IPR – Week 1 – Hoorcollege 1
Welke rechter is bevoegd? Hiervoor zijn verschillende bronnen:
- Verdragen
o Bilaterale verdragen
o Verdrag van Lugano 2007
o Bijzondere verdragen: vaak materieel recht + transport en IE
o Haagse IPR verdragen: Forumkeuzeverdrag 2005
- Europees recht
o Verordening Brussel I bis
o Verordening Brussel II bis
o Overige secundaire EU wetgeving
- Wet
o Art. 1-14 Rv
Bronnen checklist:
- Materieel toepassingsgebied -> Waar gaat de regeling over? Waarvoor is deze
van toepassing?
- Formeel toepassingsgebied -> Zijn er nadere voorwaarden voor toepassing?
Bijvoorbeeld m.b.t. de woonplaats of nationaliteit van betrokkenen?
- Temporeel toepassingsgebied -> Wat is de werking in de tijd? Vanaf wanneer
geldt deze?
Structuur Brussel I bis – Bevoegdheid
De hoofdregel is dat de algemene bevoegdheid wordt vastgesteld op basis van de
woonplaats van de verweerder (Art. 4 Brussel I bis). Daarbij geldt alternatieve
bevoegdheid voor specifieke vorderingen en situaties (Art. 7-9 Brussel I bis) en er
gelden bijzondere regels voor zwakkere contractspartijen (Afd. 3-5 Brussel I bis). Ook
kan sprake zijn van exclusieve bevoegdheid (Afd. 6 Brussel I bis) of je kunt zelf een
keuze overeenkomen (impliciete en expliciete forumkeuze – Afd. 7 Brussel I bis).
Woonplaats is dus leidend. Om deze vast te stellen moet je kijken naar Art. 62/63
Brussel I bis (voor natuurlijk persoon en rechtspersoon). Hierbij is het dus ook
belangrijk om te weten wie verweerder en wie gedaagde is, en wat de peildatum is
(tijdstip instellen vordering). Woonplaats is dus de hoofdregel. Hier zijn wel veel
uitzonderingen op.
Verbintenissen uit overeenkomst
Voor verbintenissen uit overeenkomst geldt de hoofdregel: woonplaats verweerder (Art.
4 Brussel I bis) met een alternatieve bevoegdheid voor overeenkomsten (Art. 7.1
Brussel I bis). Voor de alternatieve bevoegdheid is van belang:
- Kwalificatie -> Het moet gaan om een verbintenis uit overeenkomst -> Deze
uitleg, van het begrip verbintenis uit overeenkomst, doet het Hof van Justitie. Het
HvJ doet dat hier heel ruim: een vordering vindt haar grondslag in een verbintenis
die een partij vrijwillig is aangegaan jegens een andere partij. Dit is dus ruimer
dan in NL recht, zo vallen ook lidmaatschappen eronder, of bijvoorbeeld
verhoudingen tussen rechtspersoon en haar bestuurder. En zelfs vorderingen
, tussen twee partijen, waarbij de partijen in de loop van de tijd zijn veranderd (bv.
vordering luchtvaartmaatschappij voor vertraging, ook als ticket bij
zustermaatschappij is gekocht).
- Identificatie -> Welke verbintenis ligt aan de eis ten grondslag -> Als is
vastgesteld dat er een verbintenis uit overeenkomst is, moet je kijken waar de eis
er precies is. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om nakoming van levering of nakoming
van betaling. De specifieke verbintenis bepaalt dan de bevoegdheid. Dit is de
hoofdregel, maar dit geldt niet bij koop van roerende zaken en bij diensten.
Daarbij is de hoofdovereenkomst (levering goed en verrichten dienst) altijd
leidend.
- Lokalisatie -> Wat is de plaats van uitvoering van de verbintenis -> Dit is voor
koop de plaats van levering, bij dienst de plaats van dienstverrichting en bij
overige gevallen moet je dus kijken naar welke verbintenis aan de eis ten
grondslag ligt en daar plaats van bepalen. Soms kunnen meerdere plaatsen
aangewezen zijn (bv. bij vliegtickets is de plaats van vertrek net zo belangrijk als
plaats van aankomst, dus beiden tellen mee).
Let op: Bovenstaande is alleen van toepassing wanneer je uitkomt op een plaats die
behoort bij een lidstaat. Valt dit buiten de EU dan is dit niet van toepassing.
Forumkeuze – Art. 25 Brussel I bis
Partijen kiezen zelf welke rechter(s) bevoegd zijn te oordelen over hun geschil. Dit kan
van te voren bij overeenkomst, of na het ontstaan van een geschil. Gevolgen hiervan zijn:
- Gekozen rechter wordt bevoegd – Prorogatie
- Andere rechters zijn niet meer bevoegd (bij exclusieve keuze) – Derogatie
Forumkeuze is in principe altijd toegestaan, met uitzondering van de bijzondere
regelingen ter bescherming van de zwakkere partijen en bij exclusieve bevoegdheid.
