In dit document:
College aantekeningen van alle colleges (HC6 mist nog, maar wordt volgende week toegevoegd)
Boek: Dimitri Mortelmans (2020). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden (H1-15 m.u.v. H2)
Blogpost: Positionality and reflexivity for early career researchers and postgraduate researchers.
Inhoud
Kwalitatieve methoden in de sociale wetenschap.................................................................................1
College 1 – aantekeningen.....................................................................................................................2
College 1 – literatuur.............................................................................................................................5
Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Mortelmans: H1, H3 en H4......................................6
College 2 – aantekeningen...................................................................................................................17
College 2 – literatuur...........................................................................................................................20
Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Mortelmans: H5 en H6..........................................20
College 3 – aantekeningen...................................................................................................................25
College 3 – literatuur...........................................................................................................................28
Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Mortelmans: H7, 8 en 9.........................................28
College 4 – aantekeningen...................................................................................................................41
College 4 – literatuur...........................................................................................................................44
Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Mortelmans: H10, 11 en 12...................................44
College 5 – aantekeningen...................................................................................................................55
College 5 – literatuur...........................................................................................................................58
Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Mortelmans: H13 en H14......................................58
College 6 – aantekeningen...................................................................................................................68
College 6 – literatuur...........................................................................................................................69
Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Mortelmans: H15..................................................69
,College 1 – aantekeningen
Kwantitatief en kwalitatief
Kwalitatief:
Proces
Perspectief onderzochte
Vaak op microniveau, omdat het onmogelijk is om grote groepen te interviewen.
Theoretische generalisatie
Circulaire processen
Evenly suspended attention
Vaker van data naar theorie
Inhoudelijke sampling (relevantie): komt ook nog terug in een ander college. Wat is relevant voor
jou onderzoek?
Interpretivisme: wat vinden wij waar? Denk aan Sinterklaas.
Kwantitatief:
Meetbare variabelen
Perspectief onderzoeker
Statistische generalisatie
Lineair proces
Hypothesen (het is waar of niet waar)
Vaker van theorie naar data
Statistische sampling (representativiteit): komt ook nog terug in een ander college
Positivisme
Paradigma’s:
Ontologie: gaat over de vraag ‘wat is waar?’ We maken betekenis
in interactie met mensen/situaties. Welke opvatting over de
werkelijkheid ligt daaraan ten grondslag?
Epistemologie: hoe kunnen we dingen kennen? Hoe kunnen we
toegang krijgen tot de waarheid? Waarom denken we dat dit
betrouwbare kennis oplevert?
Methodologie: refereren naar specifieke instrument die we
gebruiken. Willen we de waarheid achterhalen of willen we de
waarheid van mensen achterhalen? Waarom doen we het op die
manier?
Methodes: wat doen we?
4 paradigma’s in het boek en deze cursus:
(Positivisme:)klassiek wereldbeeld. Er is een waarheid die we kennen. Als we alle kennis op elkaar
stapelen, kunnen we die waarheid kennen. De waarheid is kenbaar (natuurwetenschappen).
Post-positivisme: de waarheid is er wel, maar we kunnen hem nooit helemaal kennen. We
moeten een extra stap zetten om er waarheid van te maken. Bv. je kan iets ruiken, maar je moet
daar nog wel aan koppelen wat het is. Theorieën kunnen gefalsificeerd worden.
2
, Constructivisme: er is geen waarheid, buiten wat wij maken met elkaar. Elke waarheid is sociaal
geconstrueerd. Sinterklaas bestaat alleen omdat wij dat bedacht hebben. Afspraken die we
maken of interpretaties die wij maken (denk aan tempratuur, dat hebben we zelf bedacht).
Kritische theorie/ feminisme: wij maken de waarheid met elkaar, maar wordt ook vaak gebruikt
om bepaalde normen ter discussie te stellen,
zoals bij het feminisme.
Participatief paradigma: er is een waarheid
(post-positivisme), maar de waarheid die
onderzocht wordt, komt tot stand tijdens een
onderzoek. Dit is vaak in samenwerking met
de doelgroep waar het onderzoek over gaat
(bv. nieuwe vaders). Onderzoek met de
doelgroep i.p.v. over doelgroep!
Paradigma Werkelijkhei Kennis Doel Vraag
d
Post-positivisme Ontdekken Benaderen Verklaren Laat me de cijfers zien
Constructivisme Construeren Betekenis geven Begrijpen Vertel me hoe het voelt
Kritische theorie Ontmaskeren Bewust worden Veranderen Wie heeft hier de macht?
Participatief paradigma Co-creëren Samen leren Verbeteren Wie ontbreekt eraan tafel?
Voorbeeld vraag: “hoe beïnvloedt formatieve feedback het leren van middelbare scholieren?”
Paradgima Onderzoeksvraag
Post-positivisme In welke mate beïnvloedt formatieve feedback leerprestaties?
Constructivisme Hoe ervaren leerlingen formatieve feedback en welke betekenis geven zij
eraan?
