Hypertensie
Hypertensie: De medische term voor een hoge bloeddruk.
Bloeddruk: De druk in de bloedvaten doordat het hart pompt. De bloeddruk wordt uitgedrukt
als 120/80. Het eerste (systolische) getal geeft de druk in de bloedvaten aan wanneer het
hart samentrekt of klopt. Het tweede (diastolische) getal geeft de druk in de vaten aan
wanneer het hart rust tussen de slagen door.
- De grens van hypertensie is bloeddruk > 140/90.
Fysiologische regulatie van de bloeddruk
Determinanten: Factoren die iets bepalen of beïnvloeden. De twee belangrijkste
determinanten van de bloeddruk zijn:
1. Cardiale output: De hoeveelheid bloed die het hart per minuut rondpompt.
➔ Een hogere cardiale output → De druk in de vaatwanden neemt toe →
Hogere bloeddruk.
2. Perifere vaatweerstand: De weerstand die het bloed ondervindt in de bloedvaten.
➔ Vasoconstrictie → Hogere weerstand → Hogere bloeddruk.
Deze determinanten worden gereguleerd door de volgende mechanismen:
● Sympathisch zenuwstelsel (noradrenaline als neurotransmitter): Cardiale output ↑ en
perifere weerstand ↑ → Bloeddruk stijgt.
● Balans tussen zoutinname en zoutuitscheiding door de nieren: De nieren regelen
hoeveel natrium en water in het lichaam worden vastgehouden.
○ Meer zoutinname → Meer water wordt vastgehouden → Groter bloedvolume
→ Meer bloed dat het hart moet rondpompen. Cardiale output ↑ → Bloeddruk
stijgt.
○ Meer zoutuitscheiding → Minder water wordt vastgehouden → Kleiner
bloedvolume → Minder bloed dat het hart moet rondpompen. Cardiale output
↓ → Bloeddruk daalt.
● Renine-Angiotensine-Aldosteronsysteem (RAAS): Bij een lage bloeddruk wordt
RAAS geactiveerd.
○ Angiotensine II veroorzaakt vasoconstrictie → Perifere weerstand ↑ →
Bloeddruk stijgt.
○ Aldosteron zorgt voor natrium- en waterretentie → Cardiale output ↑ →
Bloeddruk stijgt.
, ● Natriuretische peptiden van het hart: ANP en BNP stijgen door een hoge bloeddruk.
○ Meer uitscheiding van natrium en water door de nieren → Cardiale output ↓
→ Bloeddruk daalt.
○ Vasodilatatie → Perifere weerstand ↓ → Bloeddruk daalt.
Oorzaken en gevolgen van hypertensie
Soms hebben patiënten onspecifieke symptomen, waaronder hoofdpijn, kortademigheid en
neusbloedingen. Oorzaken van hypertensie:
- Hoge natriuminname.
- Gewichtstoename en obesitas: Het lichaam heeft meer weefsel dat van bloed
moet worden voorzien → Cardiale output ↑.
- Overmatig alcoholgebruik: Dit activeert het sympathisch zenuwstelsel →
Hogere hartfrequentie en contractiliteit → Cardiale output ↑.
- NSAID’s: Ze remmen prostaglandines. Deze zorgen normaal voor
natriumuitscheiding → ↑ Natrium- en waterretentie → Cardiale output ↑.
- Stimulerende middelen: Activeren het sympathisch zenuwstelsel → Hogere
hartfrequentie en contractiliteit → Cardiale output ↑.
- Genetische aanleg, waarschijnlijk polygeen (veel genetische variaties samen
bijv. nierfunctie en sympathische activiteit).
- Als gevolg van andere ziekten: Nierziekten, endocriene of urologische
ziekten.
Gevolgen van hypertensie
➢ Hypertrofie van de linkerventrikel van het hart: Het hart moet pompen tegen een
hogere druk en het linkerventrikel moet dus harder werken om bloed in de aorta te
krijgen. Hierdoor gaan de hartspiercellen groeien. Gevolg hypertrofie: Hartspier wordt
stijver → Pompvermogen daalt → Hartfalen.
