Hetero-anamnese is een gesprek waarbij je de anamnese afneemt maar niet bij de patiënt, zoals bij
kinderen, mensen met dementie
Anamnese
Speciele anamnese: anamnese die specifiek is voor de klacht (ALTIS: aard, locatie, tijd,
intensiteit, andere symptomen)
Algemene anamnese: algemene vragen die nodig zijn om een beeld te krijgen wat er aan
de hand is, zoals koorts, gewicht, voorgeschiedenis, medicijngebruik, OTC (over the counter
medicatie: NSAID), familieanamnese: bepaalde ziektes in familie (hart, suikerziekte,
kanker), intoxicaties (roken, alcohol, drugs), allergieën
Tractus anamnese: een bepaald orgaansysteem (tractus respiratoires, tractus digestives,
tractus vasculair) met bepaalde vragen over dat systeem.
Bijvoorbeeld pijn op de borst bij inspanning, hoesten
Lichamelijk onderzoek
Inspectie: kijken naar patiënt, meten van bijvoorbeeld bloeddruk
Percussie: kloppen met je vingers op bijvoorbeeld longen
Auscultatie: luisteren met stethoscoop naar bijvoorbeeld hart en longen
Palpatie: voelen met je handen bij patiënt, inwendig en
uitwendig
Lichamelijk onderzoek: inspectie
Glasgow coma scale: bewustzijnsniveau checken dmv
punten
AVPU: awake, verbal stimulation, painful stimulation,
unresponsive
Anemie = bloedarmoed checken bij ooglid
Icterus = oogwit wordt geel
Problemen met lever/galblaas: je ziet geel door bilirubine
door afbraak van rode bloedcellen. Bilirubine hoopt zich
vervolgens op en dan wordt je geel.
Cyanose = blauw worden, te weinig zuurstof in het bloed.
Verhoogde centraal veneuze druk = in de hals door problemen met het hart
Dyspneu = kortademigheid
Pitting oedeem = vocht vasthouden waarbij een putje krijgt na drukken
Lichamelijk onderzoek: percussie
Sonoor = normaal geluid van longen (trommelgeluid)
Hypersonoor = te veel lucht in de longen (diepere trommel), bijv klaplong en emfyseem
Gedempt = vocht in de longen en de organen
Wisselende tympanie = tussen sonoor en gedempt, bij abdomen normaal
Lichamelijk onderzoek: auscultatie
Hart: ritme, kleppen en souffles (= ruis, afwijkingen)
Longen: vesiculair is normaal ademgeruis, bijgeluiden die afwijkend kunnen zijn
Abdomen: beoordeling van darmperistaltiek: levendig, spaarzaam, afwezig (abnormaal)
Differentiaaldiagnose (DD) is een lijst met mogelijke oorzaken van klachten/symptomen.
Aanvullend onderzoek:
Bloed
o Frequent aangevraagd bloedonderzoek:
Nierfunctie: (ureum, creatinine) eGFR = estimated glomerulaire filtratie ratio
Hematologie, infectieparameters,
Ontstekingswaarden
Stelping/stolling
Allergie
Tumormarkers
Leverfunctie
Endocrinologie
Urine en ontlasting
o Screening met stick: bloed, eiwit, bacteriën
o Sediment: vaste stof bevat cellen en bacteriën
, o Kweek: bacteriën checken en welke antibiotica werkt ertegen
o Cytologie
Sputum(slijm)/pus/biopt(weefsel wegnemen)/punctie(naald weghalen)
Beeldvormig onderzoek (RX, echo, MRI, CT-scan)
Functie onderzoek
o ECG/fietstest: hartonderzoek
o EEG = Electro Encefalo Gram = activiteit van het brein
o Longfunctieonderzoek
Divers aanvullend
o Pathologie: biopten/puncties/cytologie
o Scopie: brocho(luchtwegen), gastro(maag), colo(dikke darm)
Top 10 geneesmiddelen
1. Macrogolcombinaties = obstipatie
2. Pantoprazol = maagklachten
3. Indifferente cremes en zalven = huidproblemen
4. Amoxiciline = bacteriele infectie
5. Omeprazol = maagklachten
6. Metoprolol = bloeddruk
7. Oestrogeen = pil
8. Salbutamol = astma
9. Kunsttranen
10. Amlodipine = bloeddruk
Pijnschema pijnstillers bij nociceptieve pijn
Bij lichte tot matige pijn: paracetamol
Bij acute spier- en gewrichtspijn: NSAID
Indien onvoldoende resultaat: NSAID oraal
Indien onvoldoende resultaat: switch NSAID
Indien onvoldoende resultaat: zwakwerkend opioid (tramadol)
Indien onvoldoende resultaat: sterkwerkend opiod (morfine)
, Ontstekingsleer en allergie
Klinische pathologie: H3.1 + H3.2 + H3.5
Afweer
Commensalen = micro-organismen die onder andere op de huid en in de darmen leven
zonder dit te schaden, ze dringen niet dieper door. Vanaf onze geboorte bestaan wij al voor
10^14 uit micro-organismen.
