Combination of English and Dutch.
Week 1
Stukje 1: Waar gaat week 1 over?
College Trade-off Artikelen
Lecture Business planning vs. effectuation: Brinckmann et al.
1.1 plannen of doen? (2010), Sarasvathy
(2001)
Lecture Growth vs. survival in international Lu & Beamish (2004),
1.2 markets: groeien of overleven? Sapienza et al. (2006)
Stukje 2: Brinckmann et al. (2010), het probleem
Onderzoeksvraag: helpt een business plan (BP) kleine bedrijven om
beter te presteren, en in welke situaties?
Research gap: eerder onderzoek spreekt elkaar tegen. Studies vinden
een positief effect, geen effect of zelfs een negatief effect. Daarnaast
haalden ze new firms en established firms door elkaar.
Er zijn twee stromingen:
Stroming Standpunt
Planning Plannen helpt: je gebruikt je middelen efficiënter, je beslist
school sneller en je hebt duidelijke doelen (goal setting).
Learning Plannen kost tijd en maakt je star. Het leidt tot cognitive
school rigidities, organizational inertia en minder strategic
flexibility.
Stukje 3: Brinckmann et al. (2010), de methode
Methode: meta-analysis. Ze combineren statistisch de resultaten van
eerdere studies, een "study of studies".
46 studies met samen 11.046 kleine bedrijven.
Voordelen van een meta-analysis:
Meer statistical power, omdat je in feite een grotere steekproef
hebt.
Je kunt moderators testen, dus verklaren waarom studies
verschillende uitkomsten vinden.
, Minder bias en betere generalizability dan bij één losse studie of een
narrative review.
Beperking: een meta-analysis laat zien hoe sterk een verband is, maar
kan geen causality aantonen.
Stukje 4: Brinckmann et al. (2010), hypothesen en uitkomsten
Hypothese Uitkomst
H Business planning heeft een positief effect op de Ondersteund
1 prestaties van kleine bedrijven.
H Dat effect is sterker bij established small firms dan Ondersteund
2 bij new firms.
H Het geschreven plan (outcome) heeft meer effect Niet
3 dan het plannen zelf (process). ondersteund
H Het effect is sterker in culturen met lage uncertainty Ondersteund
4 avoidance (UA).
Waarom het zo uitkwam:
H2: Nieuwe bedrijven hebben te maken met veel uncertainty en
weinig informatie over de markt en hun klanten. Dan valt er weinig
goed te plannen. Gevestigde bedrijven hebben ervaring en data,
dus voor hen werkt plannen beter.
Dit gaat in tegen het idee dat vooral starters een business plan
nodig hebben. Dat kan op het tentamen gevraagd worden.
H3: Het geschreven plan geeft legitimacy (investeerders
vertrouwen je sneller). Het planproces geeft een learning-effect.
Allebei helpen ze, en er is geen duidelijk verschil tussen de twee.
H4: Dit komt van Hofstede. In landen met hoge UA, zoals Duitsland
en Frankrijk, houden bedrijven zich strak aan hun plan en zijn ze
daardoor minder flexibel. In landen met lage UA, zoals de VS, zien
bedrijven onverwachte gebeurtenissen als kansen. Hier zit de link
met Sarasvathy.
Om te onthouden: plannen helpt, behalve bij nieuwe bedrijven en in
landen met hoge UA. Proces en plan helpen ongeveer even veel.
Stukje 5: Brinckmann et al. (2010), implicaties en limitations
Implicaties voor de theorie:
Business planning levert over het algemeen waarde op (value
creating), maar niet in elke situatie evenveel.
Plannen werkt minder bij nieuwe bedrijven. Dat gaat in tegen het
gangbare idee dat vooral starters een business plan nodig hebben.
Het voordeel van plannen komt uit twee dingen:
o het symbolic effect: het plan geeft je legitimacy bij
investeerders;
o het learning effect: je leert van het planproces zelf.
Implicaties voor de praktijk:
Voor starters is basic planning genoeg. Besteed de rest van je tijd
aan informatie verzamelen en leren van de markt.
, Lang plannen zonder contact met de markt werkt averechts.
