,
,1. Plaatjes komen uit de powerpoint presentatie
2. De oefentoets is een mix van gemiddeld, moeilijker en zeer moeilijk. Alle antwoorden staan apart aan het
einde met duidelijke uitleg
3. In de alinea rechts staan docentopmerkingen (klikken)
4. Dingen belangrijk voor het tentamen staan duidelijk aangegeven
Hoofdstuk 1. Basis van sociaal werk
1.1 Beroepsprofiel en werkvelden van sociaal werk
Kerntaken van de sociaal werker
Signaleren: problemen, risico’s, behoeften en belemmeringen tijdig herkennen.
Analyseren: de hulpvraag onderzoeken vanuit persoonlijke én maatschappelijke factoren.
Begeleiden: mensen ondersteunen bij het vergroten van zelfredzaamheid, veerkracht en eigen regie.
Verbinden: sociale netwerken, informele steun en professionele voorzieningen mobiliseren.
Belangen behartigen: opkomen voor mensen die onvoldoende toegang hebben tot rechten, middelen
of maatschappelijke participatie.
Preventief handelen: risicofactoren verminderen en beschermende factoren versterken.
Evalueren: beoordelen of ondersteuning bijdraagt aan de afgesproken doelen.
,Belangrijke werkvelden
Werkveld Centrale aandachtspunten
Jeugd en gezin Opvoeding, ontwikkeling, veiligheid en gezinsondersteuning
Geestelijke gezondheidszorg Psychosociaal functioneren, herstel en maatschappelijke deelname
Zorg en ondersteuning Zelfredzaamheid, kwaliteit van leven en ondersteuning bij kwetsbaarheid
Welzijn en samenleving Sociale cohesie, buurtontwikkeling, participatie en inclusie
Maatschappelijke dienstverlening Armoede, schulden, huisvesting en toegang tot voorzieningen
Forensisch en justitieel sociaal werk Gedragsverandering, resocialisatie en maatschappelijke veiligheid
1.2 Sociale grondrechten, mensenrechten en beroepsethiek
Mensenrechten vormen een normatief fundament voor sociaal werk. Zij erkennen de menselijke waardigheid
en beschermen onder meer vrijheid, gelijkheid, participatie en toegang tot essentiële maatschappelijke
voorzieningen. Sociale grondrechten richten zich op voorwaarden die nodig zijn om menswaardig te kunnen
leven, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, huisvesting en maatschappelijke ondersteuning.
Sociale grondrechten en klassieke grondrechten
Klassieke grondrechten beschermen burgers onder meer tegen ongeoorloofde inmenging door de
overheid. Voorbeelden zijn de vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en het recht op privacy.
Sociale grondrechten verplichten de overheid zich in te zetten voor maatschappelijke voorwaarden die
menselijke ontwikkeling en bestaanszekerheid ondersteunen. De precieze juridische afdwingbaarheid
verschilt per recht en wettelijke regeling.
Grondrechten zijn relevant voor sociaal werk omdat hulpverlening regelmatig raakt aan autonomie, privacy,
gelijke behandeling, veiligheid en toegang tot voorzieningen. De sociaal werker moet daarom niet alleen kijken
naar de hulpvraag, maar ook naar de rechten van de betrokkene en de grenzen van professionele
bevoegdheden.
1.3 Ontwikkelingspsychologie en levensfasen TENT!!
Ontwikkelingspsychologie bestudeert veranderingen in lichamelijk functioneren, cognitie, emoties,
persoonlijkheid en sociaal gedrag gedurende de levensloop. Ontwikkeling ontstaat uit de wisselwerking tussen
biologische aanleg, psychologische processen, sociale relaties en maatschappelijke omstandigheden. Zij
verloopt niet bij ieder individu op dezelfde manier of in hetzelfde tempo.
Voor sociaal werk is ontwikkelingspsychologische kennis essentieel om gedrag en ondersteuningsbehoeften in
hun levensfase te begrijpen, zonder individuele verschillen te reduceren tot vaste ontwikkelingsnormen.
Levensfasen en ontwikkelingstaken
Levensfase Centrale ontwikkelingsthema’s Aandachtspunten voor sociaal werk
Hechting, basisvertrouwen, taal en Opvoedingsondersteuning, veiligheid en
Baby- en peutertijd
zelfregulatie sensitief ouderschap
Kindertijd Cognitieve ontwikkeling, sociale School, gezinsrelaties, sociale participatie