DEEL 6 GEDRAGSVERANDERING MECHANISMEN
6.1 HET ONTW V INTERVENTIES VOOR DE VOLKSGEZONDHEID
= opgezet om gezondheidsgedragingen in populaties te veranderen
technieken hiervoor moeten daarop uiteenlopen van breed toegankelijke
benaderingen tot kleinere, gerichte interventies die zich op individuele behoeften
richten.
voor een interventie word ontwikkeld moeten de betrokkenen bepalen op welke
gedragingen ze zich gaan richten + hoe best word uitgevoerd
Model voor ontwikkelen, implementeren en
evalueren van volksgezondheidsprogramma’s
PRECEDE= richt zich op het analyseren van
gezondheidsproblemen door sociale,
epidemiologische en gedragsmatige factoren te
onderzoeken.
PROCEDE= helpt bij de implementatie en
evaluatie van interventies.
het precede-element worden er uiteenlopende psychosociale variabelen vastgelegd, die
als doel gebruikt kunnen worden:
- predisponerende factoren = kennis, overtuigingen, persoonlijke voorkeuren,
bestaande vaardigheden en zelfeffectiviteit in relatie tot de gewenste
gedragsverandering
- faciliterende factoren = kenmerken van de omgeving die gedragsverandering
kunnen faciliteren en de vaardigheden of hulpmiddelen die nodig zijn om de
gewenste verandering te realiseren
- Versterkende factoren = factoren die gewenste gedragsverandering belonen of
bekrachtigen, met inbegrip van sociale steun, economische beloningen en sociale
normen
Ook alle politieke, sociale en omgevingsinvloeden in aanmerking genomen die een
gedragsverandering kunnen faciliteren =>5 fasen
Fase 1: sociale diagnose = planners verkrijgen inzicht in de gezondheidsproblemen die
van invloed zijn op de kwaliteit van leven van een gemeenschap en de leden ervan +
lokale mensen betrokken bij planningsproces
Fase 2: diagnose obv epidemiologie, gedrag en omgeving
Epidemiologische beoordeling = identificatie & beoordeling van
gezondheidsproblemen, specifiek voor groep & de gedragsmatige en
omgevingsinvloeden ervan
1
, WC2 mens en gezondheid
Omgevingsdiagnose = analyse van sociale en fysieke omgevingsfactoren die aan
doelgedragingen gekoppeld zijn.
Misschien beleidsveranderingen voor nodig
Fase 3: onderwijskundige & ecologische diagnose
= het prioteriseren van de gedragingen die bij fase 2 zijn geïdentificeerd + wijzen waarop
die gedragingen kunnen veranderen
= vaststellen factoren relevant + invloed gedragsveranderingen bestudeerd +
waarschijnlijkheid van gedragsveranderingen bestudeerd
Fase 4: overheids- en beleidsdiagnose
= programma consistent met het beleid van de organisatie waarvan deel uitmaakt
Fase 5: programma-implementatie:
= de implementatie van de geplande interventie waarbij 3 momenten in het proces
worden geëvalueerd: -
- Proces = deed het programma voor wat het bedoeld was?
- Effect = welk effect had de interventie op de doelgedragingen?
- Uitkomst = welke langetermijneffecten op gezondheid gerealiseerd?
ZIE SCHEMA DIA 21
6.2 STRATEGIËN OM RISICOGEDRAG TE VERMIJDEN
Precede-proces = geen rekening met optimale interventies voor verandering in elk
domein
Vergroten van motivatie
Veranderen van overtuigingen & attitudes
Stimuleren om naar gewenst doel te werken
= psychologische toestand te onderzoeken van de personen waarop een bepaald
beinvloedingsprogramma is gericht.
via gefaseerde verandermodel
5 fasen die iemand kan doormaken
1. Precontemplatie: overweegt geen verandering.
2. Contemplatie: overweegt verandering, maar zonder gedachten over de exacte
aard of de wijze waarop deze kan worden verwezenlijkt.
3. Voorbereiding: plant hoe de verandering te verwezenlijken.
4. Verandering: is actief bezig met verandering.
5. Onderhoud of terugval: houdt de verandering vol (gedurende langer dan 6
maanden) of valt terug.
6.2.1 MOTIVEREN TOT VERANDERING
INFORMATIEVERSTREKKING
2