• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Examenstof Economie | Artesis Plantijn | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's

Dit document bevat de volledige examenstof voor Economie aan Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen voor het academiejaar 2026/2027. Het behandelt macro-economie, nationale rekeningen, conjunctuur, geldschepping, inflatie, internationale economie en overheidsfinanciën met uitgebreide aandacht voor kernconcepten zoals BBP-berekening, multiplicator-effecten, Lorentzcurve, Fisher-vergelijking en wisselmarktmechanismen. Ideaal voor examenvoorbereiding: duidelijk aangegeven welke hoofdstukken volledig moeten worden gekend, welke delen beperkt behandeld worden, en welke onderwerpen kunnen worden overgeslagen.

Voorbeeld van de inhoud

ZEKER TE KENNEN!

 Hoofdstuk 1 tot en met 3
- VOLLEDIG
 Hoofdstuk 4
- Berekening economische activiteit (3 manieren)
- De toegevoegde waarde (omzet – aankopen – diensten)
- Verschil bruto en netto toegevoegde waarde
- Verschil tussen binnenlands en buitenlands product
= primaire inkomens van en naar het buitenland
- Verschil tussen markt en factorprijzen (hier komt een oefening van op het
examen!)
- BBP als maatstaf
- Donut theorie
 Hoofdstuk 5
- Conjunctuur welke factoren?
- Indicators
- Multi/ accelerator effect kunnen uitleggen
- Lorentzcurve
- Oorzaken van een lager ontwikkelingstempo
 Hoofdstuk 6
- De marginale consumptie en spaarquote
- Investeringsmultiplicator
- 4 economen kunnen uitleggen en bespreken
- De arbeidsmarkt, volledig kennen (automatische loonindexering)
- Gevolgen open economie in België
 Hoofdstuk 7
- Geldschepping
- Kasreserve
- Ruilvergelijking van Fisher
- Inflatie verschijnsel volledig kennen
- Deflatie
 Hoofdstuk 8
- Openheidsgraad ‘België staat op top’ en gevolgen
- Absolute kosten verschillen
- Theorie R. Ricardo
- Handelspolitiek
- Wisselmarkt
= oefening over kunnen maken en oorzaken kennen
- Verschil appreciatie
- Betalingsbalans
- Voor- en nadelen van de euro
 Hoofdstuk 10 NIET!
 Hoofdstuk 11
- (vraag over de actualiteit)
- Adam en Keynes
- Lange en kortetermijndoelstellingen
- Overheidsfinanciën
- Vergrijzing en armoede NIET!


1 Sam Scheipers

, Economie
Wat is economie?
1. Inleiding
 Gematigde wereldgroei
= bedrijven kunnen groeien omdat de markt verder gaat dan eigen land.
 Geopolitieke spanningen en protectionisme
= verwijst naar conflicten, rivaliteit of machtsstrijd tussen landen of regio’s.
= betekent dat landen hun binnenlandse economie beschermen tegen
buitenlandse concurrentie -> bv. importtarieven
 Technologie
= kunstmatige intelligentie
 Duurzaamheid en ecologische structuur
= circulaire economie -> hernieuwbare energie
 Mens
= begrijpen van wereldproblemen
 Ongelijkheid en armoede
 Invloed van opkomende landen


0.1 Doel van economische wetenschap
Het nut van economische analyse is het gevolg van de spanning die ontstaat
tussen enerzijds de individuele en collectieve behoeften van een samenleving
enerzijds en anderzijds de schaarse beschikbare middelen
 Behoefte (aanvoelen van een tekort en het streven om dit tekort te
bevredigen)
= wat we nodig hebben
 Schaarse middelen (beperktheid van ons inkomen)
= als het gratis zou zijn, zou er te weinig van zijn.

Keuzeprobleem
Economische principe
-> De mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te kiezen, dat hij volgens
zijn schatting een maximale behoeftebevrediging bereikt.

Economie -> Een sociale wetenschap die tot voorwerp heeft het beheer van
schaarse.



0.2 Welvaart en welzijn
Welvaart
-> Mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften
kunnen voorzien.

Welzijn
-> Je gevoel van “welbevinden” en het betekent ook bevrediging van verlangens
die geen beslag leggen op de schaarse middelen.