➢ Pathologische verandering in de vaten: Door hypertensie ervaart de vaatwand stress.
Als dit zich langdurig aanhoudt, gaat de vaatwand hypertrofiëren en wordt het dus
dikker en steviger om de druk beter aan te kunnen.
De langdurige verhoging van de perifere weerstand en het hypertrofiëren van de bloedvaten
zorgt voor target organ damage. Overlijden en invaliditeit kan komen door:
Atherosclerose: Hypertensie veroorzaakt endotheelbeschadiging door verhoging van de
perifere weerstand. Hierdoor kan LDL gemakkelijker de vaatwand binnendringen en ontstaat
een ontstekingsreactie, wat leidt tot atherosclerose.
Beroerte: Door hypertensie vergroot de kans op atherosclerose. Dit vermindert de
doorbloeding naar de hersenen, wat kan leiden tot een beroerte. Ook kan hypertensie leiden
tot hypertrofie. Hierdoor worden de bloedvaten stijver, waardoor ze kunnen scheuren. Dit
leidt tot een beroerte.
Hartfalen: Door hypertrofie wordt de hartspier stijver. Het pompvermogen daalt door gebrek
aan elastisch vermogen en dit leidt tot hartfalen.
Myocardinfarct: Hypertensie veroorzaakt endotheelbeschadiging door verhoging van de
perifere weerstand. Hierdoor kan LDL gemakkelijker de vaatwand binnendringen en ontstaat
een ontstekingsreactie, wat leidt tot atherosclerose. Hierdoor vormt zich een stolsel dat de
,bloedstroom naar een deel van de hartspier volledig blokkeert. Hartspiercellen sterven af als
gevolg van te weinig zuurstofvoorziening.
Chronische nierziekten: Door hypertensie verhoogt de druk op de glomerulaire haarvaten.
Hierdoor raken de vaatwanden beschadigd en de nieren kunnen zo minder goed bloed
filteren.
Behandelmogelijkheden
Niet-farmacologisch: Leefstijlaanpassingen.
• Beperking van de natriuminname in de voeding
• Gewichtsverlies bij overgewicht
• Beweging: Verlaagt sympatische activiteit → Verlaagt cardiale output.
• Matiging van alcoholgebruik: Verlaagt sympatische activiteit → Verlaagt cardiale output.
• Stoppen met roken: Minder vasoconstrictie → Lagere perifere weerstand.
Farmacologisch: Medicatie.
• Vijf geneesmiddelenklassen:
- Angiotensine converterend enzym remmers (ACE-remmers)
- Angiotensine receptor-blokkers (ARB’s)
- Calciumantagonist (CCB)
- Diuretica
- Bètablokkers
• Andere klassen van antihypertensiva voor bepaalde omstandigheden:
- Alfa-blokkers: Blokkeren α1 in bloedvaten → Vasodilatatie → Bloeddruk daalt.
- Centraal aangrijpende antihypertensiva: Verlagen sympathische output → Cardiale
output en perifere weerstand dalen → Bloeddruk daalt.
- Mineralocorticoïde receptorantagonisten (MRAs): Blokkeren aldosteron → Minder
natrium- en waterretentie → Bloeddruk daalt.
Vijf geneesmiddelenklassen
De 5 klassen antihypertensiva zijn ongeveer even effectief voor bloeddrukverlaging.
1. Angiotensine converterend enzym remmers (ACE-remmers): Ze remmen de omzetting
van angiotensine I naar angiotensine II. Adverse effects:
- Hyperkaliëmie: Minder aldosteron → Minder natriumretentie → Minder
kaliumuitscheiding.
- Droge hoest (5-20% van de patiënten): Bradykinine wordt niet afgebroken →
Vasodilatatie → Vocht kan uit bloedvaten lekken en dit kan een droge hoest
veroorzaken.
- Hypotensie: Minder angiotensine II → Minder vasoconstrictie → Lagere perifere
weerstand → Lagere bloeddruk.
- Intestinaal angio-oedeem: Bradykinine wordt niet afgebroken → Vasodilatatie →
Vocht kan uit bloedvaten lekken en dit zorgt voor een plotselinge vochtophoping in
weefsel (neus, lip, mond, tong, glottis en larynx).
