Zingeving & Levensbeschouwing
Zingeving: Het zoeken naar betekenis, richting en waarde in het leven.
Levensbeschouwing: Geheel van ideeën, overtuigingen en waarden waarmee mensen zin geven aan het
leven en de wereld begrijpen.
Transcendentie: Zingeving die verwijst naar iets dat het aardse en menselijke overstijgt.
Secularisering: Proces waarbij religie haar centrale rol in samenleving en zingeving verliest.
Individualisering: Proces waarbij individuen zelf verantwoordelijk worden voor hun levenskeuzes en
zingeving.
Waarden: Fundamentele overtuigingen over wat goed, wenselijk of belangrijk is.
Normen: Concrete gedragsregels die voortkomen uit waarden.
Kwetsbaarheid als Kracht
Kwetsbaarheid: Bereidheid om risico’s te nemen, zonder zekerheid over de uitkomst.
Verbinding: Capaciteit om je dieper te verbinden met jezelf, de ander en de wereld; ontstaat door
kwetsbaarheid en zelftranscendentie.
Schaamte: Angst voor disconnectie, angst om niet goed genoeg te zijn; verhindert verbinding.
Wholehearted: Eigenschap v oprechte toewijding zonder terughoudendheid. Durven tonen wie je echt bent.
Courage: Je verhaal vertellen met je hele hart; jezelf tonen ondanks imperfectie
Compassion: Vriendelijk zijn voor jezelf en daardoor ook voor anderen.
Connection: Je verbinden met anderen vanuit authenticiteit.
Intimiteit: hoe groter de intimiteit, hoe groter de kwetsbaarheid.
Paradox van kwetsbaarheid: Kwetsbaarheid is tegelijk de bron van angst, schaamte, liefde, verbondenheid
en creativiteit; voluit leven betekent jezelf investeren en risico nemen.
Verdringen: Poging om moeilijke emoties uit te schakelen; leidt tot een vicieuze cirkel.
Schuld geven: Anderen of jezelf de schuld geven om pijn of ongemak te verminderen.
Perfectioneren: Drang om perfect te zijn en perfecte resultaten af te leveren.
Doen alsof: Voorwenden dat dingen ons niet raken of dat we controle hebben over alles.
Technologie: geeft illusie v verbinding + controle, maar beperkt echte intimiteit/kwetsbaarheid.
AI / GenAI / Gezelschapsbot: Kunstmatige intelligentie die interactie bieden zonder echte kwetsbaarheid;
altijd beschikbaar en vleierig, maar zonder uitdaging of groei.
Durven springen: Bereid om risico te nemen + volledig te investeren in relaties, zonder garantie.
Vreugde/dankbaarheid beoefenen: Kwetsbaarheid erkennen en waarderen, bewust leven.
Geloven dat we goed genoeg zijn: Stoppen met zelfkritiek; jezelf waarderen en kunnen luisteren;
kwetsbaarheid zonder zelfdestructie.
Zelftranscendentie: Het overstijgen van eigen doelen en wensen om liefdevolle relaties mogelijk te maken;
het integreren van de ander in jezelf.
Zelfrealisatie: Focus op eigen doelen en expressie; kan liefdevolle relaties beperken als het doel op zichzelf
wordt gezien.
Aandacht en Overdaad
, Overprikkelde wereld / Overdaad: Wereld waarin we voortdurend worden blootgesteld aan impulsen,
informatie en entertainment, waardoor focus en diepe aandacht moeilijk worden.
Prikkels: Externe / interne stimulansen die onze aandacht trekken; kunnen relevant, betekenisvol of ruis zijn.
Relevante / Betekenisvolle prikkels: Prikkels die waardevol zijn voor leren, reflectie of persoonlijke groei.
Ruis: Overbodige of afleidende prikkels die geen waarde toevoegen en focus verstoren.
Entertainment: Amusement dat gemakkelijk afleidt; kan bijdragen aan overdaad aan prikkels.