Deze geven beperkingen op de keuze.
De forumkeuze ziet op het formeel toepassingsgebied, waarbij een keuze voor een EU
rechter kan worden gemaakt, ongeacht de woonplaats van de partijen. Partijen hoeven
ook geen binding te hebben met het land van rechtskeuze. Het moet tussen partijen wel
gaan om een bepaalde rechtsbetrekking (deze mag niet onbepaald/algemeen zijn).
Forumkeuze is een overeenkomst en daar geldt dus het instemmingsvereiste voor. Dit
zorgt ervoor dat er in beginsel geen werking is tegenover derden. Dit is anders bij leden
van een vereniging waarbij de forumkeuze in de statuten staat, daar wordt uitgegaan van
indirecte instemming. Als rechthebbende van een verhandelbaar waardepapier kan je
ook gebonden zijn aan een forumkeuze, maar wel onder voorwaarden. De forumkeuze
moet kenbaar zijn en je moet in rechten getreden zijn (je moet in feite het contract
hebben overgenomen). Er moet een vorm van contractuele binding zijn.
Art. 25 Brussel I bis ziet dus op het type verhoudingen waarbinnen de forumkeuze is
toegestaan, vereiste van een ‘bepaalde rechtsbetrekking’, de formele geldigheid
(vormvoorschriften), wilsovereenstemming, de werking ten opzichte van derden,
separabiliteit en het effect van een geldige forumkeuze. Maar een forumkeuze mag niet
, nietig zijn krachtens het recht van de gekozen rechter wat betreft de materiële
geldigheid. Dit laatste wordt verder uitgewerkt in de jurisprudentie.
Ryan Air/DelayFix Forumkeuze was hier opgenomen in de AV van de
vliegtuigmaatschappij. De keuze was daarbij bepaalt op de
woonplaats van de gebruiker van de AV. Vliegticket valt onder Art. 7
Brussel I bis en hier geldt dus geen bijzondere
consumentenbescherming. Maar het ging hier wel om een
consument in het licht van de EU, waarvoor geldt dat het opnemen
van een forumkeuze een onredelijk beding is, en waarmee de
forumkeuze dus nietig is wat betreft de materiële geldigheid. Als EU
recht zegt dat het een nietige forumkeuze is, kun je daar niet
omheen met een beroep op Art. 25 Brussel I bis. Situatie is anders
als de vordering van een consument wordt overgedragen aan een
claimorganisatie. In dat geval kan forumkeuze wel, tenzij de
claimorganisatie volledig in de rechten van consument is getreden.
Lastre Deze ziet op eenzijdig bindende forumkeuze. Daarbij gold de
forumkeuze in de overeenkomst exclusief ten opzichte van de ene
partij, maar de andere partij (opsteller beding) mocht ook andere
bevoegde rechters aanzoeken. Daarbij is de vraag of dit beding dan
dus onnauwkeurig en onevenwichtig is, en dus nietig. Welke
maatstaf geldt? Hof stelt dat je altijd moet toetsen aan Art. 25
Brussel I bis zelf. En deze geeft geen specifieke bescherming tegen
onderhandelingsoverwicht. Daarbij geldt dat als iets valt onder Art.
25 Brussel I bis, het nationale recht niet meer van toepassing is.
Impliciete forumkeuze – Art. 26 Brussel I bis
Je kunt ook impliciet toestemming geven om te procederen. Dit door op te dagen en
geen bezwaar te maken. Verschijning creëert bevoegdheid, behalve als een andere
rechter exclusief bevoegd is op grond van Art. 24 Brussel I bis. Dit geldt ook voor
zwakkere partijen, zoals consumenten. Maar bij die partijen heeft de rechter wel een
vergewisplicht (hij moet controleren of partijen op de hoogte zijn). Daarbij geldt dat
onderstaande gevallen niet als verschijning kan worden aangemerkt:
- Verschijning door aangewezen vertegenwoordiger bij onbekende woonplaats
- Bezwaar tegen Europees betalingsbevel
- Zowel bezwaar tegen bevoegdheid als inhoudelijk verweer -> Dit kan niet gezien
als aanvaarding van Art. 26 Brussel I bis.
IPR – Week 1 – Werkcollege 1
Casus 1: Piping is een Ierse onderneming gevestigd in Galway (IRL – dochter van Novit
(NY)). In 2023 sluit Piping een deal met EP (NL). EP bouwt een kerncentrale in Iran met
de pijpleidingen van Piping. Leveringsplaats is Rotterdam. EP laat weten niet te kunnen
leveren. EP wil nakoming vorderen of schadevergoeding. Er is geen forumkeuze.
