• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 26 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie | Leiden | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 26 pagina's

Uitgebreide samenvatting voor het vak Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie (6461PS007Y) aan de Universiteit Leiden. Alles staat erin wat je nodig hebt om het tentamen gemakkelijk te halen! Ik had zelf een 8.7

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING
ONTWIKKELINGS- EN
ONDERWIJSPSYCHOLOGIE
WEEK 1: PERCEPTIE, ACTIE EN LEREN BIJ BABY’S

PERCEPTIE EN LEREN


VISUELE PERCEPTIE
Perceptie: het proces van het organiseren en het interpreteren van sensorische
informatie over de objecten, gebeurtenissen en ruimtelijke indeling van de wereld om ons
heen. (subjectief)

Prefentiële kijktechniek: kan achterhalen of jonge kinderen het verschil kunnen zien
tussen een leeg scherm en een scherm met iets erop. Baby’s hebben namelijk de
voorkeur om naar een scherm te kijken waar iets (nieuws) op staat i.p.v. een leeg (of
bekend) scherm.

Babys kijken heel veel naar gezichten van verzorgers.

1e maand: felle contrasten zien

2e maand: kijken naar de ogen

8e maand: zien ongeveer hetzelfde als volwassenen.

Handig voor social referencing; je ziet je verzorger een bepaalde emotie hebben,
waarnaar je handelt (als verzorger angstig kijkt moet je oppassen en niet verder lopen
bijvoorbeeld).

Baby’s kijken ook naar objecten en hebben daar verwachtingen over.
Objectpermanentie: wanneer een object uit zicht is, bestaat het niet meer voor jonge
kinderen.  heeft te maken met motorische ontwikkeling; als je meer beweegt door
fysieke ruimtes, leer je sneller dat objecten blijven bestaan, ook als je ze niet ziet.


VERWACHTINGEN
Baby’s hebben ook verwachtingen over de wereld. Onderzoeken is lastig door
communicatie barrière, maar: violation-of-expectancy procedure kan worden
gebruikt om cognitie bij baby’s te bestuderen, waarbij de baby een onverwachte
gebeurtenis te zien krijgt.

 Baby’s kijken langer naar de locatie van onverwachte gebeurtenissen dan naar
de locatie van wel verwachte gebeurtenissen.


AUDITIEVE PERCEPTIE
Auditieve perceptie: horen. Ontwikkelt zich eerder dan zien, omdat er in de
baarmoeder wel geluid is maar geen licht.

,Auditieve lokalisatie: oriënteren richting de bron van het geluid. Wordt beter naarmate
de baby ouder wordt.

Intermodale perceptie (multimodale perceptie): combineren van sensorische
informatie van 2 of meer zintuigen.


ACTIE
Embodied cognition: cognitie omvat het handelen met een fysiek lichaam in een
fysieke omgeving. Motorische ontwikkeling is belangrijk voor zelfgestuurd leren en een
gevoel van autonomie.

Motorische mijlpalen

1. Hoofd omhoog tillen
2. Borst omhoog tillen
3. Omrollen
4. Om 2 handen en benen steunen
5. Zonder support zitten
6. Staan met support
7. Omhoog kunnen trekken tot staan
8. Lopen met support
9. Staan zonder support
10. Gemakkelijk lopen zonder support


LEREN EN GEHEUGEN

Er zijn 7 vormen van leren bij baby’s

Habituatie: de afname van reactie op een stimulus wanneer die stimulus herhaaldelijk
wordt gerepresenteerd.  snellere habituatie voorspelt hoger IQ.

Klassiek conditioneren (pavloviaans): conditionering waarbij de geconditioneerde
stimulus voorafgaat aan de ongeconditioneerde stimulus, totdat de geconditioneerde
stimulus al voldoende is om de geconditioneerde respons op te wekken. Dit zijn dus
triggers van een aangeboren respons; er is een transfer van de geautomatiseerde reactie
naar het voorspellend signaal die aan de stimulus voorafgaat.

