Sidenote: de paars gemarkeerde woorden zijn belangrijke begrippen.
Onderstreept = veel vragen op de toets.
1. Ouderschap
Taken van het gezin zijn gezinstaken:
1. Het voeren van huishouding (omgaan met financiën, regelmaat, hygiëne en voeding).
2. Het handhaven van een maatschappelijke positie in de omgeving (contact met
familie, buren en school).
3. Het welzijn en ontwikkeling van afzonderlijke (& specifieke kenmerken) gezinssleden.
4. De relatie tussen partners (omgaan met spanningen).
5. De opvoeding (pedagogische vaardigheden en problemen op dit gebied)
Opvoedstijlen: betrokkenheid, tolerantie, onverschilligheid en intolerantie.
Dekovic en Prinzie hanteren dimensies: ondersteuning en controle
Kinderen reageren het beste op de ondersteunende dimensie in combinatie met een
autoritatieve opvoeding. Hierin creëer je een beschermende en verzorgende omgeving
waarin het kind kan opgroeien.
Een permissieve opvoeding: ouders zijn wel warm en betrokken maar wel met onvermogen
om vat te krijgen op het kind. Dit kan voor het kind leidden tot een onderontwikkelde
identiteit. Je ziet dit vaak bij los-zandgezinnen.
Bij een onverschillige opvoedstijl zijn ouders juist niet betrokken en laten het kind aan hun lot
over.
Een autoritaire opvoedstijl betekent veel regels en weinig overleg. Ouders geven minder
warmte en zijn minder sensitief voor de behoeften van hun kinderen. Deze vorm van
opvoeding kan leidden tot een negatief zelfbeeld, depressieve gevoelens negatieve
verwachtingen en gebrek aan empathie. Deze opvoedstijl komen voor in gesloten gezinnen
en valt onder de controle dimensie.
Gehechtheidsinteracties
Een kind zoekt bij spanning, angst of verdriet nabijheid van een ouder. De ouder reageert op
de signalen van het kind en helpt het kind zich weer veilig en rustig te voelen. Door
herhaalde positieve ervaringen ontstaat vertrouwen.
Cirkel van veiligheid en vertrouwen
Het kind gebruikt de ouder als:
Veilige basis: vanuit veiligheid de wereld ontdekken en spelen.
Veilige haven: teruggaan naar de ouder bij spanning of behoefte aan troost.
, Vaardigheden van ouders.
1. opmerken
2. begrijpen
3. passend beantwoorden
4. helpen bij het reguleren van emoties en stress.
Mentaliseren
Proberen te begrijpen wat er achter het gedrag van het kind zit: Wat voelt, denkt of nodig
heeft mijn kind? Hierbij weet de ouder dat hij/zij dit niet zeker kan weten.
Match – mismatch – repair
Match: ouder reageert passend op het kind.
Mismatch: ouder en kind begrijpen elkaar even niet goed.
Repair: ze herstellen de verbinding door opnieuw af te stemmen.
Een mismatch is normaal; vooral het kunnen herstellen is belangrijk.
Stressreacties
Bij stress kan een kind bijvoorbeeld huilen, boos worden, zich terugtrekken of extra nabijheid
zoeken. De ouder helpt het kind om de spanning te reguleren. Dit leert het kind uiteindelijk
steeds beter zelf te reguleren.
Hechtingsstijlen
Veilig: kind vertrouwt op beschikbaarheid van de ouder.
Vermijdend: kind toont weinig behoefte aan nabijheid.
Ambivalent/resistent: kind zoekt sterk nabijheid maar is moeilijk te troosten.
Gedesorganiseerd: tegenstrijdige of onsamenhangende reacties op de ouder.
Problematische patronen
Ontstaan wanneer ouder en kind steeds opnieuw in negatieve interactiepatronen
terechtkomen, bijvoorbeeld: kind raakt overstuur → ouder raakt gespannen → ouder
reageert minder sensitief → kind raakt nog meer overstuur.
Kern: kijk als pedagoog niet alleen naar wat het kind doet, maar vooral naar wat er tussen
ouder en kind gebeurt.
Het ouderschapsperspectief: kijken naar wat het ouderschap met de ouder doet en welke
betekenis de ouder zelf geeft aan de situatie. Als hulpverlener moet je bewust zijn van het
effect van hun gedrag dat je hebt op ouders en vanuit het perspectief in gesprek gaan.
illusies m.b.t. ouderschap: illusies worden gevormd door de context en veranderen constant;
kinderen zijn niet hetzelfde als ouders en dit vraagt flexibiliteit van ouders. een
veelvoorkomende illusie is maakbaarheid; het idee dat alles uiteindelijk wel weer goed komt.
Een illusie moet vrijwel altijd worden bijgesteld of omgezet in andere illusies.