PSYCHOLINGUISTIEK EN FONETIEK
HOOFDSTUK 3: ADEMHALING VOOR SPRAAK
Fonetiek = voor gesproken taal – wat we horen
Spelling = voor geschreven taal
SOORTEN FONETIEK:
• Articulatorische fonetiek
• Acoustische fonetiek
• Auditieve fonetiek
VERSCHIL TUSSEN RUST EN SPRAAK
Ademhaling in rust Ademhaling bij spraak
• Cyclus is gelijk verdeeld tussen in- en uitademen • Groot verschil tussen in- en uitademen
- 40% in en 60% uit - 10% in en 90% uit + spraak
• Cyclus duurt ongeveer 3 seconden • Cyclus en verdeling is variabel
- Kan gaan van 0,5s inademen tot 10s uitademen
(bij zang)
• Uitademing is passief • bepaalde anatomische structuren (spieren) werken
- geen spierkracht nodig – stemplooien geopend actief, om de luchthoeveelheden constant te
- anatomische structuren willen hun rust/ beginpositie houden
terug aannemen
SYSTEMEN BETROKKEN BIJ SPRAAK
Supraglottaal systeem
Glottaal systeem (stemplooien)
Subglottaal systeem
à net boven het glottaal systeem = valse stemplooien
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 – stem van 110Hz = grondtoon = 110 1
, OLOD – Spraak- en taalontwikkeling – Psycholinguistiek en fonetiek
ADEMVOLUMES
• Inspiratoire reserve (3l) – 60% vitale capaciteit
• Expiratoire reserve (2l) – 40% vitale capaciteit
• Residu – 2l
Bij uitademen blijft er grofweg 4 liter lucht in de longen achter
• Diepe inademing = gemiddeld 3 liter lucht binnenhalen = inspiratiore reserve
• Grondig mogelijke uitademing = 5 liter lucht uitblazen à expiratoire reserve = 2 liter
• Laatste volume = vitale capaciteit
ADEMHALING BIJ SPRAAK
• op korte tijd zoveel mogelijk lucht inademen, dan zo lang mogelijk uitademen tijdens spraak
1. inademing = spieren zorgen ervoor dat ribbenkast open blijft
2. uitademing = ribbenkast trek langzaam samen (nadat die zo lang mogelijk open bleef)
§ ribbenkast op rustpositie maar je blijft spreken, dan kan de ribbenkast nog een klein beetje verder
samentrekken om het laaste beetje lucht uit de longen te krijgen
o Externe tussenribspieren/ m. intercostales externi = maken de ribbenkast groter
o Interne tussenribspieren/ m. intercostales interni = maken de ribbenkast groter
o Diafragma = gaat naar onder tijdens inademing (borstholte groter)
o Buikwandspieren = drukken ingewanden naar binnen en omhoog/ laten buik uitpuilen
Ø Actief gecontroleerd
Ø Relaxatieneiging tegengaan
Ø Relaxatieneiging helpen door extra druk te geven
1. Inademen
2. Diafragma: plat af waardoor borstkasinhoud kan vergroten, longen zetten mee uit
3. Externe tussenribspieren: zorgen ervoor dat de ribbenkast even open blijft staan, gaat daarna langzaam dicht
tijdens het spreken
4. Uitademen
5. Interne tussenribspieren: zorgen ervoor dat de ribbenkast nog verder dichtgaat tijdens spreken
6. Buikspieren: persen het laatste beetje lucht uit je longen (onder de x-as) – maken buikinhoud kleiner
7. Dieptepunt: longen zijn zo goed als leeg, gaan hierna terug naar natuurlijke rustpositie (zonder spierkracht)
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 – stem van 110Hz = grondtoon = 110 2