Economische globalisering Politieke globalisering Culturele globalisering
Productie-, distributie- en Ambassades, NGO’s Vestiging McDonalds en
consumptie netwerken. IKEA, toerisme
Politieke en economische machtscentrum lag voor de 15e eeuw bij Azië (China, India).
Vanaf de 15e eeuw kwamen er ontdekkingsreizen en werden Spanje, Portugal, Nederland
en het Britse rijk de machtige landen. Zij stichtten koloniën. De VOC was in 1602 de eerste
multinationale onderneming.
Vanaf de 16e eeuw was er kolonialisme. Europese landen bezetten andere gebiedsdelen
voor economische/politieke bewegingen of om te vestigen. Hierdoor raakten die landen
verbonden met Europa. Militaire macht kon betaald worden met de winst uit de handel.
- Exploitatiekoloniën; winst voor Europese landen was belangrijk, vaak geweld
gebruikt.
- Vestigingskoloniën; Europeanen migreerden hierheen.
Bij kolonialisme kwam vaak slavernij kijken. Sp, Po, NL, GB lieten afrikanen
werken op plantages en in mijnen, voor de driehoekshandel. → Uit west afrika
werden slaven gehaald die in Noord- en Zuid-Amerika moesten werken. De
goederen kwamen per schip weer naar Europa.
Vanaf de 18e eeuw was er industrialisatie in Europa, waardoor de internationale
arbeidsverdeling (landen produceren waar ze goed in zijn, daarna verhandelen)
veranderde. De infrastructuur werd verbeterd zodat er sneller en grootschaliger grondstoffen
vanuit de koloniën geïmporteerd konden worden.
Een hegemoniale staat heeft een eco, pol en mil overheersende rol in de wereld. Wanneer
hegemoniale staten hun greep op kolonies vergroten is dat imperialisme.
Als landen deze middelen inzetten om hun positie te verbeteren, spreek je van geopolitiek.
, Globalisering H2
De wereld is in te delen/ beschrijven volgens 4 kenmerken met hun indicatoren:
Economisch Politiek Demografisch Cultureel
Welvaart en ongelijkheid Geopolitieke Bevolkingsontwikkeling Cultuurelementen
plaats en rol - Taal
● BBP (waarde alle ➔ Bevolkingsgroei - Linqua franca
goederen en (als landen zich ➔ Bevolkingsontwikkeling - Godsdienst (normen
diensten per land, aaneensluiten - Natuurlijke groei, en waarden)
BRP (per regio), ontstaat geboorte en sterfte
BNP (per jaar, blokvorming) - Sociale groei, Culturele diffusie
per land) migratiesaldo Het verspreiden en
● Koopkracht ❖ Samenw ➔ Vruchtbaarheidscijfer vermengen van culturen
● Ginicoëfficient/ erkingsv (gemiddeld aantal - Kolonialisme
Gini-index erbande levendgeborenen per 1000 - Handelscontacten
- Het meten n, of en vrouwen van 15 tot 50), - Social media
van de welke er gemiddeld aantal kinderen per
mate van worden vrouw en kindersterfte - Europeanisering
ongelijkhei aangega (overlijdt voor 5e verjaardag). - Amerikanisering
d. 0-100 an. → leidt tot
● VN- (G20) Leeftijdsopbouw culturele
ontwikkelingsinde uniformiteit.
x/ human Democratische ➔ Demografische druk Mobiliteit
development gehalte - Geeft de verhouding → perifere landen
index. weer tussen het immobiliteit en dus
- BNP/ ❖ Democra werkende en niet minder diffusie
inwoner, tie-index werkende deel van de
kennis bevolking. Migratie
(analfabeti Mensenrechten ➔ Vergrijzing → kan leiden tot
sme), - Aandeel 65+ neemt toe culturele diversiteit
gezondhei ➔ Ontgroening (nederland)
d - Aantal jongeren onder
(levensver de 15 neemt af
wachting)
Demografische transitie
Ontwikkeling
➔ Demografisch transitiemodel
● Samenstelling - Model voor de
van natuurlijke
beroepsbevolking bevolkingsgroei o.b.v.
● Import/export waarnemingen in
gegevens en welvarende landen.
investeringen
Bevolkingsspreiding
➔ Bevolkingsdichtheid
➔ Verstedelijkingsgraad
➔ Verstedelijkingstempo