Hoorcolleges
Week 1 – verdragen & verdragenrecht
Bouwt voort op internationaal en Europees recht – kan goed zijn om deze basis te
raadplegen, juist omdat daar veel is gegaan over de grondslagen en beginselen van
internationaal recht.
Bij hc centraal: verdragen en vooral hoe die verdragen nou in praktijk gesloten worden –
internationaal is dat namelijk hét middel om (bindende) afspraken te maken tussen staten of
actoren onderling. Geen mondiale wetgever: vandaar is het sluiten van verdragen nog veel
belangrijker dan het latere sluiten van contracten.
Juridische techniek van verdragen – het verdragenrecht
Verdragenrecht is niet beperkt tot enig speciaal onderwerp, juist in tegenstelling is
internationaal wordt alles geregeld, staten bijna niet meer in staat om volledig alles
zelfstandig in huis te regelen, dus zal er voor van alles en nog wat internationaal geregeld
moeten worden – geen beperkingen dus in beginsel.
Let op, verdragen zijn dus onderdeel van internationaal recht, met daarnaast
gewoonterecht, resoluties, algemene rechtsbeginselen e.d.
Bij verdragen gaat het specifiek dus om geschreven internationaal recht. Niet gelimiteerd
aan onderwerp: denk aan zeerecht, gezondheid, milieu, de ruimte, voedsel noem het maar
op.
Internationaal recht is ‘horizontaal’: daarin verschilt het van nationale rechtsordes. Die zijn
namelijk gecentraliseerd – er is overkoepelend gezag (een grondwettelijk bepaald
arrangement) die de hiërarchie van o.a. wetten bepaalt en vastlegt. Dus prioriteiten,
onderlinge verhoudingen, welke actoren rechtssubject zijn wat weer kan verschillen per
onderwerp: allemaal is het geregeld in een nationaal systeem.
Internationaal rechtelijk bestaat er geen gecentraliseerde structuur. Het is bottom-up
ontwikkelt lopende de geschiedenis door afspraken tussen juridisch gelijken – de
soevereine staten.
Deze staten spreken alles bij verdrag af – als zijnde een soort contractueel
instrument. Over de jaren heen zijn er wel heel veel onderwerpen, afspraken en
regels bijgekomen waar staten zich aan dienen te houden – denk aan
mensenrechten, de rechtsstaat e.d. – maar nog steeds geldt het beginsel dat de aan
elkaar gelijke soevereine staten normatieve kaders afspreken als juridisch gelijke.
Typen verdragen
1. Bilaterale en multilaterale verdragen
Afspraken tussen twee staten of meerdere staten. Bilaterale verdragen zijn vaak de wat
meer simpelere verdragen tussen staten, waarin zij kleine afspraken maken die het leven
simpeler maken of wederzijdse voordelen bieden. Multilaterale verdragen kunnen ook klein
maar ook zeer groot zijn: denk aan het WTO verdrag dat meer dan 180 aangesloten staten
kent.
2. Contractuele en rechtscheppende verdragen
Bijv.: 2018 verdrag inz olievoorraden NL – Australië tegenover 1982 VN verdrag inzake het
recht van de zee.
, Internationaal publiekrecht
Contractuele verdragen zijn zowel qua vorm als inhoud contractueel: partij A doet iets als
partij B iets anders doet, heel contractueel van aard en gebruikt dezelfde systematiek als bij
een contract. Denk aan iets als de exceptio, het wederzijdse recht tot opschorting als er niet
nagekomen wordt – echt een privaatrechtelijk, contractueel beginsel dat ook bij dit soort
type verdragen gebruikt (kan) worden.
Rechtscheppende verdragen (law making treaties), verdragen met vaak heel veel leden die
een algemeen normatief kader in het leven roept – waar in het nationale recht een wetgever
voor gebruikt zou worden. Top down-werking: de normen zijn voor elke aangesloten staat
gelijk en heeft vanaf een bepaalde ingangsdatum werking. Heel ander type verdrag – heel
anders juridisch type instrument, met dus een norm creërende functie i.p.v. een
contractueel.
3. Regelgevende en constitutionele verdragen
Regelgevende verdragen zijn alle verdragen die normen scheppen, constitutionele verdragen
zijn oprichtingsverdragen voor organisaties (of organen binnen/van organisaties). Van belang
kan zijn of een orgaan bindende resoluties aanneemt of dat deze slechts adviserend zijn –
dan a.d.h.v. het oprichtingsverdrag (constitutioneel verdrag) nagaan hoe het orgaan werkt.
