AUDIOLOGIE – DEEL 2 (ELS DE RYCKE)
• = de wetenschap van het gehoor, het evenwicht en aanverwante stoornissen.
• Audiologen zijn gespecialiseerd in het voorkomen (preventive), opsporen en diagnosticeren van gehoor-,
evenwichts- en andere auditieve stoornissen.
• Ze zorgen ook voor het evidence-based behandelen van deze aandoeningen en dit bij alle leeftijdsgroepen.
• Gehoor- en evenwichtsstoornissen zijn complex met
- medische, psychologische, fysische, sociale, opvoedkundige en werkgerelateerde implicaties.
• Audiologen zorgen voor professionele en gepersonaliseerde hulp om de negatieve gevolgen van deze stoornissen te
minimaliseren en zo de levenskwaliteit te verhogen.
AUDIOMETRIE:
• = het meten van het gehoor.
• Dit kan op verschillende manieren afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en de doelstelling van het onderzoek.
à hoe groot is het probleem?
à waar is het gelokaliseerd?
1. AUDIOLOGIE VAN HET OOR:
2. Buitenoor: opvangen geluid en geleiden naar het trommelvlies
3. Middenoor: versterken van het geluid
4. Binnenoor: omzetten van trillingen in zenuwactiviteit
AUDIOLOGIE VAN HET BUITENOOR:
ANATOMIE:
- Oorschelp
§ Auricula = pinna
§ Bestaat uit kraakbeen
§ Grootte = +/- 5 cm
§ Schelpvorming
§ Via twee ligamenten verankerd aan slaapbeen (os temporale)
Ella Van Reusel – PBA-LA 1
,OLOD – geluid en gehoor – audiologie/ het oor
§ Achter de oorschep = processus mastiodeus
1. Helix
2. Antihelix
3. Fossa triangularis
4. Concha
5. Tragus
6. Antitragus
7. Lobule (oorlel)
8. Meatus externa (uitwendige gehoorgang)
- Uitwendige gehoorgang = meatus externa
§ Trommelvlies = middenoor
= overgang van buitenoor naar middenoor
1. Buitenste deel (1/3):
Kraakbeen gedeelte
• Groefvormige voortzetting van het kraakbeen van de oorschelp
• Huidepitheel
• Haartjes + cerumenkliertjes (functie = gehoorgang proper houden)
2. Binnenste deel (2/3):
Benige gedeelte
• Omgeven door os temporale
• Dunne huid
• Zeer gevoelig (veel zenuwvezels)
OS TEMPORALE EN MASTOID:
Anterior Posterior
• Rotsbeen (pars petrosa) = roze deel
• Loopt veel verder binnenin
Ella Van Reusel – PBA-LA 2
, OLOD – geluid en gehoor – audiologie/ het oor
VORM VAN DE GEHOORGANG:
§ S – vorm (twee bochten)
§ Benig gedeelte begint in 2e bocht
§ Totale lengte: ± 25 mm
§ Diameter : ± 8 mm
§ Lichte trechtervorm
Bovenop gehoorgang
§ Volume:
• Cilinder: opp grondvlak . hoogte
§ Grote interindividuele verschillen
MANDIBULA:
Relatie kaakbeen en voorwand (neuszijde) gehoorgang
ð Lichte wijzigingen in vorm gehoorgang bij kaakbewegingen
• De voorwand (neuszijde) van de gehoorgang heeft een directe relatie met het daarnaast liggende kaakgewricht.
FUNCTIES VAN HET BUITENOOR:
1. Esthetische functie (oorschelp)
2. Opvangen geluid en geleiden naar het trommelvlies (oorschelp en uitwendige gehoorgang): dit gaat gepaard met
een aantal akoestische transformaties van het geluid
3. Beschermende functie (uitwendige gehoorgang):
BESCHERMENDE FUNCTIES VAN HET BUITENOOR
§ Binnenoor (choclea) is kwetsbaar orgaan ð beschermd door rotsbeen (verkeersaccident)
§ Buitenoor voorkomt schadelijke invloeden van:
§ Fysieke indringers
• Tragus houdt deze tegen
• Haartjes en cerumenkliertjes
• S-vorm met vernauwing bij overgang kraakbenig – benig deel
§ Bacteriële indringers
• Cerumenkliertjes
Ella Van Reusel – PBA-LA 3