Hoofdstuk 2: zenuwstelsel
2.1 Bouwstenen vh zenuwstelsel
WAAROM HET ZENUWSTELSEL
Hersenen = orgaan dat denkt en reacties controleert
- Dementie, bewegingen, alcohol- en nicotineverslaving, depressie → hersenen
BOUWSTENEN
- Neuronen (zenuwcellen) in hersenen en ruggenmerg
- Neuronen w gemaakt vr de geboorte mr er komen er bij, ze sterven ofc ook af
- Omgevingsfactor: alcohol → FOETALE ALCOHOL SYNDROOM: als moeder
alcoholverslaafd is tijdens zwangerschap verloopt de ontwikk vd neuronen bij het kind
anders en treden er problemen op → laag IQ, motorische moeilijkheden, hyperactiviteit
(alcohol komt in bloed kind)
DELEN VAN NEURON
-
Dendriet = ‘antennes’: smalle vezels die signaal vn andere neuronen/cellen
ontvangen
- Axon: lange vezels die informatie doorgeven aan andere neuronen/cellen
COMMUNICATIE TSSN NEURONEN
(1): neuron die geen signaal ontvangt/verstuurt = in rust
(2): dendriet ontvangt signaal, chemische stofjes verschuiven nr axonhiel, als hier ACTIEPOTENTIAAL
w bereikt zal cel vuren → het vuren = elektrisch signaal
Neuronen liggen niet tegen elkaar dus geen elektrisch signaal maar chemisch signaal
(3) 2 factoren bepalen snelheid vh doorgeven van info
- Dikte van axon: hoe dikker diameter axon, hoe sneller de signaalgeleiding
- Aanwezigheid myelineschede (dun laagje vet om axon met af en toe een
onderbreking = KNOOP VAN RANVIER): actiepotentiaal springt van knoopt tot
knoop (HEEL SNEL)
(4) myelinisatie w voltooid op latere leeftijd (cognitieve vermogen bij jonge kids is kleiner), indien we
echt ouder w breekt de myelineschede weer af
, (5) SYNAPS = plaats waar chemisch signaal w doorgegeven → actiepotentiaal bereikt axonuiteinde,
neurotransmitter komt vrij, komen in synaps terecht, zetten zich vast aan spec receptoren in
dendrieten vn volgend neuron
- EXCITATORISCH signaal: sommige neurotransmitters verhogen kans op actiepotentiaal in
ontvangende neuron
- INHIBITORISCH signaal: sommige neurotransmitters verlagen kans op actiepotentiaal in
ontvangende neuron
Geneesmiddelen en drugs ku ingrijpen in dit proces
- DOPAMINE: schizofrenie (te veel), Parkinson (te weinig)
- SEROTONINE: depressie (te weinig)
2.2 Overzicht van het zenuwstelsel
ONDERDELEN VAN ZENUWSTELSEL
(1) CENTRALE ZENUWSTELSEL
(1) Hersenen: complexe acties
(2) Ruggenmerg: eenvoudige reflexen
(2) PERIFERE ZENUWSTELSEL
= alles buiten hersenen en ruggenmerg. BEVATTEN SENSORISCHE EN MOTORISCHE NEURONEN
(3) SOMATISCHE ZENUWSTELSEL (interactie met buitenwereld): bewuste controle mog
Sensorische neuronen: buiten → hersenen (CZS)
Motorische neuronen: hersenen (CZS) → buiten
(4) AUTONOME ZENUWSTELSEL (controleert inwendige): geen controle over mogelijk
Sensorische neuronen: info vn inwendige organen → CZS
Motorische neuronen: spieren inwendige organen en werking klieren controleren
(5) SYMPATISCH ZENUWSTELSEL: energie verbruiken, in actie zijn
(6) PARASYMPATISCH ZENUWSTEL: energie herstel, in rust
Organen ontvangen signalen van (para)sympatisch zenuwstelsel en reageren hierop
2.3 Hersenen
HERSENSTAM
(1) MEDULLA OBLONGATA: controle autonome functies (hartslag en ademhaling
(2) PONS (net boven MEDULLA OBLONGATA): doorgeefluik → verbind lichaam met hersenen +
kruisen vd zenuwbanen
(3) MESENCEPHON = middenhersenen: belangrijk vr beweging (degradatie vn neuronen in dit
gebied → Parkinson)
(4) FORMATIO RETICULARIS: centrum hersenstam (loopt van MEDULLA OBLONGATA tot
MESENCEPHON): rol bij slapen en ontwaken
KLEINE HERSENEN (CEREBELLUM): IN TWEEVOUD
- Bewegingscontrole en evenwicht: als je te veel alcohol hebt gedronken heeft dat invloed op
cerebellum (evenwichtsverlies als dronken)
- Rol bij supervisie van cognitieve processen: niet per se het uitvoeren van de processen zelf,
maar het COÖRDINEREN zodat juist uitgevoerd