Denk aan bijv. nagaan of de AV van de VN bindende besluiten neemt of niet.
Deze 3 type verdragen en het onderscheid daartussen is van belang voor een algemeen
beeld wat betreft het juridische landschap van een verdrag.
Belangrijkste vindplaats verdragenrecht: Weens Verdragenverdrag (WVV) 1969
Verdragenrecht is heel oud – al sinds vroeger zijn er vormen van verdragen/afspraken
gesloten die grensoverschrijdende werking hadden. Ook was veel van de gesloten verdragen
ongeschreven en dus deels geldend als gewoonterecht, na oprichting van de VN hadden zij
de wil om dit tot geschreven verdragsrecht te maken. Codificatie. Van belang om
internationale verdragen terug te kunnen vinden in openbare bronnen. In een verdrag, het
WVV, is dus de wil opgenomen om verdragenrecht te codificeren.
Belangrijk in de WVV: regels zijn subsidiair – bijv. regels over de inwerkingtreding artikel 24
WVV. Het verdrag stelt een soort algemeen wettelijk kader vast, staten zijn volledig vrij om
hiervan af te wijken mits zij dit regelen. Worden er geen afspraken gemaakt over de
inwerkingtreding op een specifieke wijze, dan geldt het regime van 24 WVV.
Dit is dus een voorbeeld van het subsidiair karakter van het verdrag: het is een
geldend verdragsrechtelijk kader, tenzij…
Dus, alle onderhandelende partijen moeten hun wilsinstemming hebben gedaan, dan treedt
het instrument in werking – of op een andere wijze door partijen afgesproken.
Eén onderdeel van het WVV is niet van subsidiair karakter: er is een concept van ius cogens
(dwingend recht) in het verdrag terecht gekomen – zie artikelen 53 en 64 WVV.
In deze artikelen vindt je ius cogens – dwingend recht – terug.
Vergelijk dit met een publiekrechtelijk kader dat de absolute privaatrechtelijke
contractsvrijheid van individuen inperkt, namelijk dat er niet afgesproken mag
worden tot bijvoorbeeld het aangaan van oorlogsmisdaden: contracten in strijd met
bijvoorbeeld de Strafwetten zijn nietig. Iets vergelijkbaars geldt in die twee artikelen
, Internationaal publiekrecht
van het WVV: verdragen in strijd met dwingende normen van algemeen volkenrecht
zijn nietig (53 WVV).
Dit was een enorme verandering dat met de WVV kwam: tot dan toe waren staten volledig
soeverein en vrij in het aangaan van verdragen, zij werden vanaf nu enigszins ingeperkt.
Bijna op grondwettelijke manier – het geldt boven andere verdragsrechtelijke regels en is
van zodanig belang dat er niet met andere verdragsrechtelijke afspraken van afgestapt kan
worden.
Maar: welke normen er precies invallen zegt het verdrag niet, alleen dat ius cogens
een verdrag nietig kan verklaren.
Erkent als ius cogens-status wereldwijd zijn het slavernij verbod en het
genocideverbod. Voor de rest bestaat er geen of niet volledig gedragen consensus
Zie dat dit voor mensenrechtenactivisten een belangrijk punt is, zij willen dat bepaalde
normen of problemen onder ius cogens gaan vallen – om zo via het internationaal recht
veranderingen te weeg te brengen.
Definitie ‘verdrag’
In juridische zin: een internationale overeenkomst in geschrifte tussen staten gesloten,
beheerst door volkenrecht, hetzij nedergelegd in een enkele akte, hetzij in twee of meer
samenhangende akten, en ongeacht haar bijzondere benaming Artikel 2(1) sub a WVV
Dit is een nauwere definitie in vergelijking met artikel 3 WVV, waarin het verdrag toch
werking heeft op overeenkomsten die in beginsel buiten de werkingssfeer ervan zouden
vallen.
Opletten wbt 2(1) sub a WVV:
- Vorm van het verdrag doet er niet toe – vormvrijheid. Zolang het maar dus wel op
schrift gesteld is.
- ‘Ongeacht haar bijzondere benaming’: staten in hun onderlinge afspraak spelen
hiermee – een verdrag dat veel impact geeft een ‘saaie’ naam te geven. Een letter of
intent geldt dus ook als verdrag, ondanks dat staten het zo noemen. Of andersom,
dat de EU een verdrag sloot en dit als naam “grondwet” gaf, waar heel veel gedoe
mee kwam.