Welke rechter is bevoegd? Hiervoor zijn verschillende bronnen:
- Verdragen
o Bilaterale verdragen
o Verdrag van Lugano 2007
o Bijzondere verdragen: vaak materieel recht + transport en IE
o Haagse IPR verdragen: Forumkeuzeverdrag 2005
- Europees recht
o Verordening Brussel I bis
o Verordening Brussel II bis
o Overige secundaire EU wetgeving
- Wet
o Art. 1-14 Rv
Bronnen checklist:
- Materieel toepassingsgebied -> Waar gaat de regeling over? Waarvoor is deze
van toepassing?
- Formeel toepassingsgebied -> Zijn er nadere voorwaarden voor toepassing?
Bijvoorbeeld m.b.t. de woonplaats of nationaliteit van betrokkenen?
- Temporeel toepassingsgebied -> Wat is de werking in de tijd? Vanaf wanneer
geldt deze?
Structuur Brussel I bis – Bevoegdheid
De hoofdregel is dat de algemene bevoegdheid wordt vastgesteld op basis van de
woonplaats van de verweerder (Art. 4 Brussel I bis). Daarbij geldt alternatieve
bevoegdheid voor specifieke vorderingen en situaties (Art. 7-9 Brussel I bis) en er
gelden bijzondere regels voor zwakkere contractspartijen (Afd. 3-5 Brussel I bis). Ook
kan sprake zijn van exclusieve bevoegdheid (Afd. 6 Brussel I bis) of je kunt zelf een
keuze overeenkomen (impliciete en expliciete forumkeuze – Afd. 7 Brussel I bis).
Woonplaats is dus leidend. Om deze vast te stellen moet je kijken naar Art. 62/63
Brussel I bis (voor natuurlijk persoon en rechtspersoon). Hierbij is het dus ook
belangrijk om te weten wie verweerder en wie gedaagde is, en wat de peildatum is
(tijdstip instellen vordering). Woonplaats is dus de hoofdregel. Hier zijn wel veel
uitzonderingen op.
Verbintenissen uit overeenkomst
Voor verbintenissen uit overeenkomst geldt de hoofdregel: woonplaats verweerder (Art.
4 Brussel I bis) met een alternatieve bevoegdheid voor overeenkomsten (Art. 7.1
Brussel I bis). Voor de alternatieve bevoegdheid is van belang:
- Kwalificatie -> Het moet gaan om een verbintenis uit overeenkomst -> Deze
uitleg, van het begrip verbintenis uit overeenkomst, doet het Hof van Justitie. Het
HvJ doet dat hier heel ruim: een vordering vindt haar grondslag in een verbintenis
die een partij vrijwillig is aangegaan jegens een andere partij. Dit is dus ruimer
dan in NL recht, zo vallen ook lidmaatschappen eronder, of bijvoorbeeld
verhoudingen tussen rechtspersoon en haar bestuurder. En zelfs vorderingen
, tussen twee partijen, waarbij de partijen in de loop van de tijd zijn veranderd (bv.
vordering luchtvaartmaatschappij voor vertraging, ook als ticket bij
zustermaatschappij is gekocht).
- Identificatie -> Welke verbintenis ligt aan de eis ten grondslag -> Als is
vastgesteld dat er een verbintenis uit overeenkomst is, moet je kijken waar de eis
er precies is. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om nakoming van levering of nakoming
van betaling. De specifieke verbintenis bepaalt dan de bevoegdheid. Dit is de
hoofdregel, maar dit geldt niet bij koop van roerende zaken en bij diensten.
Daarbij is de hoofdovereenkomst (levering goed en verrichten dienst) altijd
leidend.
- Lokalisatie -> Wat is de plaats van uitvoering van de verbintenis -> Dit is voor
koop de plaats van levering, bij dienst de plaats van dienstverrichting en bij
overige gevallen moet je dus kijken naar welke verbintenis aan de eis ten
grondslag ligt en daar plaats van bepalen. Soms kunnen meerdere plaatsen
aangewezen zijn (bv. bij vliegtickets is de plaats van vertrek net zo belangrijk als
plaats van aankomst, dus beiden tellen mee).
Let op: Bovenstaande is alleen van toepassing wanneer je uitkomt op een plaats die
behoort bij een lidstaat. Valt dit buiten de EU dan is dit niet van toepassing.
Forumkeuze – Art. 25 Brussel I bis
Partijen kiezen zelf welke rechter(s) bevoegd zijn te oordelen over hun geschil. Dit kan
van te voren bij overeenkomst, of na het ontstaan van een geschil. Gevolgen hiervan zijn:
- Gekozen rechter wordt bevoegd – Prorogatie
- Andere rechters zijn niet meer bevoegd (bij exclusieve keuze) – Derogatie
Forumkeuze is in principe altijd toegestaan, met uitzondering van de bijzondere
regelingen ter bescherming van de zwakkere partijen en bij exclusieve bevoegdheid.
