Aansprakelijkheid & Schade – Jurisprudentie
Kelderluik – HR 5 november 1965
Feiten Man valt in kelderluik wat open was blijven staan.
Essentie Gevaarzetting
Conclusie Bij gevaarzetting moet rekening gehouden met:
• De waarschijnlijkheid van niet-inachtneming van de vereiste
oplettendheid en voorzichtigheid
• De kans dat daaruit ongevallen/schade ontstaat
• De ernst van de gevolgen die daaruit kunnen ontstaan
• De bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen
R.O. Overwegingen t.a.v. onderdeel b
Hangmat – HR 5 november 1965
Feiten Vrouw ligt in hangmat en krijgt een pilaar op zich, waardoor ze volledig
verlamd raakt. Ze klaagt haar man hiervoor aan.
Essentie Opstal – Art. 6:174 BW
Conclusie Een benadeelde derde kan iedere bezitter aanspreken (Art. 6:180.1 BW).
Een mede-bezitter kan ook de andere bezitter aanspreken. Maar alleen
voor het gedeelte wat hem in hun onderlinge verhouding aangaat (Art.
6:10.1 BW). Dit ziet op risicoaansprakelijkheid, hiervoor is geen
beoordeling van het gedrag van de aansprakelijke noodzakelijk.
R.O. 4.3.4
Wilnisser veendijk – HR 17 december 2010
Feiten Het Hoogheemraadschap is eigenaar van de veendijk in Wilnis. Op een
nacht is de kade verschoven, waardoor een woonwijk is blank komen te
staan. De gemeente vordert SV van HHR. HHR stelt echter dat geen sprake
is van een opstal en dat de kade niet gebrekkig was.
Essentie Bezittersaansprakelijkheid – Opstal – Art. 6:174 BW
Conclusie De dijk is ontstaan door menselijk ingrijpen en daarmee een opstal. Of een
opstal gebrekkig is moet bepaald aan de hand van de Kelderluikcriteria.
Dat voldaan is aan de veiligheidsvoorschriften doet niet af aan de
mogelijkheid tot gebrek. Een gebrek hangt af van de aard van de opstal, de
functie ervan, de fysieke toestand en het te verwachten gebruik door
derden. Daarbij is van belang:
• Mate van voorzienbaarheid van het gevaar
• De mogelijkheid tot voorzorgmaatregelen
• De verzekerbaarheid van de schade
• De financiële middelen en beleidsvrijheid van de overheid
R.O. 4.3.2 4.4.2-4.4.6
,Richel in openbare weg – HR 4 april 2014
Feiten Racefietser komt ten val door een spleet in het wegdek. Verzekeraar wil
regres op de gemeente wegens gebrekkige opstal ex Art. 6:174 BW.
Essentie Motiveringsplicht – Art. 6:174 BW
Conclusie De aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder moet
beoordeeld aan de hand van de maatstaven uit het Wilnis-arrest. Wegdek
en berm zijn hier zodanig op elkaar afgestemd dat zij als één geheel
behoren te worden beschouwd. Dat de spleet gevaar opleverde betekent
echter nog niet dat de weg gebrekkig was. De gemeente kan zich beroepen
op een gebrek aan capaciteit en financiële middelen, maar dit moet wel
nader onderbouwt.
R.O. 3.3-3.5, 3.6.2, 3.6.3-3.10
Stankoverlast pluimveebedrijf – HR
Feiten Eisers hebben een pluimveebedrijf zonder vergunning, wat veel
stankoverlast voor omwonenden geeft.
Essentie Hinder – Art. 5:37 BW
Conclusie de eigenaar van een erf mag niet op onrechtmatige wijze aan andere erven
hinder toebrengen (Art. 5:37 jo 6:162 BW). Of de hinder onrechtmatig is, is
afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor
veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het
geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Het wel of niet
beschikken over een vergunning is niet zonder meer bepalend. In dit geval
is een beroep op Art. 5:37 BW met verwijzing naar overschrijding van het
feitelijke geurhinderniveau wel voldoende voor onrechtmatigheid.