Politiek wordt hiermee gespeeld – kan voor de regering moeite schelen om een
verdrag een bepaalde naam te geven zodat het parlement niet moeilijk gaat doen.
Volgens 2(1) sub a WVV doet de benaming er totaal niet toe dus.
Maar wel een heel belangrijke regel van 2(1) sub a WVV: het verdrag wordt beheerst door
het volkenrecht.
- Heel abstracte, onduidelijke term met geen enkel rechtszekerheid, omdat niemand
nou precies weet wat eronder valt – er is heel veel discussie over wat nou wel en wat
niet onder “volkenrecht” valt.
- Na verloop van tijd – periode na WOII met 51 staten uitgebreid tot 193 die er nu zijn
– werd het internationale verkeer steeds belangrijker en gingen verdragen er steeds
meer toe doen, waardoor er problemen ontstonden rondom wat nou ‘beheerst door
volkenrecht’ inhoudt. Dus door een intensivering van het juridische verkeer.
, Internationaal publiekrecht
Het filosofische, impliciete en subjectieve karakter (het leefde heel erg in de
literatuur) van het volkenrecht kon niet meer blijven bestaan.
Klapstuk voor juristen was de Qatar/Bahrein-zaak van 1994 verplichte jurisprudentie
Ging over de Hawar-eilanden, beide staten wouden dat de eilanden onderdeel van hun
soevereine staat was. Vanuit economische belangen, want olie werd beschikbaar als ook dat
stukken zee tot de staat gingen behoren.
Zij gingen hun geschil beslechten bij het IGH was het idee. Van het ministeriële gesprek (dat
over stap naar IGH werd gesproken) werden notulen gemaakt en door de twee staten en
koning van SA ondertekent. 6 maanden later gaat Qatar met notulen naar IGH als basis voor
jurisdictie van het IGH.
Zie hier ook: alles in het internationale recht heeft dat vereiste van instemming – ook
instemming om een geschil voor het IGH te beslechten. Is er wel jurisdictie voor het
IGH om als rechter de zaak te beslissen, dat soort notulen kan ervoor zorgen dat die
jurisdictie aanwezig blijkt. Een ‘verdrag’ waarin de jurisdictie van het IGH werd
overeengekomen.
Hierdoor werd het IGH eigenlijk gevraagd om een juridisch kader neer te leggen wanneer
iets nou een verdrag is. Moeilijkheid: de notulen van dat gesprek heten niet ‘verdrag inzake
afspraken rondom…’, dus de vraag was of ook geschriften zoals zulke notulen als verdrag
kunnen gelden – en daarmee dus bepaalde verplichtingen of erkenning van staten onderling
in leven kan roepen.
De benaming en de vorm waren dus niet voldoende om duidelijkheid te creëren of er
sprake was van een verdrag (wat dus ook volgens 2(1) sub a WVV niet een vereiste
is).
IGH komt met een geobjectiveerde intentie doctrine – wat betreft een verdrag.
- IGH stelt dat als de afspraak eruit ziet als een verdrag en het verplichtingen voor
staten in leven roept en die zich ervoor lenen om nagekomen te worden door de
andere staat en die ook al voor een deel worden nagekomen, dan is er sprake van
een juridische afspraak.
Dan gaat het argument van Bahreinse minister niet op, dat er slechts sprake is van
een politieke afspraak en niet een juridische afspraak. IGH zegt dat er afhankelijk van
de inhoud bepaalt moet worden of sprake is van een verdrag.
IGH is heel streng (leverde geschokte reacties op), in paragraaf 26/27, waarin zij stelt dat zij
geen belang hecht aan de intenties van staten – als het inhoudelijk verplichtingen in het
leven roept die zich lenen om nagekomen te worden en dit gebeurt deels al, dan is het
gewoon een verdrag – een internationaal rechtelijk verbindende overeenkomst. Ongeacht
de intentie – de bedoeling.
- Ook door de manier waarop het IGH zich uit in deze paragraaf (26 of 27), verandert
hiermee het de internationale juridische betrekkingen en worden deze veel
objectiever en zakelijker en vormt echt een breuk met het verleden waarin heel traag
en respectvol met heel veel erkenning voor elkaars soevereiniteit opgetreden werd in
het internationale recht.