2 Sam Scheipers

, 0.3 soorten goederen
 Vrije goederen (niet-schaarse goederen)
 Consumptie en investeringsgoederen
1. Consumptiegoederen: bevredigen onmiddellijk de behoefte van de
gezinshuishoudingen.
2. Investeringsgoederen: dienen om andere goederen (zowel consumptie-,
als investeringsgoederen) te produceren.
 Gebruik en verbruiksgoederen
1. Gebruiksgoederen: duurzame consumptiegoederen = auto
2. Verbruiksgoederen: niet duurzame consumptiegoederen = eten
 Economische goederen (individuen, bedrijven, overheid)
1. Zuivere individuele goederen
 Fiets, auto
 RIVALITEIT & UITSLUITBAARHEID -> als de ene het koopt, heeft
de andere het niet.
2. Zuiver collectieve goederen
 Brandweer
 NIET RIVALISEREND & NIET UITSLUITBAAR -> is voor iedereen
3. Quasi collectieve goederen
 Onderwijs = overheid doet de organisatie
 RIVALITEIT & UITSLUITBAAR



0.4 consumptie en productie
Consumptie: De aanwending van economische goederen voor niet-productieve
doeleinden (= het verbruik of gebruik van goederen en diensten voor
behoeftebevrediging)

Productie: Het scheppen of toevoegen van waarde (=nuttigheden) aan de
economische goederen (=Productie is het maken van goederen of diensten met
als doel ze te verkopen)

Productiefactoren: Zijn middelen die nodig zijn bij de productie van goederen
of diensten: natuur, arbeid, kapitaal.
 Natuur (leverancier van grondstoffen en energie)
 Arbeid (menselijke inspanningen, zowel fysiek als mentaal, die worden
geleverd bij de productie van goederen en diensten).
 Kapitaal (door mensen gemaakte hulpmiddelen die worden gebruikt in het
productieproces, zoals machines, gereedschappen, gebouwen en
voertuigen).


Wij zijn een land met weinig grondstoffen, maar toch zijn wij een rijk land
-> doorvoerland, wij importeren veel = wij hebben veel import en export
-> onze economie is gericht op import en export


0.5 de methode
Inductieve methode: redeneren een nieuwe theorie probeert te creëren.
-> Eerst gegevens verzamelen over kennis van economie en zo besluit trekken.


3 Sam Scheipers

, Deductieve methode: redeneren een bestaande theorie probeert te toetsen.
-> Direct besluit trekken voor gegevens te verzamelen en te bekijken.


0.6 Ceteris Paribus
1 variabele verandert, alle andere variabelen blijven constant.
-> Een welbepaald economisch verschijnsel afhankelijk van één variabele,
terwijl men alle andere factoren waarvan het economisch verschijnsel
afhankelijk is, veronderstelt als constant (= alle anderen variabelen, blijven
constant)


0.7 Micro, meso en macro-economie
MICRO: gedrag van een individueel persoon (= een individuele huishouding)
MACRO: economie van een land (= alle gezinnen, alle bedrijven)
MESO: een bedrijfstak, een regio (= bepaalde groep gezinnen, sector)



H1: Consumenten
1.1 De keuze van de optimale goederencombinatie
De keuze van de consument wordt bepaald door:
a) Niet economische factoren
* sociologische
* psychologische
b) Economische prijzen
 Prijzen
 Inkomen


1.1.0 De preferenties
a) Sociologische factoren (alle invloeden die te maken hebben met het feit
dat mensen tot een bepaalde bevolkingsgroep behoren)
 Gezinssituatie
 Sociale klasse
 Religie
 Woonplaats

b) Psychologische factoren
 Persoonlijkheid
 Attitude
 Levensstijl
-> bandwagoneffect = andere hebben het dus ik moet het ook hebben.
-> snobeffect = andere hebben het dus ik moet iets anders hebben, het
moet duurder zijn.

-> De consument streeft naar nutsmaximalisatie, maximale
behoeftebevrediging.

Eerste wet Van Gossen of de Wet van het dalend grensnut:



4 Sam Scheipers

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
14 oktober 2026
Aantal pagina's
85
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$8.07

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen