4.1 Hoe wordt nieuw gedrag aangeleerd
- Wet van effect: Thorndike
- Klassieke conditionering: Pavlov en Watson
- Operante conditionering: Skinner
4.1.1 Wet van effect: Thorndike
“De kans dat gedrag vertoond wordt, is afhankelijk van het effect van dat
gedrag in het verleden”
Gedrag gevolg kans dat het gedrag opnieuw gebeurt
- Positief gevolg gedrag neemt toe
- Negatief gevolg gedrag neemt af
4.1.2 Klassieke conditionering: Pavlov en Watson
Pavlov: klassieke conditionering = leren door associatie
Een stimulus, die een aangeboren reflex oproept
- Wordt geassocieerd met een voorheen neutrale stimulus
- Die daarop het vermogen verwerft om dezelfde respons op te roepen
4.1.2.1 Trauma en klassieke conditionering
Voorbeeld: overvallen worden als je ’s avonds wacht bij een metrostation
- Ongeconditioneerde stimulus (UCS): ingesloten worden door
een groep mensen
- Ongeconditioneerde respons (UCR): angst
- Geconditioneerde stimulus (CS): metrostation
- Geconditioneerde respons (CR): angst en hartkloppingen bij het
naderen van een station
- Angst voor bepaalde plaatsen vb. plaats en ongeval
- Angst voor bepaalde geluiden vb. stem
- Angst en bepaalde geuren vb. brandgeur
- Vb. terugkeer na burn-out
- Vb. angst na pestgedrag
- Angst voor bepaalde plaats na ongeval
1