Deze geven beperkingen op de keuze.
De forumkeuze ziet op het formeel toepassingsgebied, waarbij een keuze voor een EU
rechter kan worden gemaakt, ongeacht de woonplaats van de partijen. Partijen hoeven
ook geen binding te hebben met het land van rechtskeuze. Het moet tussen partijen wel
gaan om een bepaalde rechtsbetrekking (deze mag niet onbepaald/algemeen zijn).
Forumkeuze is een overeenkomst en daar geldt dus het instemmingsvereiste voor. Dit
zorgt ervoor dat er in beginsel geen werking is tegenover derden. Dit is anders bij leden
van een vereniging waarbij de forumkeuze in de statuten staat, daar wordt uitgegaan van
indirecte instemming. Als rechthebbende van een verhandelbaar waardepapier kan je
ook gebonden zijn aan een forumkeuze, maar wel onder voorwaarden. De forumkeuze
moet kenbaar zijn en je moet in rechten getreden zijn (je moet in feite het contract
hebben overgenomen). Er moet een vorm van contractuele binding zijn.
Art. 25 Brussel I bis ziet dus op het type verhoudingen waarbinnen de forumkeuze is
toegestaan, vereiste van een ‘bepaalde rechtsbetrekking’, de formele geldigheid
(vormvoorschriften), wilsovereenstemming, de werking ten opzichte van derden,
separabiliteit en het effect van een geldige forumkeuze. Maar een forumkeuze mag niet
, nietig zijn krachtens het recht van de gekozen rechter wat betreft de materiële
geldigheid. Dit laatste wordt verder uitgewerkt in de jurisprudentie.
Ryan Air/DelayFix Forumkeuze was hier opgenomen in de AV van de
vliegtuigmaatschappij. De keuze was daarbij bepaalt op de
woonplaats van de gebruiker van de AV. Vliegticket valt onder Art. 7
Brussel I bis en hier geldt dus geen bijzondere
consumentenbescherming. Maar het ging hier wel om een
consument in het licht van de EU, waarvoor geldt dat het opnemen
van een forumkeuze een onredelijk beding is, en waarmee de
forumkeuze dus nietig is wat betreft de materiële geldigheid. Als EU
recht zegt dat het een nietige forumkeuze is, kun je daar niet
omheen met een beroep op Art. 25 Brussel I bis. Situatie is anders
als de vordering van een consument wordt overgedragen aan een
claimorganisatie. In dat geval kan forumkeuze wel, tenzij de
claimorganisatie volledig in de rechten van consument is getreden.
Lastre Deze ziet op eenzijdig bindende forumkeuze. Daarbij gold de
forumkeuze in de overeenkomst exclusief ten opzichte van de ene
partij, maar de andere partij (opsteller beding) mocht ook andere
bevoegde rechters aanzoeken. Daarbij is de vraag of dit beding dan
dus onnauwkeurig en onevenwichtig is, en dus nietig. Welke
maatstaf geldt? Hof stelt dat je altijd moet toetsen aan Art. 25
Brussel I bis zelf. En deze geeft geen specifieke bescherming tegen
onderhandelingsoverwicht. Daarbij geldt dat als iets valt onder Art.
25 Brussel I bis, het nationale recht niet meer van toepassing is.
Impliciete forumkeuze – Art. 26 Brussel I bis
Je kunt ook impliciet toestemming geven om te procederen. Dit door op te dagen en
geen bezwaar te maken. Verschijning creëert bevoegdheid, behalve als een andere
rechter exclusief bevoegd is op grond van Art. 24 Brussel I bis. Dit geldt ook voor
zwakkere partijen, zoals consumenten. Maar bij die partijen heeft de rechter wel een
vergewisplicht (hij moet controleren of partijen op de hoogte zijn). Daarbij geldt dat
onderstaande gevallen niet als verschijning kan worden aangemerkt:
- Verschijning door aangewezen vertegenwoordiger bij onbekende woonplaats
- Bezwaar tegen Europees betalingsbevel
- Zowel bezwaar tegen bevoegdheid als inhoudelijk verweer -> Dit kan niet gezien
als aanvaarding van Art. 26 Brussel I bis.
IPR – Week 1 – Werkcollege 1
Casus 1: Piping is een Ierse onderneming gevestigd in Galway (IRL – dochter van Novit
(NY)). In 2023 sluit Piping een deal met EP (NL). EP bouwt een kerncentrale in Iran met
de pijpleidingen van Piping. Leveringsplaats is Rotterdam. EP laat weten niet te kunnen
leveren. EP wil nakoming vorderen of schadevergoeding. Er is geen forumkeuze.