SPELLING
1. SAMENSTELLINGEN
HOOFDREGEL
We schrijven een samenstelling als één woord.
Tip: luister naar de uitspraak:
1 hoofdaccent vaak 1 woord
Meer dan 1 hoofdaccent woordgroep niet aan elkaar vast
Voorbeelden
Plattekaas bedrijventerrein
Klein kind/ kleinkind informatietechnologie
Rode kool/ rodekool hypotheekadvieswinkelbeheerder
Eersteministerportefeuille – functie, door middel van
eerste ervan = focus plaats in verband met
Voorbeeld: rode wijnglazen of rodewijnglazen?
Rode wijnglazen = focus kleur van glazen
Rodewijnglazen = soort glas voor rodewijnglazen
VAST:
Afleiding werkwoordelijke uitdrukking (meestal op –ing)
Afleidingen met voorvoegsel uit Latijn of Grieks vast
Uitz.: achter non-, no-, ex- van elkaar
Voornaamwoordelijk bijwoord:
Er, daar, hier, waar + voorzetsel
Samengestelde werkwoorden
Verbindingen met: !!
Half-, minimum-, maximum-, rechter-, linker-, privé-, terecht-, terug-, -zelf, -zelfde
Voorbeelden
tewaterlating
automatisch, biologisch, non-alcoholisch
eraan, daarvoor, waarin
doorlopen, rondbazuinen
rechtervoet, privéterrein
KLINKERBOTSING KOPPELTEKEN
De combinaties i+j, e+ij, e+ui en i+i leveren een klinkerbotsing op in een samenstelling
gummi-jas, vanille-ijs, college-uitstap, sproei-installatie
maar niet in een ongeleed woord of afleiding (voor- of achtervoegsel)
beijveren, geuit, kopiist
Een accent op een letter neemt de klinkerbotsing niet weg. – We schrijven dus café-eigenaar.
1
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1
, OLOD Communiceren – schriftelijk – spelling
2. SAMENSTELLING MET VERWISSELBARE ELEMENTEN
HOOFDREGEL
We gebruiken een koppelteken tussen gelijkwaardige delen in een samenstelling:
Zelfstandige naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden
Van plaats wisselen zorgt niet voor betekenisverschil
Voorbeelden
woon-werkverkeer
rood-wit
biologisch-dynamisch
3. SAMENSTELLING MET BIJZONDERE VOOR- OF NABEPALING
HOOFDREGEL
We gebruiken een koppelteken in een samenstelling met een bijzondere voor- of nabepaling.
Linkerdeel: bijna-, ex-, niet-, non-, no-, oud- (in de betekenis ‘voormalig’)
met adjunct-, aspirant-, assistent-, chef-, collega-, interim-, kandidaat-, leerling-, meester-,
stagiair-, substituut-
Linkerdeel: zelfnoemfunctie
Sint-, sint- of St.-
Ongewone nabepaling: (focus 1e deel)
2de lid = -fiscaal, -generaal, -militair, -president, -testamentair en -verbaal
Voorbeelden
niet-sprekend, ex-turnster
stagiair-audioloog
wij-gevoel
Sint-Hubertusvereniging
proces-verbaal
2
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1