DEEL 11: OMGAAN MET STRESS
11.1 WAT IS COPING?
Transactionele model van Lazarus: grootste impact op de conceptualisering van
coping
o Psychologische stress: ontstaat in een spanningsveld tussen de persoon en
zijn omgeving (wanneer de persoon denkt dat zijn draagkracht
ontoereikend is voor de draaglast)
Coping: de stressor vervangen/anders interpreteren -> minder bedreigend worden
o Coping= dynamisch proces, constellatie van cognities en gedrag
betrokken, zowel primaire als secundaire beoordeling van gebeurtenissen
o Emoties die beoordelingen oproepen, kunnen door coping worden gewijzigd
o Stressor verdwijnt niet, kan wel op de achtergrond geraken
5 belangrijke functies van coping:
o Effect van schadelijke externe omstandigheden verminderen
o Tolereren van of zich aanpassen aan negatieve gebeurtenissen
o Behouden van een positief zelfbeeld
o Behouden van emotioneel evenwicht + verminderen emotionele stress
o Behouden van relatie met de omgeving en anderen
Coping: kan cognitief, gedragsmatig, actief of passief zijn -> 2 belangrijkste
indelingen van coping:
o Indelingen die een verschil maken tussen probleemgericht en
emotiegerichte coping
o Indelingen die een verschil maken tussen aanpakgerichte coping en
vermijding
Bij kinderen is er een verschil tussen :
o Primaire controlecoping die werken op de stressor
o secundaire controlecoping die bestaan uit pogingen tot aanpassing op de
stressor
controlecoping: Controlecoping is het omgaan met stress door actief te proberen
de situatie te beheersen of te veranderen om zo de stress te verminderen.
terugtrekkingscoping: coping die bestaat uit pogingen om terug te trekken van
de stressor of de emoties die ontstaan, door het gebruik van ontkenning,
vermijding, …
copingsdimensies (tabel)
- probleemgerichte coping: cognitief of gedragsmatige pogingen tot coping
gericht op de stressor met als doel het verminderen van de eisen ervan of doen
toenemen van iemands bronnen. Bv: studieplan maken voor aankomende
examens die voor stress zorgen
- Emotiegerichte coping: cognitieve pogingen tot coping gericht op het omgaan
met de emotionele respons op de stressor. Bv: luisteren naar ontspannende
muziek tijdens een stressmoment
- Aandacht, actief : gericht zijn op het omgaan met de bron van stress,
gedragsmatige pogingen om met de coping om te gaan
1
, WC5 gezondheidspsychologie
11.1.1 STIJLEN VAN COPING EN STRATEGIEËN VOOR COPING
Copingstijlen zijn niet gerelateerd aan de context of de stressor: ze horen bij de
persoonlijkheid van de mens
Coping: is dynamisch -> mensen wisselen tussen copingmechanismen afhankelijk
van de situatie
Van Zuuren en Dooper: controlegerichte coping is gecorreleerd aan
ziektedetectie en aan preventief gedrag
Roussi en Miller: controle doet de kennis van een persoon over
gezondheidsdreiging toenemen -> lage tevredenheid met de info, hoger risico en
hoger negatief affect
-Lowe: in de maanden na een hartaanval -> tegelijk een vorm van passieve coping en
actieve, probleemgerichte coping toepasten.
- Macrodimitris en Endler: mensen met diabetes -> zowel instrumentele als afleiding
gerichte copingstrategieën toegepast
WAT IS ADAPTIEVE COPING?
- Probleemgerichte of aandachtgerichte coping -> meer kans op aanpassing wanneer
iets gedaan wordt om de stressor te veranderen
- Gedragsmatige voorbeelden van emotiegerichte coping: uiten van emotie, zoeken van
emotionele steun
RESPONSIEVE ZIJN
-Copingsmodel van Lazarus: moeilijk te voorspellen welke strategieën in welke situaties
adaptief zijn -> probleemgerichte en emotiegerichte strategieën zijn onderling afhankelijk
-Onderzoek van Tennen: kans op emotiegerichte strategieën veel groter wanneer ook
probleemgerichte strategieën worden toegepast
FLEXIBILITEIT VAN COPING
Vaak worden verschillende soorten coping tegelijk gebruikt
Voor adaptief te zijn moet het flexibel zijn
COPING DOOR EMOTIONELE AANPAK
Emotiegerichte coping is adaptief: positieve herbeoordeling van de reacties van
een individu op een gebeurtenis positieve emoties oproepen
o Positieve emoties -> verruimen wat een persoon wil doen op dat moment
o Ook wel het verruim en bouw-model genoemd
Copingsmechanisme heeft een effect op een ziekte:
o Positieve copingmechanismen zoals vechtlust kunnen een positief effect
hebben op ziekte
2