Contraindicaties: Zwangerschap (foetale toxiciteit, 2de & 3de trimester → Nieren ontwikkelen
zich niet goed door tekort aan angiotensine II). Bij slechte nierfunctie → Minder angiotensine
II zorgt voor vasodilatatie → De glomerulaire druk daalt (bij mensen met al zwakke nieren is
de nier afhankelijk van hoge glomerulaire druk om nog te filteren) → Nierfunctie verslechtert.
Renoprotectieve effecten: Diabetespatiënten hebben een hoge glomerulaire druk. ACE
remmers verlagen die druk → Voorkeursmiddel bij deze patiënten.
, ➔ Captopril, enalapril, fosinopril, lisinopril, perindopril, quinapril, ramipril en zofenopril.
2. Angiotensine receptor-blokkers (ARB’s): ARB's blokkeren selectief de angiotensine
II-receptor (type I). Adverse effects:
- Hyperkaliëmie: Minder aldosteron → Minder natriumretentie → Minder
kaliumuitscheiding.
- Hypotensie: Minder angiotensine II → Minder vasoconstrictie → Lagere perifere
weerstand → Lagere bloeddruk.
Contraindicaties: Zwangerschap (foetale toxiciteit, 2de & 3de trimester → Nieren ontwikkelen
zich niet goed door tekort aan angiotensine II). Bij slechte nierfunctie → Minder angiotensine
II zorgt voor vasodilatatie → De glomerulaire druk daalt (bij mensen met al zwakke nieren is
de nier afhankelijk van hoge glomerulaire druk om nog te filteren) → Nierfunctie verslechtert.
Renoprotectieve effecten: Diabetespatiënten hebben een hoge glomerulaire druk.
Geen combinatie van ARB’s and ACE remmers, want weinig therapeutische voordelen en
meer kans op bijwerkingen.
➔ Losartan, candesartan, irbesartan en valsartan.
3. Calciumantagonist (CCB): Ze remmen Ca2+ - ionen influx in vasculaire/cardiale cellen.
Dit zorgt voor relaxatie van vasculair glad spierweefsel en een negatief inotroop effect bij
cardiale cellen. Adverse effects:
- Hoofdpijn, blozen en duizeligheid: Vasodilatatie, dus meer bloed naar het
gezicht/hoofd.
- Enkeloedeem: Arteriolen worden wijder, maar de venen worden minder sterk
aangepast. Hierdoor stijgt de druk in haarvaten → Vocht lekt naar weefsel.
➔ Verapamil, diltiazem en dihydropyridinen: amlodipine en nifedipine.
Gebruik van langwerkende
dihydropyridinen voor
eenmalige dagelijkse dosering
(bijv. amlodipine, felodipine, lercanidipine) en
preparaten met vertraagde afgifte voor
anderen.
4. Diuretica: Remmen de natriumreabsorptie in de nier, daardoor verhoogt de uitscheiding
van natrium in de nier, daardoor is er een verhoogde uitscheiding van natrium en water. Het
lichaam probeert in de verzamelbuis nog wat natrium te reabsorberen en als gevolg worden
kalium en waterstofionen uitgescheiden. Het diuretica leidt tot verminderde vasculaire
weerstand, maar het exacte mechanisme is onduidelijk. Adverse effects:
- Hypotensie: Minder natrium → Lager bloedvolume → Lagere cardiale output
→ Lagere bloeddruk.
- Centraal zenuwstelsel, duizeligheid en hoofdpijn: Als de bloeddruk daalt,
krijgen de hersenen minder bloed.
- Kan insulineresistentie veroorzaken.
Monitor de elektrolyten (hypokaliëmie en hyponatriëmie) en de nierfunctie
(verandering in vocht- en zoutbalans). Gebruik voorzichtig bij patiënten met
(pre)diabetes (thiaziden kunnen insulinewerking iets verminderen of glucose iets
verhogen).
➔ Hydrochloorthiazide, chloortalidon en indapamide.
Alleen thiazide-diuretica wordt ingezet als antihypertensiva.