In dit document:
• Uitwerkingen van alle colleges, inclusief stappenplannen van formules etc.
• Onderzoeksmethoden: Scheepers, P. & Tobi, H. (2021). Alleen H1 en H2.
• Statistische methoden: Agresti, A. (2024). Statistical Methods for the Social Sciences, Global
Edition (6th ed.). H1.2, H2, H3, H4 en H9.1-9.4
• De syllabi die in de DLO staan (3 stuks)
• Formuleblad dat ook op het tentamen aanwezig is.
• Symbolenoverzicht van de colleges
Inhoudsopgave
Inleiding onderzoek 2026-2027 .............................................................................................................. 1
Formuleblad ............................................................................................................................................ 2
Symbolenoverzicht.................................................................................................................................. 3
College 1 - introductie en onderzoeksplan ............................................................................................. 6
College 1 – literatuur ............................................................................................................................ 10
College 2 – Variabelen, meetniveaus & beschrijvende statistiek ......................................................... 13
College 2 – literatuur ............................................................................................................................ 19
College 3: spreiding, positie & schatten met onzekerheid ................................................................... 24
College 3: literatuur .............................................................................................................................. 29
College 4: Samenhang: correlatie – regressie....................................................................................... 33
College 4: literatuur .............................................................................................................................. 37
College 5: samenhangsmaten (vervolg) & kansrekening ...................................................................... 45
College 5: literatuur .............................................................................................................................. 48
College 6: kansrekening (vervolg) en oefenopgaven ............................................................................ 52
,Formuleblad
2
,Symbolenoverzicht
3
,4
,5
,College 1 - introductie en onderzoeksplan
Doel cursus:
• Vooral kwantitatief onderzoek in dit vak.
• Boek van Agresti versie 6 is moeilijk te verkrijgen. Versie 5 kan ook gebruikt worden en heeft veel
overeenkomsten, maar docent kan niet garanderen dat alles hetzelfde is.
• Bijspijkerboek: wiskunde voor statistiek (niet nodig, maar kan handig zijn). YouTube filmpjes
kunnen ook.
• Alles op slides en in de boeken is tentamenstof, wat ze vertelt in de colleges naast de slides gaat
ze niet toetsen. Dit is meer ter verduidelijking van de slides.
Deel 1: wat is kennis
Naïeve kennis gebaseerd op:
• Gewoontes: iets is altijd zo gedaan, dus dat blijven we doen.
• Meningen van autoriteiten: docent, dominee
• Ideologie: religie, politieke stroming
o Voorbeeld Trump: deelt corona medicijn mogelijkheid op X.
• Intuïtie: aanvoelen dat iets klopt, zonder onderbouwing
o Voorbeeld Trump: corona medicijn (voor mij voelt het goed)
• Wishful thinking: eerst geloven, dan pas bewijs zoeken (tunnelvisie)
o Lucia de B.: bewijs grotendeels statistisch, berekening bleek fout en ze is uiteindelijk
onschuldig bevonden (filmtip: NPO). Mensen geloofden al dat ze schuldig was en ze zochten
daarna bevestigend bewijs, in plaats van kritisch toetsen (wishful thinking)
Kennis uit sociaalwetenschappelijk onderzoek
• Wetenschap: systematische manier van kennis op te bouwen (verklaringen en voorspellingen)
• Sociale wetenschap: gaat vooral om gedrag/interactie tussen mensen.
Empirisme en rationaliteit
• Empirisme: kennis gebaseerd op waarnemingen (de zon komt op)
• Rationaliteit: kennis gebaseerd op nadenken (redenering moet logisch en consistent zijn)
• Twee belangrijke benaderingen in de epistemologie
o Empirisch-analytisch: zoekt algemeen geldende wetmatigheden
▪ Geïnspireerd op geldende wetmatigheden
▪ Objectief, natuurwetenschappen, meetbaar
o Empirisch-interpretatief
▪ Probeert gedrag vanuit de context te begrijpen
▪ Minder objectief
• Ander onderscheid binnen de sociale wetenschap
o Fundamenteel VS. Praktijkgericht
▪ F: bijdrage aan de wetenschap zelf – kennis om de kennis.
▪ P: direct bijdrage leveren aan de maatschappij – bruikbaar voor concreet probleem.
o Toetsend VS. Exploratief
▪ T: je hebt een theorie/hypothese en toetst die aan data (bv. oudere kinderen zijn langer)
▪ E: je hebt nog geen duidelijke hypothese – je verkent een onderwerp om er een te kunnen
vormen.
6
,Wetenschappelijke integriteit
• Echte fraude valt mee, vaker een bochtje afsnijden.
• Grote zaak: Diederik Stapel, veel artikelen gepubliceerd die niet klopten, data zelf gefabriceerd.