R.O. 3.2.1.-3.2.5.
Zurich/JMV – HR 14 juli 2017
Feiten BAM wordt ingehuurd door ProRail voor werkzaamheden aan het spoor.
BAM huurt weer mensen in van JMV. Eén van die werknemers veroorzaakt
schade. De verzekeraar van BAM vergoed aan ProRail en wil verhalen op
JMV op grond van Art. 6:170 BW. De vraag is of de werknemer
onrechtmatig heeft gehandeld en of voldaan is aan het
ondergeschiktheidsvereiste.
Essentie Art. 6:170 BW – Ondergeschikten
Conclusie Onrechtmatigheid moet hier beoordeeld op grond van gevaarzetting.
Daarna kan op drie manieren schade verhaald:
- Schade kan verhaald op tekortschietende contractuele wederpartij bij
een overeenkomst. Ook wanneer die schade is veroorzaakt door een
werknemer of hulppersoon (Art. 6:74 jo. 6:75 BW). De
tekortschietende contractpartij kan vervolgens alleen verhalen op
eigen werknemers en wanneer sprake is van opzet/roekeloosheid (Art.
7:661.1 BW).
, - Aanspraak kan op grond van Art. 6:170.1 BW. Daarvoor moet sprake
zijn van ondergeschiktheid en een OD
- De werknemer kan persoonlijk aangesproken. De werknemer heeft dan
regres op de werkgever (Art. 6:170.3 BW).
Het bestaan van zeggenschap is voldoende voor de benadeelde om aan te
nemen dat er een ondergeschikte is, ook als dit een uitgeleende
werknemer is. Zowel materiële en formele werkgever kunnen
aangesproken.
R.O. 3.3.2 & 3.4.2.
Afzinkkelder – HR 12 januari 2024
Feiten Verweerder laat werkzaamheden in zijn kelder uitvoeren, wat een scheur in
de kelderwant met de buren veroorzaakt. De buurvrouw heeft hier door
ernstige scheurvorming in haar pand. De buurvrouw vordert een verklaring
voor recht dat het bouwbedrijf (Multi) en de verweerder onrechtmatig
hebben gehandeld en eist schadevergoeding.
Essentie Art. 6:162 BW – Onrechtmatigheid
Conclusie Hof en rechtbank wijzen af. Eiseres had moeten stellen en bewijzen dat
Multi een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden en dat heeft Multi niet
gedaan. De HR stelt echter dat een aanmerkelijk risico op schade, ook
wanneer voldoende voorzorgmaatregelen zijn getroffen, niet zonder meer
meebrengt dat eiseres deze schade moet dragen. Dit mede omdat de
werkzaamheden in belang van verweerder waren en deze eiseres geen
voordeel opleverden. Multi had zich moeten verzekeren tegen de schade.
Het uitvoeren van de werkzaamheden kan hierdoor een OD opleveren.
R.O. 3.2.1 – 3.2.2.
Aydin/Winterthur – HR 8 april 2005
Feiten Na verkeersongeval is niet duidelijk wiens fout het was, causaal verband
kon niet vastgesteld. Maar één van de twee had gedronken.
Essentie Art. 150 Rv – Omkeringsregel – Art. 6:99 BW
Conclusie Gaat in op vereisten omkeringsregel. Art. 8 WVW strekt specifiek tot
voorkomen van verkeersongevallen. Rijden onder invloed vergroot de kans
op ongevallen. Bij een ongeval is daarmee het specifieke gevaar
verwezenlijkt waartegen die norm bescherming beoogt te bieden.
Daarmee is de omkeringsregel van toepassing en wordt hier causaal
verband vermoed.
R.O. 3.3.2 – 3.3.3
Nefalit/Karamus – HR 31 maart 2006
Feiten Werknemer werkt jaren met asbest en overlijdt uiteindelijk aan longkanker.