2.1 Bouwstenen vh zenuwstelsel
WAAROM HET ZENUWSTELSEL
Hersenen = orgaan dat denkt en reacties controleert
- Dementie, bewegingen, alcohol- en nicotineverslaving, depressie → hersenen
BOUWSTENEN
- Neuronen (zenuwcellen) in hersenen en ruggenmerg
- Neuronen w gemaakt vr de geboorte mr er komen er bij, ze sterven ofc ook af
- Omgevingsfactor: alcohol → FOETALE ALCOHOL SYNDROOM: als moeder
alcoholverslaafd is tijdens zwangerschap verloopt de ontwikk vd neuronen bij het kind
anders en treden er problemen op → laag IQ, motorische moeilijkheden, hyperactiviteit
(alcohol komt in bloed kind)
DELEN VAN NEURON
-
Dendriet = ‘antennes’: smalle vezels die signaal vn andere neuronen/cellen
ontvangen
- Axon: lange vezels die informatie doorgeven aan andere neuronen/cellen
COMMUNICATIE TSSN NEURONEN
(1): neuron die geen signaal ontvangt/verstuurt = in rust
(2): dendriet ontvangt signaal, chemische stofjes verschuiven nr axonhiel, als hier ACTIEPOTENTIAAL
w bereikt zal cel vuren → het vuren = elektrisch signaal
Neuronen liggen niet tegen elkaar dus geen elektrisch signaal maar chemisch signaal
(3) 2 factoren bepalen snelheid vh doorgeven van info
- Dikte van axon: hoe dikker diameter axon, hoe sneller de signaalgeleiding
- Aanwezigheid myelineschede (dun laagje vet om axon met af en toe een
onderbreking = KNOOP VAN RANVIER): actiepotentiaal springt van knoopt tot
knoop (HEEL SNEL)
(4) myelinisatie w voltooid op latere leeftijd (cognitieve vermogen bij jonge kids is kleiner), indien we
echt ouder w breekt de myelineschede weer af
, (5) SYNAPS = plaats waar chemisch signaal w doorgegeven → actiepotentiaal bereikt axonuiteinde,
neurotransmitter komt vrij, komen in synaps terecht, zetten zich vast aan spec receptoren in
dendrieten vn volgend neuron
- EXCITATORISCH signaal: sommige neurotransmitters verhogen kans op actiepotentiaal in
ontvangende neuron
- INHIBITORISCH signaal: sommige neurotransmitters verlagen kans op actiepotentiaal in
ontvangende neuron
Geneesmiddelen en drugs ku ingrijpen in dit proces
- DOPAMINE: schizofrenie (te veel), Parkinson (te weinig)
- SEROTONINE: depressie (te weinig)
2.2 Overzicht van het zenuwstelsel
ONDERDELEN VAN ZENUWSTELSEL
(1) CENTRALE ZENUWSTELSEL
(1) Hersenen: complexe acties
(2) Ruggenmerg: eenvoudige reflexen
(2) PERIFERE ZENUWSTELSEL
= alles buiten hersenen en ruggenmerg. BEVATTEN SENSORISCHE EN MOTORISCHE NEURONEN
(3) SOMATISCHE ZENUWSTELSEL (interactie met buitenwereld): bewuste controle mog
Sensorische neuronen: buiten → hersenen (CZS)
Motorische neuronen: hersenen (CZS) → buiten
(4) AUTONOME ZENUWSTELSEL (controleert inwendige): geen controle over mogelijk
Sensorische neuronen: info vn inwendige organen → CZS
Motorische neuronen: spieren inwendige organen en werking klieren controleren
(5) SYMPATISCH ZENUWSTELSEL: energie verbruiken, in actie zijn
(6) PARASYMPATISCH ZENUWSTEL: energie herstel, in rust
Organen ontvangen signalen van (para)sympatisch zenuwstelsel en reageren hierop
2.3 Hersenen
HERSENSTAM
(1) MEDULLA OBLONGATA: controle autonome functies (hartslag en ademhaling
(2) PONS (net boven MEDULLA OBLONGATA): doorgeefluik → verbind lichaam met hersenen +
kruisen vd zenuwbanen
(3) MESENCEPHON = middenhersenen: belangrijk vr beweging (degradatie vn neuronen in dit
gebied → Parkinson)
(4) FORMATIO RETICULARIS: centrum hersenstam (loopt van MEDULLA OBLONGATA tot
MESENCEPHON): rol bij slapen en ontwaken
KLEINE HERSENEN (CEREBELLUM): IN TWEEVOUD
- Bewegingscontrole en evenwicht: als je te veel alcohol hebt gedronken heeft dat invloed op
cerebellum (evenwichtsverlies als dronken)
- Rol bij supervisie van cognitieve processen: niet per se het uitvoeren van de processen zelf,
maar het COÖRDINEREN zodat juist uitgevoerd