Samenvatting Hoofdstuk 2 en 3, aangevuld met de slides van Hoorcollege 3
Legenda: zwarte tekst = je eigen samenvatting, ongewijzigd. Blauwe tekst = aangevuld uit de
slides van HC03 (enkel essentiële leerstof). Rood kader = correctie.
Hoofdstuk 2: De veranderde wereld van management
2.1 De veranderde wereld
• Vroeger veranderde de wereld traag, meestal lineair (voorspelbaar)
• Nu verandert de wereld exponentieel en mondiaal → veel sneller en onvoorspelbaar
• Voorbeeld exponentieel vs. lineair:
o 30 lineaire stappen = 30 meter
o 30 exponentiële stappen = 26x
o Dit illustreert hoe snel ontwikkelingen vandaag gaan.
Een bekend voorbeeld is Kodak. In 1975 vond het bedrijf de digitale camera uit, maar het
management onderschatte de waarde ervan. Terwijl de digitale technologie exponentieel beter
werd, bleef Kodak vasthouden aan analoge fotografie.
Gevolg: Kodak verdween uit de markt, terwijl kleine spelers zoals Instagram enorm groot werden.
→ Nieuwe nood aan management
• Klassieke managementtechnieken komen uit een andere tijd.
• Volgens Gary Hamel: management moet heruitgevonden worden.
• Waarom? Omdat oude methodes niet langer werken in de huidige digitale en mondiale
omgeving.
Historische achtergrond
Historisch gezien ontstonden de klassieke managementtheoriën in de overgang van de agrarische
naar de industriële samenleving. Grote bedrijven zoals Ford en Philips vereisten nieuwe manieren
van organiseren. Twee factoren speelden hierbij een cruciale rol:
1. Adam Smith (The Wealth of Nations, 1776): arbeidsverdeling verhoogt productiviteit door
specialisatie.
2. Industriële revolutie: machines vervingen handarbeid → managers moesten plannen,
organiseren, coördineren en controleren.
Conclusie: Het is dus nuttig om de geschiedenis van management te kennen, maar managers
moeten beseffen dat oude methodes niet voldoende zijn in een digitale, mondiale en exponentiële
wereld. De nieuwe uitdaging is flexibel en innovatief management dat inspeelt op snelle
veranderingen.
Bedrijfskunde en Management – H2 en H3 – pagina 1
,2.2 De klassieke benadering
Uitgangspunt:
• Mechanisme: Organisaties programmeren zoals een machine (structuur en regels) om zo het
gedrag van medewerkers te beïnvloeden zodat de productiviteit (en de winst) stijgt.
• Mens = machinebeeld
o De mens is een rationeel wezen.
o Een rationeel stappenplan heeft één uitkomst.
o Mensen hebben dezelfde belangen.
o Eigenbelang is afwezig.
Gevolgen voor het managen van organisaties:
• Via onderzoek inzicht verwerven in de rationele logica van mensen.
• Op basis van onderzoek op deze logica inspelen en daar uit voortvloeiend gedrag
perfectioneren.
• Recepten voor beter management ontwikkelen = normatief karakter
➔ Deze basisrecepten komen van Taylor, Fayol en Weber en vormen het normatieve karakter
van klassiek management.
2.2.1 Scientific management (Frederick W. Taylor)
Taylor werkte als ingenieur bij de Midvale Steel Company. Hij zag dat arbeiders vaak traag en
inefficiënt werkten: iedereen deed het op zijn eigen manier, er waren geen standaarden, en er
waren vaak conflicten met managers. Taylor dacht: “als we dit op een wetenschappelijke manier
aanpakken, kan de productie wel twee derde hoger liggen.
➔ Zijn idee: werken moest niet aan toeval of persoonlijke stijl worden overgelaten, maar
gebaseerd zijn op wetenschap.
De vier managementprincipes van Taylor
1. Ontwikkel wetenschappelijke richtlijnen voor elk element van een bepaald arbeidstaak.
Deze richtlijnen moeten de oude vuistregels vervangen.
Bedrijfskunde en Management – H2 en H3 – pagina 2
, 2. Kies, train, onderricht en ondersteun de arbeider op basis van wetenschappelijke
principes. (Arbeiders kozen vroeger zelf hun werk en probeerden al doende het werk onder
de knie te krijgen.
3. Werk goed samen met arbeiders, om ervoor te zorgen dat het werk wordt uitgevoerd volgens
de wetenschappelijk ontwikkelde principes.
4. Verdeel werk en verantwoordelijkheid gelijk over management en arbeiders. Management
neemt het werk op zich dat het beter kan uitvoeren dan arbeiders. (Voorheen werd bijna al
het werk door de arbeiders gedaan en werd ook de meest verantwoordelijkheid door hen
gedragen.)
Henry Ford bracht Taylors ideeën in de praktijk in de autofabrieken.
• Hij introduceerde de lopende band: auto’s werden niet meer door één arbeider in elkaar
gezet, maar verplaatsten zich langs verschillende arbeiders, elk gespecialiseerd in één kleine
handeling.
• Dit paste perfect bij Taylors idee van arbeidsverdeling en standaardisatie: er was één beste
manier om elke taak uit te voeren, en iedereen deed dat op exact dezelfde manier.
• Gevolg: veel hogere productiesnelheid en lagere kosten. In 1914 kon Ford al massaproductie
realiseren.
➔ Ford voegde er zijn eigen visie aan toe: zorgen voor een familiale bedrijfscultuur. Hij betaalde
relatief hoge lonen en wilde dat arbeiders zich goed gedroegen (geen alcohol, geen roken –
zelfs niet buiten het werk). Vriendelijk maar streng dus.
2.2.2 Scientific management vandaag
De principes van Taylor leven nog steeds voort in modern management:
• Taken analyseren en opdelen in eenvoudige stappen.
• Tijd- en bewegingsstudies gebruiken om verspilling te vermijden.
• Personeel zorgvuldig selecteren en opleiden.
• Prestatiebeloning invoeren.
→ Kortom: alle maatregelen die efficiënt werken bevorderen, hebben hun oorsprong in Taylors
scientific management.
Bedrijfskunde en Management – H2 en H3 – pagina 3