Internet en elektronica: Bronnen van constante, onmiddellijke prikkels en beloningen.
Psychologische manipulatie: Strategieën (zoals advertenties en beloningsmechanismen) die gedrag
beïnvloeden of verslaving stimuleren.
Sociale media: Platforms ontworpen om maximale interactie en engagement te genereren; vaak
monetariserend, niet verbindend.
Multitasken / Hyperaandacht: Tegelijkertijd uitvoeren van meerdere taken; leidt tot vermoeidheid,
oppervlakkige aandacht en verlies van diepe reflectie.
Versplinterde aandacht: Aandacht die snel van de ene taak of informatiebron naar de andere springt,
gekenmerkt door oppervlakkigheid en overhaaste focuswisselingen.
Consumentistische levensvorm: Levensstijl gericht op onmiddellijke bevrediging van behoeften; vermindert
geduld, diepere ervaringen en emoties.
Ultra-bewerkte prikkels / Informatie: Voorgekauwde, gemakkelijk verteerbare stimuli en content (bijv.
sociale media, GenAI, streaming) die honger naar diepere vervulling niet stillen.
Cognitive offloading / AI slop: Gebruik van technologie om denkprocessen uit te besteden, wat gemakzucht
en oppervlakkigheid kan bevorderen.
Gemakzucht: Behoefte aan eenvoud, onmiddellijk te consumeren stimuli; vermijden v inspanning/diep denken.
Neiging naar oppervlakkigheid: Verwachting van kant-en-klare informatie of entertainment, wat leidt tot
oppervlakkige gedachten en ideeën.
Contemplatie / Onverdeelde aandacht: Diep nadenken of aanschouwen van iets zonder afleiding; doel is
begrip, reflectie en focus op wat werkelijk belangrijk is.
Theoreia: Concept van contemplatie: iets onderscheiden en begrijpen door erop te focussen.
Vormen van contemplatie: Beschouwen, bespiegelen, mediteren, theoretiseren; met een leeg verstand
reflecteren op de werkelijkheid.
Diepe verveling: Lastige maar nuttige toestand die reflectie, creatieve gedachten en motivatie stimuleert;
contrast met oppervlakkige afleiding.
Ruimte voor leegte en onderbreking: Tijd en mentale ruimte vrijmaken voor contemplatie, reflectie en
nieuwe ideeën; essentieel voor mentale ontspanning en creativiteit.
Productie vs. Contemplatie: Contemplatie gaat vooraf aan betekenisvolle productie; zonder contemplatie
ontstaat alleen meer van hetzelfde.
Gigantisme & Innovatie
Gigantisme (medisch): Abnormale groei van het lichaam door overproductie van groeihormoon.
Gigantisme (economisch): Metafoor voor een economie die steeds meer wordt gedomineerd door extreem
grote, ‘ongezond’ grote bedrijven.
Economies of scale (schaalvoordelen): Kostenvoordelen die ontstaan bij productie op grotere schaal.
Concentratie: Proces waarbij steeds minder bedrijven actief zijn binnen een sector.
Oligopolie: Marktvorm waarin een sector wordt gedomineerd door een klein aantal grote bedrijven.
Marktmacht: Vermogen van bedrijven om prijzen, lonen en marktvoorwaarden te beïnvloeden.
Arbeidsaandeel: Deel van de toegevoegde waarde dat naar arbeid gaat.
Toegevoegde waarde: Economische waarde die bedrijven creëren bovenop de kosten van inputs.
To big to fail: Situatie waarin grote bedrijven door de overheid gered worden omdat hun faillissement te
grote schade zou veroorzaken.
Cronyisme: Manipulatie van publiek beleid door private belangen.
Draaideur: Circulatie van personen tussen politieke functies en topfuncties in grote bedrijven.
Anti-trust / antikartelwetgeving: Wetgeving die bedoeld is om monopolies en machtsconcentratie te
voorkomen.
Eenzaamheid en Psychisch Welzijn