Financiering is het verkrijgen of verstrekken van kapitaal.
Belangrijkste doel: waarde voor aandeelhouders maximaliseren
Verschillende financiële markten
★ Geldmarkt: waar kortlopende (< 1 jaar) effecten worden verhandeld
★ Kapitaalmarkt: waar langlopende effecten (> 1 jaar) worden verhandeld
Effecten: papieren die waarde vertegenwoordigen (aandelen, obligaties, wissels). Deze
worden verhandeld op een effectenbeurs.
❖ Primaire markt: verkoop nieuwe effecten
❖ Secundaire markt: handel bestaande effecten
➢ Veilingmarkt: vraag en aanbod worden gereguleerd door centrale partij op één
openbare markt (bv. Euronext)
➢ Dealermarkt: Kopers en verkopers handelen zonder tussenliggende partij (niet
openbaar) → over-the-counter market (OTC Market)
Corporate governance
Verschillende rechtsvormen die een bedrijf kan aannamen:
- Eenmanszaak: één persoon eigenaar en verantwoordelijke
- Vennootschap onder firma (VOF): oprichting moet door min. twee personen, veel
overeenkomsten met eenmanszaak
- volledige vennootschap: alle partners hoofdelijk aansprakelijk
- beperkte vennootschap: verantwoordelijkheid naar verhouding van ingebrachte
vermogen
- Corporation: B.V. of N.V. zijn rechtspersonen, en handelen als personen → eigenaren
zijn niet aansprakelijk voor schulden. Drie soorten mensen zijn nauw betrokken bij
bedrijfsvoering: aandeelhouders, raad van commissarissen en directie.
agency relationship = relatie aandeelhouders en management
agency problem = conflict tussen deze partijen. Oplossing: variabele beloning
Twee typen agency-relaties:
- Type I: aandeelhouders (principal) en management (agent). Deze partijen
hebben andere belangen → agency costs:
- uitgaven voor eigen gewin (bijv.: privéjet voor management)
- uitgaven voor monitoring (bijv.: externe accountants)
- Type II: dominante aandeelhouders en minderheidsaandeelhouders. Deze
partijen verschillen in macht.
, Belasting
Gemiddelde belastingpercentage: werkelijk percentage van het inkomen dat wordt besteed aan
het betalen van de belasting.
Marginale belastingpercentage: percentage dat moet worden betaald als er één euro extra
wordt verdiend.
Vast belastingpercentage: hierbij is marg. belasting% = gem. belasting%
Financiële overzichten analyse
Netto werkkapitaal (NWC) = vlottende activa - vlottende passiva
NCW moet positief zijn, anders kan niet aan korte termijn verplichtingen worden voldaan.
Net Cash Flow (NCF): CF(0) + CF(F)
Geld dat je overhoudt na korte termijn verplichtingen zijn voldaan.
Financiële ratio’s
Zie rekenmaar pagina. 1
H.2: Tijdswaarde van geld
Toekomstige en contante waarde
Tijd heeft impact op de waarde van geld.
- toekomstige waarde: hoeveel is een bedrag van vandaag in de toekomst waard?
- enkelvoudige rente (geen rente over rente) formule 2.1
- samengestelde rente (rente over rente) formule 2.2
- contante waarde: stel dat je over een tijd €100 ontvangt, hoeveel is dat nu waard?
- verdiscontering = contante waarde uitrekenen formule 2.5
- rente % = verdisconteringvoet
Perpetuïteit en annuïteit
- Perpetuïteit: oneindige kasstroom van contante bedragen formule 2.6
- groeiende perpetuïteit: kasstromen groeien een bepaald % formule 2.7
- Annuïteit: eindige kasstromen gedurende een vastgelegde periode formule 2.8
- groeiende annuïteit: kasstromen groeien een bepaald % formule 2.9
Cash Flow geeft de kasstroom aan die vanaf periode 1 wordt ontvangen (niet periode 0)
Hoe eerder je rente krijgt uitbetaald, hoe meer samengestelde rente je opbouwt.