Instrumenteel conditioneren: leren over de gevolgen van je eigen gedrag. Als ik …
doe, gebeurt …. Voor het leren zijn er nog geen verwachtingen, na het leren is er een
begrip van het gevolg van een specifieke gedraging.  helpt met het creëren van
autonomie over omgeving; je wil dat iets gebeurt dus je gaat iets doen.

Statistisch leren: leren over patronen van gebeurtenissen door herhaalde blootstelling
aan die patronen. Baby’s kunnen patronen en regelmaat ontdekken, sommige dingen
verschijnen bijvoorbeeld altijd in een bepaalde volgorde of in een bepaald paar. Voor het
leren zijn er nog geen verwachtingen, na het leren is er een verwachting dat de ene
gebeurtenis voorafgaat aan de andere.  belangrijk verschil met Pavlov: er is geen
automatische respons tussen oorzaak en gevolg, maar een soort aangeleerd dat je het
verband weet. Dit mechanisme is al aanwezig bij aangeboren patronen. Baby’s richten
hun aandacht meer op interessante patronen (niet te ingewikkeld, ook niet te simpel)

, Rationeel leren: gebruik van voorgaande kennis om te voorspellen of een gebeurtenis
wel of niet verwacht was. Dit is dus de vaardigheid om eigen bestaande kennis te
gebruiken om te voorspellen wat waarschijnlijk zal gaan gebeuren.

 Voor het leren weet baby x
 Tijdens het leren valt op dat iets onverwachts gebeurt
 Na het leren wordt de kennis geüpdatet.

Actief leren: het testen van de eigen verwachtingen, je leert dus door te interacteren
met de wereld, i.p.v. passief observeren. Baby’s kunnen experimenteren met het testen
van verwachtingen  sneller en effectiever dan wachten tot je het toevallig ziet
gebeuren.

 Voor leren: baby heeft verwachting van iets
 Tijdens leren: baby vind een manier om te testen of verwachting juist is
 Na leren: updaten van kennis.

Observationeel leren en imiteren: leren door andere mensen te observeren (sociaal
leren). Niet alleen gedrag imiteren, maar ook de intenties achter dat gedrag.

 Voor leren: baby heeft wel of geen verwachtingen
 Tijdens leren: baby ziet een ander iets doen en ziet de uitkomst van dat gedrag
 Na leren: updaten van kennis

Baby’s kunnen ook voorkeuren van anderen begrijpen gebaseerd op de moeite die ze de
ander ervoor zijn doen.

WEEK 2: BIOLOGIE EN GEDRAG

‘NATURE’ EN ‘NURTURE’: GENETICA EN OMGEVING

Genoom: complete set van DNA wat een organisme heeft. Op DNA zitten 20.000 genen
voor eiwitten (en die leiden tot kenmerken)

Genotype: het erfelijk materiaal van een individu; het specifieke genetische materiaal
dat een individu heeft.

Fenotype: de zichtbare expressie van het genotype  betreft zowel kenmerken van het
lichaam als gedrag.

Omgeving / environment: alle factoren betreffende personen en hun omgeving die niet
genetisch bepaald zijn (dus ook prenatale invloeden) .

Er zijn 5 belangrijke relaties die van belang zijn op de ontwikkeling van het individu

1. Genotype ouders  genotype kind: Overerving van chromosomen (zitten in
elke cel en zijn gemaakt van DNA). Stukjes van het DNA die coderen voor eiwitten
zijn genen. Een allel is een variant van een gen.
o Elke lichaamscel heeft 46 chromosomen (23 paren). Geslachtscellen
(gameten) bevatten maar de helft (23 chromosomen). Bij bevruchting
ontstaat er een zygoot met 46 chromosomen (mix van ouders)
o Karyotype: alle chromosomen(paren) naast elkaar. De eerste 22 zijn
hetzelfde. Laatste is XX of XY  XX is meisje, Xy is jongen.
 Er zijn verschillende processen die zorgen voor genetische variatie.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
15 oktober 2026
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$12.66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
8
Laatst verkocht
14 uur geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen