Wetenschapsfilosofie: tak van filosofie die fundamenten, methoden en implicaties van
wetenschappelijke kennis onderzoekt. De Wetenschappelijke Revolutie zorgde voor een
houding van systematische twijfel:
1. De Reformatie: Maarten Luther betwijfelde de waarheid van de kerk
2. De Ontdekkingsreizen in de 15e eeuw
3. De Drukpers
Demarcatieprobleem: wat is de grens tussen echte wetenschap en pseudowetenschap?
→ Karl Popper: “wetenschap is falsifieerbaar” = een theorie moet kunnen falen
In de managementwereld wordt de wetenschap vaak nagebootst door technisch jargon te
gebruiken. Je kan geen checklist afvinken om wetenschap te herkennen, het is complexer.
"Inductieve sprong / casual benchmarking:” algemene wetten afleiden uit beperkte
observaties: "Het werkt bij een ander bedrijf, dus bij ons werkt het ook.”
Slechte managementideeën blijven bestaan vanwege hulphypothesen. Daarnaast is data niet
overtuigend zonder goede theorie.
Hoe komen we tot de waarheid? Drie stromingen:
1. Rationalisme: rede is de primaire bron van kennis. Zintuigen zijn niet betrouwbaar.
Logica en causaliteit zijn aangeboren.
2. Empirisme: mens begint als een onbeschreven blad (tabula rasa). Kennis komt uit
zintuigelijke ervaring. Geen aangeboren ideeën.
Wat is wetenschap?
Wetenschap onderscheidt zich door haar methodologie. Belangrijke kenmerken hiervan:
1. Empirische basis: gebaseerd op observatie, data en experimenten
2. Theorievorming met verklarende en voorspellende kracht
3. Systematische methode (hypothesen formuleren → data toetsen → evalueren en
aanpassen van theorieën)
Impliciete aannames:
- herhaling van experimenten levert zelfde resultaat op
- betrouwbaarheid van observaties en meetinstrumenten
Karl Popper stelde dat wetenschappelijke kennis falsifieerbaar moet zijn, waarbij een theorie
weerlegbaar moet kunnen zijn. In de praktijk wordt echter bij tegenstrijdige data eerst naar
meetfouten, andere verklaringen of aanpassingen gekeken. Ook worden theorieën vaak pas
verworpen als afwijkingen zich opstapelen of als er betere alternatieven zijn.
Er is geen universele definitie van wetenschap; het bestaat uit overlappende kenmerken.
, Artikel 1: Evidence Based Management - J. Pfeffer & R. Sutton
Uiteindelijke doel: Evidence-Based Management (EBM): beslissingen nemen o.b.v. geteste
kennis, i.p.v. trends of intuïtie.
Noodzaak: vermijden van besluiten met onvolledige informatie, terwijl dit wel beschikbaar is.
Vier Pijlers van EBM:
1. Eis bewijsmateriaal
2. Onderzoek de logica (ontleed oorzaak-gevolgrelaties)
3. Moedig experimenten aan
4. Versterkt continu leren (kennis actualiseren)
Barrières:
- gebrekkige standaarden voor managementkennis
- veel focus op individuele genieen ipv het collectief
- negatieve neveneffecten: oplossingen hebben vaak ook nadelen
Veel bedrijven kopiëren praktijken van top bedrijven, terwijl dit niet altijd werkt.
EBM draait om een "houding van wijsheid": handelen op basis van de best beschikbare
informatie, terwijl men erkent dat er nog veel onbekend is.
Bij meningen weegt de stem van de baas het zwaarst, terwijl bij feiten iedereen gelijk is.