Alle weefsel onder de huid en slijmvliezen zijn gewoonlijk steriel
Afweersysteem voorkomt dat micro-organismen binnendringen
Bij het falen van het afweersysteem kunnen commensalen/pathogenen binnendringen en
een infectie veroorzaken. Bijvoorbeeld darmbacteriën (e. Coli) via plasbuis in blaas een
blaasontsteking
Afweer Onderdeel Functie
Lokale barrières Huid & Houden micro-organismen buiten
slijmvliezen Maag en vagina → remt micro-organismen
Zuur milieu Voeren slijm en micro-organismen uit luchtwegen af
Trilharen Spoelt micro-organismen uit urinewegen
Urineflow Bezet ruimte → ziekteverwekkers krijgen minder kans (goedaardige
Commensale flora micro-organismen)
Aspecifieke / aangeboren Neutrofiele Ruimen micro-organismen op door fagocytose
afweer / innate immunity granulocyten Fagocytose van ziekteverwekkers
Monocyten → Micro-organisme opnemen en afbreken met enzymen
macrofagen
Fagocytose
Kenmerk Reageert niet specifiek op één antigeen
Specifieke / verworven afweer T-lymfocyten
T-helpercel Coördineert immuunreactie
Cytotoxische T-cel Doodt geïnfecteerde cellen
T-suppressor Remt immuunreactie als alles tot rust is gekomen
T-geheugencel Zorgt voor snellere reactie bij volgende blootstelling
B-lymfocyten
B-plasmacel Maakt antistoffen
B-geheugencel Herkent antigeen sneller bij volgende blootstelling
Kenmerk Specifiek gericht tegen een bepaald antigeen; eerste reactie komt na enkele
dagen op gang
Ontsteking = inflammatie
Reactie van het lichaam op een schadelijke prikkel, die schadelijke prikkel kan van alles
zijn, zoals een micro-organisme (bacterie, virus, schimmel) of invloeden van buitenaf
(verbranding).
Infectie geeft vrijwel altijd een ontsteking, maar niet elke ontsteking komt door een infectie.
Vrijkomen van ontstekingsmediatoren (prostaglandinen, histamine)
Kan overal in het lichaam optreden
Lokale en algemene ontstekingsverschijnselen (warmte, pijn, koorts, moe, zwelling)
Te herkennen aan het einde van een woord – itis (otitis = oorontsteking)
, Oorzaken ontsteking/inflammatie
Infectie
o Bacteriën: e. Coli, streptokokken, stafylokokken
o Gisten/schimmels: candida
o Protozoen: malaria, toxoplasmose (eencellig met celkern)
o Virussen: covid, influenza, RS, rota
o Wormen: aarsmaden, lintworm
Steriele ontstekingen: verbranding, snee van mes
Ontsteking is dus niet gelijk aan infectie!
Besmettingsroutes van infecties
Aerogeen: via de lucht, ademhaling
(faeco)oraal: inslikken (van ontlasting), besmette voorwerpen, besmet water (noro)
Seksueel: via genitale slijmvliezen
Hematogeen: via bloed, besmette naalden, bloedtransfusie
Cutaan: via de huid, beschadiging van de huid die kwetsbaar is
Steriele ontstekingen
Oorzaak Voorbeelden Wat gebeurt er?
Mechanische Vallen, stoten, steekverwonding, Weefselbeschadiging → ontstekingsreactie
schade verkeersongeval
Fysische schade Hitte/verbranding, koude, straling Beschadiging van cellen/weefsel
Chemische schade Alcohol, rookstoffen, Chemische prikkel → ontstekingsreactie
schoonmaakmiddelen
Allergenen Pollen, huisstofmijt, medicatie Overdreven afweerreactie op zichzelf onschadelijke stof
Auto-immuniteit Reuma, diabetes type 1, MS Afweersysteem valt eigen lichaam aan
Auto-immuniteit
Afweersysteem richt zich tegen lichaamseigen (auto-)antigenen
Complexe ontstaanswijze
Chronisch, maar wisselend verloop van deze ziektes
Vaak behandeling nodig met ontstekingsremmende medicatie, zoals prednison, ibuprofen,
naproxen, diclofenac onderdrukking van afweersysteem waardoor je vatbaarder bent
voor andere ziektes
Voorbeelden: lupus, MS, psoriasis, scolitis ulcerosa, diabetes type I, reuma, ziekte van
Crohn, Hashimoto (traag werkende schildklier)
Verschijnselen ontsteking/inflammatie
Type Verschijnsel Betekenis / oorzaak
Lokaal Rubor → roodheid Vasodilatatie → meer bloedtoevoer (histamine)
Calor → warmte Vasodilatatie → meer bloedtoevoer (histamine)
Tumor → zwelling ↑ capillaire permeabiliteit → vocht/eiwitten naar weefsel (histamine) = afname colloïd
Dolor → pijn osmotische druk
Functio laesa Zenuwuiteinden gevoeliger (prostaglandinen)
Functieverlies → door weefselschade, pijn en zwelling
Algemeen Vermoeidheid/malaise Algehele ziekheid
Koorts/verhoging ↑ temperatuur-setpoint (prostaglandinen)
↑ Leukocyten
↑ CRP/BSE
Ontstekingswaarden: CRP door lever
Overige Infiltraat Ophoping van ontstekingsvocht tussen de cellen in de weefsels
Abces Ophoping van pus in een tevoren niet bestaande holte (pus is een combi van dode
Empyeem leukocyten en levende micro-organismen)
Sepsis Ophoping van pus in een tevoren bestaande holte (galblaas)
Bloedvergiftiging, bloeddrukdaling en eventuele dood als gevolg
Restverschijn Fistel (pijpzweer) Abnormale verbinding tussen een holte en de huid of tussen twee holten, meestal
selen overblijfsel van een abces wat zich ontlast heeft.
Dwangstand van een lichaamsdeel, bijvoorbeeld bij reuma
Contracturen Vernauwing in holle organen, bijvoorbeeld van slokdarm na schoonmaakmiddel drinken
Stenosering of stenose van eileiders na onbehandelde SOA
Ontstekingsmediatoren
Prostaglandinen
Histamine