Maar de werknemer heeft ook jaren gerookt. De werkgever is
tekortgeschoten in zijn zorgplicht door niet alle veiligheidsmaatregelen te
Kelderluik – HR 5 november 1965
Feiten Man valt in kelderluik wat open was blijven staan.
Essentie Gevaarzetting
Conclusie Bij gevaarzetting moet rekening gehouden met:
• De waarschijnlijkheid van niet-inachtneming van de vereiste
oplettendheid en voorzichtigheid
• De kans dat daaruit ongevallen/schade ontstaat
• De ernst van de gevolgen die daaruit kunnen ontstaan
• De bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen
R.O. Overwegingen t.a.v. onderdeel b
Hangmat – HR 5 november 1965
Feiten Vrouw ligt in hangmat en krijgt een pilaar op zich, waardoor ze volledig
verlamd raakt. Ze klaagt haar man hiervoor aan.
Essentie Opstal – Art. 6:174 BW
Conclusie Een benadeelde derde kan iedere bezitter aanspreken (Art. 6:180.1 BW).
Een mede-bezitter kan ook de andere bezitter aanspreken. Maar alleen
voor het gedeelte wat hem in hun onderlinge verhouding aangaat (Art.
6:10.1 BW). Dit ziet op risicoaansprakelijkheid, hiervoor is geen
beoordeling van het gedrag van de aansprakelijke noodzakelijk.
R.O. 4.3.4
Wilnisser veendijk – HR 17 december 2010
Feiten Het Hoogheemraadschap is eigenaar van de veendijk in Wilnis. Op een
nacht is de kade verschoven, waardoor een woonwijk is blank komen te
staan. De gemeente vordert SV van HHR. HHR stelt echter dat geen sprake
is van een opstal en dat de kade niet gebrekkig was.
Essentie Bezittersaansprakelijkheid – Opstal – Art. 6:174 BW
Conclusie De dijk is ontstaan door menselijk ingrijpen en daarmee een opstal. Of een
opstal gebrekkig is moet bepaald aan de hand van de Kelderluikcriteria.
Dat voldaan is aan de veiligheidsvoorschriften doet niet af aan de
mogelijkheid tot gebrek. Een gebrek hangt af van de aard van de opstal, de
functie ervan, de fysieke toestand en het te verwachten gebruik door
derden. Daarbij is van belang:
• Mate van voorzienbaarheid van het gevaar
• De mogelijkheid tot voorzorgmaatregelen
• De verzekerbaarheid van de schade
• De financiële middelen en beleidsvrijheid van de overheid
R.O. 4.3.2 4.4.2-4.4.6
,Richel in openbare weg – HR 4 april 2014
Feiten Racefietser komt ten val door een spleet in het wegdek. Verzekeraar wil
regres op de gemeente wegens gebrekkige opstal ex Art. 6:174 BW.
Essentie Motiveringsplicht – Art. 6:174 BW
Conclusie De aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder moet
beoordeeld aan de hand van de maatstaven uit het Wilnis-arrest. Wegdek
en berm zijn hier zodanig op elkaar afgestemd dat zij als één geheel
behoren te worden beschouwd. Dat de spleet gevaar opleverde betekent
echter nog niet dat de weg gebrekkig was. De gemeente kan zich beroepen
op een gebrek aan capaciteit en financiële middelen, maar dit moet wel
nader onderbouwt.
R.O. 3.3-3.5, 3.6.2, 3.6.3-3.10
Stankoverlast pluimveebedrijf – HR
Feiten Eisers hebben een pluimveebedrijf zonder vergunning, wat veel
stankoverlast voor omwonenden geeft.
Essentie Hinder – Art. 5:37 BW
Conclusie de eigenaar van een erf mag niet op onrechtmatige wijze aan andere erven
hinder toebrengen (Art. 5:37 jo 6:162 BW). Of de hinder onrechtmatig is, is
afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor
veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het
geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Het wel of niet
beschikken over een vergunning is niet zonder meer bepalend. In dit geval
is een beroep op Art. 5:37 BW met verwijzing naar overschrijding van het
feitelijke geurhinderniveau wel voldoende voor onrechtmatigheid.
