Macht.
 Administratief:
 Federalisme: de macht is verdeeld tussen het geheel (de federale staat) en
de delen (de deelstaten of deelgebieden).
 Gemeenschappen: soort deelgebied; Vlaamse, Franse en Duitstalige
Gemeenschap.
 Gewesten: soort deelgebied; Vlaams, Waals en het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest.
 Grondgebonden aangelegenheden: de gewesten regelen deze; ruimtelijke
ordening, leefmilieu en waterbeleid, landinrichting en natuurbehoud, de
huisvestiging, het landbouwbeleid, economie, energiebeleid, …
 Persoonsgebonden aangelegenheden: de gemeenschappen regelen deze;
cultuur, onderwijs, taalgebruik, …

Document information

Study
Uploaded on
January 14, 2015
Number of pages
13
Written in
2013/2014
Type
Summary
$4.04

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Mitta_27
1.0
(1)
Sold
11
Followers
10
Items
7
Last sold
4 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions