Jaar 1 bedrijfskunde
jop is een kk nigger
David is een kk pakistaan Traditional Music of Pakistan ()پاک سرزمین
Durex Play Tingle Me Glijmiddel - 100 ml - EasyToys
Zo kan je goed geneukt worden door GIO, bedank me later maar
So naar jou
Tentamenvraag
2 medewerkers doen hetzelfde werk met dezelfde prestaties. Toch krijgt 1 van hen een
hoger salaris dan de ander. De tweede medewerker voelt zich steeds minder gemotiveerd.
➡️
Welke maatregel sluit het beste aan bij equity theory.
Output aanpassen (beloning verhogen of verlagen):
Het salaris van de benadeelde medewerker verhogen.
(Minder wenselijk) Het salaris van de beter betaalde medewerker verlagen.
Input aanpassen:
De medewerker met het hogere salaris krijgt extra taken, verantwoordelijkheden of
moeilijkere projecten, zodat zijn/haar hogere beloning gerechtvaardigd is.
Perceptie aanpassen:
De manager legt uit waarom er een verschil is (bijvoorbeeld meer ervaring, speciale
vaardigheden, schaarse kennis, of marktwaarde).Hierdoor kan de benadeelde medewerker
de situatie als eerlijker gaan zien.
Referentiekader veranderen:
De medewerker vergelijkt zich niet meer met die ene collega, maar met een bredere groep
(bijvoorbeeld de hele afdeling of de markt).
College 1
GIO (OB, organisational behaviour)= vakgebied dat de invloed van individuen, groepen en
de structuur bestudeert op gedrag in organisatie
Doel organisaties effectiever maken
- Betere prestaties
- goede werknemers blijven
- goede werknemers solliciteren
- meer tevreden werknemers, minder stress, minder vertrek
Voor managers zijn technische, kwantitatieve en analystische vaardigheden belangrijk, maar
leiderschap en communicatie (interpersoonlijke vaardigheden) zijn essentieel. Zo kan je
goede werknemers binnen je organisatie houden en erin krijgen en prestaties verbeteren.
Model is een versimpelde versie van een fenomeen uit de echte wereld, een goed model vat
veel observaties samen en geeft heldere voorspellingen.
Hypothesis voorspellingen op basis van het model, het test een model en is toetsbaar.
,Manager heeft verschillende taken, samengevat in 4, POLC, de grootste overlap is het
managen van mensen.
1. Planning, een proces waarin doelen worden gesteld, een strategie wordt bepaald en
plannen worden gemaakt om activiteiten te coördineren. (Planningsfunctie)
2. Organiseren: Hierin wordt vastgelegd welke taken moeten worden uitgevoerd, wie
het doet, wie aan wie verantwoording aflegt en wie bevoegd is om beslissingen te
nemen.
3. Leiden: Dit is waar de manager zijn medewerkers motiveert. Verder bepaalt de
manager ook de meest effectieve communicatiekanalen en lost hij conflicten op.
4. Controleren: hier worden activiteiten gemonitord om te bepalen of de doelen worden
behaald.
3 soorten managers:
1. gemm: vooral traditioneel managment, beslissingen, plannen en controleren
2. succesvol (snel promotie): vooral netwerken, socialiseren en interactie met
buitenstaanders.
3. effectieve (goede kwal/kwan, hoge tevredenheid werknemers): vooral communicatie
10 rollen van een manager:
Interpersonal
1. Figurehead: hoofd organisatie die bij symbolische gelegenheden de organisatie
vertegenwoordigd
2. Liaison: opzetten en onderhouden van interne en externe netwerken
3. Leader: omvat alle aspecten die een goede manager zou moeten hebben
Informational
4. Monitor: Ontvangt info en is middelpunt hiervan (extern en intern)
5. Disseminator: doorgeven van info aan leden, vergaderingen
6. spokesperson: info wordt doorgegeven aan externe partijen
Decisional
7. Disturbance handler: treedt op bij problemen (intern en extern)
8. Entrepreneur: gaat op zoek naar innovaties en kansen
9. Resource allocator: optimale verdeling van de middelen die een bedrijf heeft
10.Negotiator: onderhandelt voor beste positie
3 vaardigheden van een manager:
1. Technische vaardigheden: toepassen gespecialiseerde kennen/expertise
2. Menselijke vaardigheden: samenwerken, begrijpen, motiveren.
3. Conceptuele vaardigheden: mentale vermogen om complexe situaties te
identificeren en analyseren.
GIO/OB, wordt gevoed door gedragswetenschappen, met name:
1. Psychologie: gedrag van mens en/of dieren die te meten, verklaren en soms te
veranderen
2. Sociologie: mensen onderzocht op hun sociale omgeving/cultuur.
3. Sociale psychologie: combinatie, invloed van mensen op anderen
4. Antropologie: samenlevingen, mensen en hun activiteiten.
, Denkfouten (biases) worden veel gemaakt tijdens beslissingen. Dit maakt beslissingen ook
op basis van systematische studie beter.
- Hindsight bias: gebeurtenissen uit het verleden lijken eenvoudig, begrijpelijk en
voorspelbaar in vergelijking met toekomstige gebeurtenissen.
Kritieke problemen voor managers, waar GIO oplossing voor biedt:
- Beantwoorden van economische druk: hoe moet je personeel behandelen in goed
en slechte tijden
- Beantwoorden van globalisatie: aanpassen aan constante verandering/verbreding
van de samenleving
- managen van diversiteit
- verbeteren klantenservice
- verbeteren van mensvaardigheid: het hebben van mensenkennis
- werken in netwerkorganisaties: meer communiceren en samen te werken
- Verbeteren tevredenheid werknemers
- Positieve werkomgeving: een groeigebied is organizational scholarship, gebied
van OB waarbij organisaties de menselijke kracht ontwikkelen, vitaliteit en veerkracht
bevorderen en potentieel ontsluiten.
Bij evidence-based management (EBM) worden management beslissingen gebaseerd op
het beste beschikbare wetenschappelijk bewijs:
1. Managementvraag stellen
2. beschikbare bewijs zoeken
3. pas de info toe
Dit kost veel tijd, de kunst is wanneer te vertrouwen op je intuïtie en evt zo veel mogelijk
wetenschappelijk bewijs dit laten aanvullen.
Trend-hoppen: managers zijn vaak geneigd om een bepaalde hype/trend te volgen
Diversiteit, verschillen tussen individuen op elke dimensie,2 vormen:
1. Surface-level diversiteit; gemakkelijk zichtbaar
2. Deep-level diversiteit: verschillen in waarden, persoonlijkheid en werkvoorkeuren
die minder zichtbaar zijn.
Als manager moet je hier goed mee omgaan, het kan namelijk leiden tot discriminatie: het
zien van verschillen tussen dingen. Is pas slecht bij oneerlijke discriminatie.
Gelijkenis Aantrekkingskracht: het is lastig om de mening van andere mensen te
begrijpen, dus zal je snel associëren met mensen met dezelfde mening.
Of diversiteit goed of slecht is hangt af van de mate van informatie-uitwerking, je verteld
informatie, je luistert naar elkaar en bouwt op elkaar. Slecht om geen diversiteit te hebben:
1. hoogst onethisch
2. niet slim: je negeert een groot deel van de markt
3. mist andere inzichten
Diversiteitsmanagement: het werven/selecteren/ontwikkelen/behouden van divers
personeel, diversiteitsprojecten:
1. nadruk op gelijkheid en eerlijkheid
2. leren managers de voordelen van divers personeel voor een diverse markt
3. nadruk op persoonlijke ontwikkeling van alle medewerkers, verschillende
perspectieven zijn waardevol.