1. INFORMATIESYSTEMEN
- Data = opeenvolging van vastgestelde instanties die zich hebben voorgedaan
→ ruwe grondstof
- Informatie = vloeit voort uit data die gestructureerd verwerkt wordt of in een bepaalde context
geplaatst wordt
→ eindproduct
Waardebepaling informatie obv:
o Tijd
o Vorm
o Inhoud
- Impact nieuwe techno op klant
o Talc
→ meten in welk stadium techno zit + of het zal overleven
o Utaut
→ meten hoe groot de bereidheid is tot gebruik van techno bij klant
2. STRATEGISCHE INZETBAARHEID ICT
- Vijfkrachtenmodel Porter = raamwerk om competitiviteit te meten binnen marktsegment aan de
hand van 5 krachten
- Generische concurrentiestrategieën Porter = managementmodel om koers van bedrijf te bepalen
(= algemene concurrentiestrategie)
- Waardeketen van Porter = bepalen wat (meer)waarde is en of er zo een competitief voordeel
wordt behaald
→ inzicht krijgen in:
o Kostengedrag
o Bestaande en potentiële bronnen van differentiatie
- Recourse-based view of a firm (RBVF) = bedrijf kijkt naar interne bronnen van competitief
voordeel ipv naar competitieve omgeving
- VRIO-model = inschatten in welke mate bedrijfsmiddelen voldoen aan bepaalde criteria die
bepalend zijn voor LT-visie bedrijf
- Deltamodel = efficiënt gebruik van strategieën
3. IT-INFRASTRUCTUUR
- IT-infrastructuur = aaneenschakeling van alle technologische ondersteuning van de
bedrijfsvoering
→ tussen aangeboden diensten en manier waarop diensten aansluiten bij strategieën
- Diensten = onderdelen van bedrijfsvoering die dankzij gebruik van IT-infrastructuur tot stand
komen (kunnen waarde toevoegen voor klant)
- Het magische kwadrant van Gartner = tweedimensionale weergave van technologie-aanbieders
→ om een keuze te maken met welke aanbieders het bedrijf wil samenwerken om de gewenste
strategie te bereiken
- Critical capabilities = framework moet gezien worden als 1 geheel met het magische kwadrant