R.O. 3.2.1.-3.2.5.
Zurich/JMV – HR 14 juli 2017
Feiten BAM wordt ingehuurd door ProRail voor werkzaamheden aan het spoor.
BAM huurt weer mensen in van JMV. Eén van die werknemers veroorzaakt
schade. De verzekeraar van BAM vergoed aan ProRail en wil verhalen op
JMV op grond van Art. 6:170 BW. De vraag is of de werknemer
onrechtmatig heeft gehandeld en of voldaan is aan het
ondergeschiktheidsvereiste.
Essentie Art. 6:170 BW – Ondergeschikten
Conclusie Onrechtmatigheid moet hier beoordeeld op grond van gevaarzetting.
Daarna kan op drie manieren schade verhaald:
- Schade kan verhaald op tekortschietende contractuele wederpartij bij
een overeenkomst. Ook wanneer die schade is veroorzaakt door een
werknemer of hulppersoon (Art. 6:74 jo. 6:75 BW). De
tekortschietende contractpartij kan vervolgens alleen verhalen op
eigen werknemers en wanneer sprake is van opzet/roekeloosheid (Art.
7:661.1 BW).
, - Aanspraak kan op grond van Art. 6:170.1 BW. Daarvoor moet sprake
zijn van ondergeschiktheid en een OD
- De werknemer kan persoonlijk aangesproken. De werknemer heeft dan
regres op de werkgever (Art. 6:170.3 BW).
Het bestaan van zeggenschap is voldoende voor de benadeelde om aan te
nemen dat er een ondergeschikte is, ook als dit een uitgeleende
werknemer is. Zowel materiële en formele werkgever kunnen
aangesproken.
R.O. 3.3.2 & 3.4.2.
Afzinkkelder – HR 12 januari 2024
Feiten Verweerder laat werkzaamheden in zijn kelder uitvoeren, wat een scheur in
de kelderwant met de buren veroorzaakt. De buurvrouw heeft hier door
ernstige scheurvorming in haar pand. De buurvrouw vordert een verklaring
voor recht dat het bouwbedrijf (Multi) en de verweerder onrechtmatig
hebben gehandeld en eist schadevergoeding.
Essentie Art. 6:162 BW – Onrechtmatigheid
Conclusie Hof en rechtbank wijzen af. Eiseres had moeten stellen en bewijzen dat
Multi een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden en dat heeft Multi niet
gedaan. De HR stelt echter dat een aanmerkelijk risico op schade, ook
wanneer voldoende voorzorgmaatregelen zijn getroffen, niet zonder meer
meebrengt dat eiseres deze schade moet dragen. Dit mede omdat de
werkzaamheden in belang van verweerder waren en deze eiseres geen
voordeel opleverden. Multi had zich moeten verzekeren tegen de schade.
Het uitvoeren van de werkzaamheden kan hierdoor een OD opleveren.
R.O. 3.2.1 – 3.2.2.
Aydin/Winterthur – HR 8 april 2005
Feiten Na verkeersongeval is niet duidelijk wiens fout het was, causaal verband
kon niet vastgesteld. Maar één van de twee had gedronken.
Essentie Art. 150 Rv – Omkeringsregel – Art. 6:99 BW
Conclusie Gaat in op vereisten omkeringsregel. Art. 8 WVW strekt specifiek tot
voorkomen van verkeersongevallen. Rijden onder invloed vergroot de kans
op ongevallen. Bij een ongeval is daarmee het specifieke gevaar
verwezenlijkt waartegen die norm bescherming beoogt te bieden.
Daarmee is de omkeringsregel van toepassing en wordt hier causaal
verband vermoed.
R.O. 3.3.2 – 3.3.3
Nefalit/Karamus – HR 31 maart 2006
Feiten Werknemer werkt jaren met asbest en overlijdt uiteindelijk aan longkanker.
Maar de werknemer heeft ook jaren gerookt. De werkgever is
tekortgeschoten in zijn zorgplicht door niet alle veiligheidsmaatregelen te