Kritische theorie Hoe reproduceert of vermindert formatieve feedback onderwijsongelijkheid?
Participatief paradigma Hoe kunnen leerlingen en docenten samen feedbackpraktijken verbeteren?
Voorbeeldtentamenvraag: vanuit welk paradigma werkt iemand?
Paradigma’s bepalen hoe je onderzoek doet en wat je als geldige kennis en een succesvolle uitkomst
beschouwt à belang reflectie en positionaliteit!
Positionality statement: manier om wat extra uitleg te geven over je achtergrond m.b.t. het
onderzoek. Het is niet verplicht, maar geeft een duidelijk beeld van wie jij als onderzoeken bent en
welke mogelijke valkuilen je als onderzoeker kan hebben (bv. bias). Wanneer je niet te veel over
jezelf prijs wilt geven, kan je het ook minimalistisch en meer contextgericht schrijven.
Persoonlijke achtergrond: wie ben je? Welke ervaringen/interesses heb je?
Identiteit: welke kenmerken zijn relevant voor dit onderzoek? Bv. leeftijd, gender, etniciteit?
Relatie tot het onderwerp: persoonlijke of professionele ervaring mee?
Theoretische positie: vanuit welke bril kijk jij? Post-positivisme, constructivisme, etc.?
Relatie tot de deelnemers: ben je een insider, outsider of iets ertussenin?
Mogelijke vooronderstellingen en biases: welke aannames neem je mee en hoe kunnen die het
onderzoek beïnvloeden?
Reflexiviteit (komt terug in de blogpost die je moest lezen voor dit college, niet echt behandeld in
het boek): hoe ga je tijdens het onderzoek kritisch reflecteren op je eigen invloed op
dataverzameling, analyses en interpretatie?
3
, Dit is een golvend/circulair proces. De positie van je zelf m.b.t. bovenstaande onderwerpen kan
veranderen gedurende het onderzoek. Dit kan je bijhouden in een onderzoeksjournal bijvoorbeeld.
Van paradigma’s en posities naar probleemstelling (H4)
Paradigma’s en positionaliteit bepalen niet alleen hoe je onderzoek doet, ze bepalen ook welke
vragen je stelt of wat je als probleem identificeert.
Probleemstelling
Onderzoeksdomein: heeft betrekking op de motivering van het onderzoek. 3 onderdelen:
1. Intellectueel (vanuit theorie of wetenschappelijke nieuwsgierigheid)
2. Praktisch (evaluatieonderzoek of actieonderzoek)
3. Persoonlijk (awareness, bv. awareness of dying van Glaser & Strauss à Grounded Theory, ze
zijn zonder theorieën, verwachtingen gaan onderzoeken. Het is puur gebaseerd op
persoonlijke ervaringen. Vergelijkbaar met ‘blind erin gaan’).
Verantwoording onderzoek: relevant voor wie?
o Wetenschappers (nieuwe inzichten, toepassen concepten in andere contexten of kritisch op
bestaande aannames)
o Beleidsmakers (exploreren of evalueren)
o Praktijk (hoe (niet) handelen na een traumatische gebeurtenis?)
Onderzoeksdoel:
o Verkennen/exploreren: wat speelt er? Vaak ook voorafgaand aan kwantitatief onderzoek.
o Verklaren (ook kwantitatief): hoe/waarom mensen op een bepaalde manier handelen.
o Beschrijven: wat is er aan de hand of waar lopen ze tegenaan?
o Emanciperen: deelnemers betrekken bij het onderzoek.
Onderzoeksvraag: kenmerken van een kwalitatieve onderzoeksvraag:
o Een vraag: wat vinden eerstejaars studenten van de universiteit?
o Duidelijk: hoe ervaren eerstejaarsstudenten de overgang van middelbare school naar
universiteit?
o Specifiek en haalbaar: hoe ervaren eerstejaars PedOn-studenten aan de rug de overgang van
de middelbare school naar de universiteit?
o Relevant:
o Dynamisch: niet statisch zijn. Leidt sociale verbondenheid altijd tot een beter welzijn? Of zijn
er ook nog covariaten? Zoals voeding, wonen, sport, etc.
o Triangulatie: (vanuit meerdere kanten bekijken, zoals participanten, methoden, theoretische
kaders, onderzoekers, etc.)
o Particularistisch (vraag à methode) i.p.v. universalistisch (methode à vraag)
Conceptuele kader: hoe houd je toch een open blik? (evenly suspended attention). D.m.v.:
o Sensitizing concepts: (i.p.v. operationele definities). Niet alles concreet maken, zodat je in het
onderzoek niet direct alles hebt vaststaan en je nog wat kan schuiven.
o Bracketing/epoche: eigen geloof en aannames te onderzoeken, zodat je deze kan loslaten
tijdens het onderzoek.
Oefenvragen:
Oefenvraag 1: perspectief van het onderzoek
Oefenvraag 2: post-positivisme
Check de samenvatting nog even aan het einde van de powerpoint!
4