Blijf flexibel. Een plan precies uitvoeren is niet automatisch goed. Je
moet bereid zijn het aan te passen.
Limitations:
Studies vermelden vaak niet hoe oud of hoe groot de bedrijven zijn.
Daardoor lopen new firms en established firms mogelijk door elkaar.
Hofstede versimpelt cultuur te veel.
Een meta-analysis kan geen causality aantonen.
Om te onthouden: plan een beetje, blijf flexibel en leer van de markt.
Stukje 6: Sarasvathy (2001), causation vs. effectuation
Methode: dit is een conceptueel / theoretisch artikel, dus zonder eigen
data. Sarasvathy legt het uit met thought experiments (gedachte-
experimenten), zoals het voorbeeld "Curry in a Hurry".
Probleem: de klassieke modellen om beslissingen te nemen gaan ervan
uit dat er al een markt is, een bedrijf en duidelijke doelen. Maar hoe beslis
je als de markt of het bedrijf nog niet bestaat?
De twee definities, letterlijk kennen:
Definitie In gewone woorden
Causatio Je neemt een effect als gegeven Eerst het doel, dan
n en kiest tussen means om dat zoek je de middelen.
effect te bereiken.
Effectuati Je neemt een set means als Eerst kijken wat je
on gegeven en kiest tussen mogelijke hebt, dan zien wat je
effects die je daarmee kunt ermee kunt maken.
maken.
Ezelsbruggetje: causation is een recept kiezen en daarna boodschappen
doen. Effectuation is in je koelkast kijken en bedenken wat je kunt koken.
Het voorbeeld "Curry in a Hurry" (een Indiaas restaurant):
Causation: je doet eerst marktonderzoek, kiest een doelgroep
(segmenting en targeting, zoals Kotler het beschrijft) en schrijft dan
een plan.
, Effectuation: je begint klein met wat je hebt, bijvoorbeeld door
samen te werken met een bestaand restaurant. Op basis van
feedback stuur je bij. Het eindresultaat kan iets heel anders worden,
zoals catering of kookcursussen.
Om te onthouden: causation past bij een bestaande markt, waar je kunt
voorspellen. Effectuation past bij een nieuwe markt met veel uncertainty.
Stukje 7: Sarasvathy (2001), de 5 principes van effectuation
Principe Betekenis Tegenhanger bij
causation
1. Bird in Begin met je eigen given means: Who Beginnen met een
hand am I? What do I know? Who do I vast doel
know? Je doelen ontstaan onderweg.
2. Kijk naar wat je bereid bent te Expected returns
Affordabl verliezen, niet naar wat je verwacht te (verwachte winst
e loss verdienen. maximaliseren)
3. Zie verrassingen en onverwachte Pre-existing
Lemonad gebeurtenissen (contingencies) als knowledge
e kansen, niet als problemen. benutten,
verrassingen
vermijden
4. Crazy Bouw partnerships en verzamel pre- Competitive
quilt commitments (vroege toezeggingen) analysis
van stakeholders, in plaats van
concurrenten te analyseren. Je
partners bepalen mee welke markt je
kiest.
5. Pilot in Focus op wat je zelf kunt controleren. De toekomst
the plane Als je de toekomst kunt sturen, hoef je voorspellen
haar niet te voorspellen. (prediction)
Let op: in het artikel zelf staan 4 principes (nummer 2 tot en met 5). In
het college kwam bird in hand erbij, zodat het er 5 zijn. Het is het veiligst
om ze alle 5 te kennen.
Om te onthouden: wat heb ik, wat kan ik verliezen, maak van
verrassingen iets goeds, werk samen en stuur zelf.
Stukje 8: Sarasvathy (2001), risk vs. uncertainty en de
propositions
Risk vs. uncertainty (Knight, 1921):
Betekenis Welke logica past
erbij?
Risk Je kent de kansen, zoals bij een Causation: je kunt
urn waarvan je weet welke analyseren en
ballen erin zitten. voorspellen.
Uncertai Je kent de kansen niet. Effectuation: voorspellen
nty lukt niet, dus stuur je
zelf.