• Heel vaak klikt gepubliceerd onderzoek niet, belangrijkste oorzaken:
o Kleine steekproeven: toevalstreffer vaker significant
o Publicatiebias: alleen “interessante” resultaten worden gepubliceerd. Nulresultaten dus niet
(als een interventie bewezen niet werkt).
o Flexibiliteit in de analyse (bochtje afsnijden): meer kans op vals-positieve resultaten.
Replicatiecrisis (2015)
• 100 psychologiestudies herhaald uit top journals
o 97% significant effect
o 36% bij herhaling en effecten half zo groot gemiddeld
• Niet per se fraude, maar niet alles wat gepubliceerd is, is waar.
Wetenschappelijke integriteit (geen fraude, maar ook niet integer)
• Bochtje afsnijden = kleine stappen overslaan of de regels net iets soepeler toepassen dan zou
moeten, zonder dat je het als vals spelen ziet.
o Alleen leuke resultaten rapporteren
o Blijven meten tot het significant wordt.
o Achteraf een verklaring verzinnen die past bij de data
Principes
• Eerlijk, openhartig
• Betrouwbaar
• Controleerbaar
• Onpartijdig (van je eigen verwachtingen)
• Onafhankelijk (van andere partijen)
• Houdt rekening met maatschappelijke implicaties
Concrete maatregelen
• Ethische commissies die werk toetsen
• Pre-registratie (na replicatiecrisis): hypothese en analyseplan vooraf vastleggen, voor je de data
ziet —> voorkomt achteraf een verhaal bij de data verzinnen.
• Open data & materialen: anderen kunnen de analyse controleren en herhalen.
• Meer aandacht voor replicatie: studie herhalen, ook al levert het geen resultaten.
Deel 2: hoe kom je tot kennis? – het onderzoeksplan
Hoe begin je aan een onderzoeksplan:
• Interesse in thema
• Literatuuronderzoek als voorbereiding op het onderzoeksplan (misschien zijn er al onderzoeken
naar jouw thema). Wat is de waarde van wat er bekend is? En welke methode zou je kunnen
gebruiken. Praktisch: gebruik van zoekmachines, gebruik van trefwoorden en synoniemen.
Filteren op reviewstudies
Opzet onderzoeksplan:
• 10 stappen van het onderzoeksplan
• 1 t/m 3 is de probleemstelling
• 4 T/m 10 gaat om het onderzoek ontwerp
7
,Probleemstellingsfase (1 t/m 3)
• De wat en waarom van je onderzoek:
1. Vraagstelling: wat wil je meten?
▪ Beschrijvend: bv. hoeveel tijd besteden jongeren aan social media?
▪ Verklarend: bv. waarom gebruiken sommige jongeren meer social media dan anderen?
▪ Voorspellen: bv. wat heeft social media gebruik nu, voor risico’s op later?
2. Doelstelling: waarom wil je het weten en voor wie is het relevant?
3. Theoretisch raamwerk
1. Vraagstelling Causaliteit: wanneer mag je zeggen “veroorzaakt”?
• Correlatie: 2 dingen bewegen samen
• Causaliteit: het 1 veroorzaakt het ander.
• Correlatie veroorzaakt causaliteit maar is niet voldoende.
• Voorwaarden causaliteit:
o A gaat in tijd vooraf aan B
o Er is waarneembare samenhang tussen A en B
o Er is geen derde variabele die beide verklaart. (Derde variabele ook wel genoemd:
confounder, confounding, variabele, lurking variabele). Beïnvloedt A en B, maar veroorzaakt
ze niet.
▪ Meer ijsjes veroorzaakt meer verdrinken
▪ Hogere schoenmaat veroorzaakt betere leesvaardigheid
▪ Website spurious correlations (grappige website)
2. Doelstelling: waarom en voor wie?
• Fundamenteel VS. Praktijkgericht.
• Toetsend VS. Exploratief.
• Doelstelling staat vaak niet los van de maatschappij (ook al
is het fundamenteel)
3. Theoretisch raamwerk: vanuit welk perspectief of welke
theorie bekijk je je onderwerp:
• Raamwerk 1 (direct verband)
• Raamwerk 2 (indirect verband, via een tussenstap)
• Conceptueel model zie plaatje hiernaast.
Onderzoeksontwerp (fase 4 t/m 10)
4. Onderzoeksopzet:
• Kenmerken van je opzet: mate van controle van de onderzoeker, tijdsperspectief (eenmalig of
vaker), aantal meetmomenten.
5. Dataverzamelingsplan: wat voor data verzamel je?
• Interviews, vragenlijsten, observatie, etc.
• Kwantitatief
• Kwalitatief
• Mixed methodes
• Bestaande data
6. Steekproefplan: wie gaan we onderzoeken
• Niet altijd triviaal: bv. jongeren roept meteen op: welke leeftijd?
• Heldere afbakening nodig
• Bij minderjarigen wie informeer je? School? Ouders?
7. Wanneer verzamel je je data?
• Wanneer: niet altijd tijdsgebonden – vaak bepaal je dit zelf
8