DEEL 4 – GERIATRIE
1. BEGRIPPEN
1.1 PRIMAIRE EN SECUNDAIRE VEROUDERING
Primair = biologisch veroudering
(kalenderleeftijd) Secundair = pathologische veroudering
Iedereen maakt dit mee + (ziektes)
onomkeerbaar Kan biologische veroudering versnellen
Lauter endogeen – genetische Endogene en exogene ziekte
achtergrond Exogene factor: roken, alcohol, UV-licht
Wanneer behoort iemand tot de ouderen?
Arbitrair wordt meestal uitgegaan van de pensioensleeftijd = 65 jaar
Wanneer spreken we van een geriatrische patiënt?
Een oudere die een complex ziektebeeld toont als gevolg van een veelvoud van stoornissen in
de lichamelijke en geestelijke functies, uiteenlopende ziekten en/of een ontregelde sociale
situatie.
Conclusie: niet elke zieke oudere is een geriatrische patiënt
Geriatrische patiënt = veel complexer dan enkel ziek zijn + geestelijk + ontregelt sociaal leven
1.2GERONTOLOGIE (WETENSCHAP)
Gerontologie houdt zich bezig met bestuderen van (veranderingen):
Fysische, sociale en mentale veranderingen bij ouderen
Biologische vs. Pathologische veroudering
Biogerontologie: kennis van de biologische veroudering
Invloed op samenleving – bevolkingspiramides (politiek wordt hier ook bij bestudeert)
Richtlijnen – omgaan met ouderen, preventie bij ouderen
1.3GERIATRIE (GENEESKUNDE)
Geriatrie is de vorm van geneeskunde die zich richt op preventie, diagnostiek en behandeling
van ziekten die wat betreft hun oorzaak samenhangen met veroudering van de patiënt.
Geriatrie kan niet bestaan zonder de achterliggende kennis van de gerontologie.
Vooral een focus op levenskwaliteit ipv kwantiteit – mensen comfortabel laten verder leven
Behoudt van zelfstandigheid
Behandeling van ziektes – multipathologie
Verzorgen van geriatrische patient – ouderen voelen minder, kunnen pathologie moeilijker
plaatsen
Ouderen hebben een minder hoge reserve capaciteit
Bv. Bij extreme temperaturen, corona-virus,
1
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD – Pathologie en comorbiditeit – deel 4: Geriatrie
2. NATUURLIJKE/ BIOLOGISCHE VEROUDERING
2.1 LEVENSVERWACHTING
Onderscheid tussen mannen < vrouwen
Komen in laatste jaren dichter naar elkaar
Secundaire veroudering speelt hierbij
Totale levensverwachting is hoger
Gezondheidszorg, beeldvorming, hygiënische preventie
Goed ontwikkelde en minder ontwikkelde gebieden
Kloof wordt minder groot
Technieken van hier beter transp. nr die minder ontw. Landen
2.2VERGRIJZING
Dubbele vergrijzing = meer ouderen + leven langer
Wat weten we zeker over vergrijzing? (Conclusies WHO)
De vergrijzing zoals we ze nu zien is ongezien in de geschiedenis van de mensheid, en zal alleen
maar toenemen
De vergrijzing is een wereldwijd verschijnsel
Vergrijzing is blijvend: we zullen niet terugkeren naar de (grotere) jonge bevolking die onze
voorouders kenden.
Evolutie gezondheidszorg
De vergrijzing heeft ingrijpende gevolgen voor de vele facetten van het menselijk leven.
Meer voedsel nodig, financiele gevolgen, meer mensen in gezondheidszorg nodig,
huisvesting – appartement
2
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD – Pathologie en comorbiditeit – deel 4: Geriatrie
2.3LANGER LEVEN OF BETER LEVEN?
Geriator gaat anders redeneren dan pediator
Gaat meer kijken naar levenskwaliteit dan genezing
2.4ZIEKTECOMPRESSIE
grafiek = ideaalbeeld
Streven naar optimale curve
Patiënten zo lang mogelijk ziektevrij - compressen houden
2.5HET VEROUDERDINGSPROCES: SYSTEEMTHEORIE
Rate of living hypothese
Men vertrekt binnen organisme met specifieke hoeveelheid energie en wanneer energie op is, is
het gedaan
Immunologische verouderingstheorie – afweersysteem
Oudere patienten hebben een daling in hoeveelheid antilichamen – lager verdedigingssysteem
Bv. griep-vaccinatie
Er zijn meer auto-immuunziektes op latere leeftijd
Auto-immuunreactie – eigen antilichamen gaan lichaamseigen stoffen aantasten
Bv. Multiple sclerose
Neuro-endocriene cascadetheorie
Functieverlies van neuronen (transporters van hormonen – hypofyse)
3
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1