PSYCHOLINGUÏSTIEK EN FONETIEK
1 COMMUNICATIE
• Psycholinguïstiek:
= innerlijke, mentale deel v. communicatie, verwerking taal in hersenen
→ spraak, kunnen horen → schrift, kunnen lezen → gebaren, kunnen zien
→ zintuigen nodig om taal te kunnen analyseren
• Fonetiek:
= uitwendige, motorische of zintuiglijke (zien en horen) deel van de communicatie
1. verbaal ←→ non-vernaal (zonder woorden, korte geluiden)
2. mondeling ←→ schriftelijk (bv gebaren, schriftelijk, gelaatsuitdrukkingen)
3. eenzijdig (direct com. niet mogelijk) ←→ meerzijdig (wisselwerking mogelijk)
→ combi van telkens 1 van 3 delen
• bv. duim opsteken → non verbaal + schriftelijk
• bv. huilen → non verbaal + mondeling
• bv. iets zeggen → verbaal + mondeling
• bv. krant lezen → eenzijdig + non verbaal + schriftelijk
• bv. lesgeven → meerzijdig + verbaal + mondeling
1.1 COMMUNICATIEMODELLEN
1. in hoofd → code geven om overbrengen aan ander pers.
2. code via spraak ‘b eu k’
3. code ontcijferen in hersenen, zodat ze betekenis geven
4. betekenis (kerstboom) → ‘ik heb al kerstballen gekocht’
5. verkeerde code → ontvanger 2 heeft door dat het niet klopt
6. cirkel opnieuw beginnen
o loopt deze cyclus fout à RUIS
• coderen: boodschap overbrengen
• decoderen: boodschap ontcijferen
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 1
, OLOD – spraak- en taalontwikkeling – psycholinguistiek en fonetiek
1.1.1 MODEL VAN SHANNON AND WEAVER
• Zender/ ontvanger = kan iedereen zijn, stem, wekker, computer
• kanaal = manier om boodschap over te brengen, krant, telefoon, boek, stem,...
• zender → boodschap = (en)coderen
• boodschap → ontvanger = decoderen
• ruis = verkeerde interpretatie
• zender: bv. verkeerde klanken (bomen, bommen, boten)
• ontvanger: hoort niet goed, begrijpt het niet → eigen interpretatie
• externe ruis
• boodschap: alles klopt, bv. onvoldoende info
• interne ruis: syntactische ambiguïteit
SYNTACTISCHE AMBIGUÏTEIT:
= dubbelzinnigheid, meer betekenissen
• bv. Mijn dochter is gelukkig getrouwd
• goed huwelijk
• eindelijk - klemtoon op gelukkig
• gelukkig op trouwdag
• Totale communicatie:
1. De zender spreekt, schrijft, gesticuleert, trekt wenkbrauwen op, gelaatsuitdrukking
2. De ontvanger luistert, kijkt, voelt,…
• de manier waarop je iets zegt en ervaart bij een opmerking, wereldbeeld
• Trump uitspraken worden in westen anders opgevat dan in amerika
= eigen wereldbeeld
Ella Van Reusel – PBA-LA MT1 2