Inhoud
Veiligheidsbeleid..........................................................................................1
HF1: veiligheidsbeleid...............................................................................2
1.1 Veiligheid.........................................................................................2
1.2 Beleid...............................................................................................5
HF2: veiligheidsbeleid als overheidsbeleid.............................................13
2.1 Er is meer dan overheid alleen......................................................13
2.2 Governance of Security.................................................................15
HF3: veiligheidsbeleid in België..............................................................20
3.1 De genese van het Belgisch veiligheidsbeleid...............................21
3.2 De belangrijkste beleidsactoren en hun rol in het veiligheidsbeleid
.............................................................................................................33
3.3 De verschillende veiligheidsplannen toegelicht.............................44
HF 4: Het beleidsproces..........................................................................70
4.1 Problemen op de agenda...............................................................71
4.1.1 problemen en agenda’s..............................................................73
4.1.2 Agendavorming..........................................................................75
4.1.3 Hoe onderwerpen van de agenda afgaan...................................78
4.2 Beleidsvoorbereiding: het ontwerpen van beleid..........................79
4.2.1 Stap 1: de analyse van de opdracht tot het ontwerpen van een
beleid...................................................................................................82
4.2.2 Stap 2: de analyse van de probleemsituatie...............................83
4.2.3 Stap 3: de analyse van de oorzaken en gevolgen van de
probleemsituatie..................................................................................85
4.2.4 Stap 4: het formuleren van het einddoel....................................86
4.2.5 Stap 5: het overwegen van de beleidsinstrumenten en hun
effecten: het instrumentenmodel........................................................87
4.2.6 Stap 6: het ontwerpen van de beleidsuitvoering........................90
4.2.7 Stap 7: het afwegen van de kosten en baten.............................92
4.2.8 Stap 8: de uiteindelijke formulering van het beleidsontwerp.....93
4.3 De beleidsbepaling........................................................................94
, 4.4 De beleidsuitvoering- en opvolging...............................................95
4.5 Beleidshandhaving........................................................................98
4.6 Beleidsevaluatie..........................................................................100
4.6.1 Kenmerken van evaluaties........................................................101
4.6.2 Beleidsevaluaties op verschillende momenten.........................102
4.6.3 Samenvattend..........................................................................103
5. Gastcollege Bestuurlijk Handhaven – Stad Oostende (Actueel thema 2:
Bestuurlijke Handhaving)......................................................................104
Actueel thema 1: Drugsbeleid in België: integraal en geïntegreerd?....111
Actueel thema 2: Bestuurlijk handhaven..............................................116
Actueel thema 3: Burgerparticipatie in lokale veiligheid......................118
HF1: veiligheidsbeleid
1.1 Veiligheid
Wat is veiligheid?
- objectief (feiten = cijfers vb. criminaliteitscijfers, justitiële cijfers) versus subjectief
(veiligheidsbeleving, gevoel)
- fysieke veiligheid/safety (niet-menselijke oorsprong vb. pandemie, natuurramp), sociale
veiligheid/security (menselijke oorsprong vb. criminaliteit, leefbaarheid)
- intern/extern
- politiereglement = lokale regelgeving
- wie maakt de GAS-wetgeving = FOD Binnenlandse Zaken
- wie kan overtredingen vaststellen = politie of gemeenschapswacht met
vaststellingsbevoegdheid
Oorsprong en betekenis van “veiligheid”
Middeleeuwse herkomst
o Woorden: veilich en felig.
o Betekenis toen: trouw, dierbaar, vriendelijk (Boutellier, 2002).
Traditioneel gebruik
o Veiligheid = geborgenheid en vertrouwdheid.
, o Iemand voelt zich veilig wanneer hij beschermd wordt door zijn vertrouwde
omgeving.
o Biedt een vorm van zekerheid (Boutellier, 2005).
Latijnse oorsprong
o Securitas = “zonder (se) zorgen (cura)”.
o Verwijst naar bescherming van leven en goed binnen landsgrenzen én
bescherming van de staat tegen externe dreiging (Bauwens, 2014).
Moderne invulling
o Veiligheid wordt tegenwoordig vooral geassocieerd met risico of gevaar
(Boutellier, 2005).
Evolutie van het begrip “onveiligheid”
Tot de jaren ’80 – “Sensu stricto”
Onveiligheid = inbreuken door criminaliteit, zoals omschreven in de strafwet (De
Pauw et al., 2012).
Strafbare gedragingen staan centraal.
Vanaf de jaren ’80 – “Sensu lato”
Door incidenten als Heizeldrama, Bende van Nijvel en CCC-aanslagen verbreedt de
invulling van onveiligheid.
Nieuwe kijk op onveiligheid in strategische documenten van politie en justitie.
Omvat niet alleen criminaliteit, maar ook:
o Verstoring van leefbaarheid.
o Overlast.
o Gevoelens van onveiligheid over de eigen leefomgeving.
Definitie: ongewenste verstoring van een sociaal systeem, ervaren als bedreigend
en/of gepaard gaand met personele of materiële schade.
Dimensies van veiligheid
, Veiligheid kan psychologisch (gevoelens, angst, vertrouwen) én lichamelijk (fysieke
bescherming) ervaren worden.
De verstoring kan een menselijke oorsprong hebben (bv. criminaliteit) of een niet-
menselijke oorsprong (bv. natuurrampen).
Veiligheid is altijd verbonden met risico’s (kans op schade of bedreiging).
Drie kernindelingen
Objectieve vs. subjectieve (on)veiligheid
Objectieve veiligheid
o Feitelijke aanwezigheid of afwezigheid van bedreigingen zoals misdrijven,
rampen, ongevallen.
o Gebaseerd op meetbare, “harde” gegevens.
Subjectieve veiligheid
o Gevoelens en percepties van mensen om slachtoffer te worden.
o Wordt beïnvloed door:
Persoonlijke kwetsbaarheid
Media-aandacht
Psychische toestand
Sociale vs. fysieke (on)veiligheid
Sociale onveiligheid
o Van menselijke oorsprong (ongeacht intentie, schade of leed).
o Voorbeelden: criminaliteit, vandalisme, geweld.
Fysieke onveiligheid
o Van niet-menselijke oorsprong.
o Voorbeelden: natuurrampen, epidemieën, ongevallen, technologie
Interne vs. externe veiligheid
Interne veiligheid
o Aantasting van interne systemen (bv. binnen België).