mensen met foto ken !
1) Woord vooraf: Praten over beleid
● Positieve analyse: richt zich op feitelijke vragen (beschrijvend)
= hoe wereld is
● Normatieve analyse: richt zich op waardeoordelen (prescriptief)
= hoe wereld zou moeten zijn, beantwoordt of het goed idee is of niet
- David Hume: normatief standpunt kan nooit worden afgeleid uit descriptieve analyse altijd
extra normatieve argument nodig
→ beleidsaanbevelingen = altijd afh v normatieve positie, conditioneel op
normatief kader
● correlatie: statistische associatie tussen variabelen (die samen bewegen)
● oorzakelijk verband: verandering in 1 variabele veroorzaakt verandering in andere
variabele
→ correlatie impliceert geen oorzakelijk verband, want 3e variabele kan beide
variabelen beïnvloeden, beleidsanalyses volgen niet uit correlatieanalyses
→ omgekeerd oorzakelijk verband, vb: armoede & laag zelfbeeld = gecorreleerd, maar welke
veroorzaakt welke, of in beide kanten?
+ moeilijk om experiment over op te stellen (soc wet., fysicus kan dat wel)
- inzicht in causale verbanden!
HT1: Een conceptueel kader
● Samenleving = meerlagige structuur: lokale sml, regionale sml, nat sml, supranat sml,
wereldwijde sml (= wereldorde v na 2e WO staat nu onder druk)
- Leden v sml: bestaat uit individuen (haar leden)
→ met lidmaatschap/burgerschap v sml komen plichten & rechten
- Marshall, 1950: rechten zijn in golven verworven
★ Burgerrechten, 18e E: rechten die nodig zijn voor ind vrijheid
★ Politieke rechten, 19e E: recht op deelname aan uitoefening v pol macht
★ Sociale rechten, 20e E: recht om menswaardig leven te leiden volgens standaarden v
sml
● Europese pijler v soc rechten
= EU project is er zeer lang v uitgegaan dat soc beleid nationale competentie is & als EU niet
aankomen
→ geratificeerd in 2017 door EU landen, The European Filler of Social Rights: 20
kern beginselen
- soc bescherming & inclusie
- gelijke kansen & toegang tot arbeidsmarkt
- rechtvaardige arbeidsvoorwaarden
⇒ Actieplan, 2021
● Basis instituties:
,= leden v sml leven, werken, spelen samen → vormen 3 soc basis
instituties:
- gezin, bedrijf & overheid = wie doet wat, taakverdeling?
● De Homo Sapiens:
★ Het gezin
= informeel georganiseerd
- zeer afhankelijke wezens op aarde zetten → samenwerking nodig!, daarom
leven homo sapiens samen in clusters = gezinnen, met doel: zorgen voor
nieuwe wezens, wederzijdse hulp bieden, smw & middelen samen gebruiken
★ Revolutie 1 v Homo Sapiens: Cognitieve Revolutie
= ontwikkelt taal, opent nieuwe mogelijkheden
→ samenwerken in grotere groepen, creatie v verbeelde werkelijkheid
(mythes, legendes, religie, etc.), ontw v cultuur & religies, ruil &
handel
★ De markt
= leden v sml doen aan ruil op markt, meeste markten gebaseerd op verkopers die hun
goederen/diensten aanbieden aan kopers in ruil voor geld
- ruil = essentiële kenmerk v markt, geld niet
- markt op zich ≠ basis institutie
= plaats waar spelers actief op zijn, doet zelf niets
- Verschillende markten:
- Is dit een mens, Primo Levi: binnen concentratiekamp dingen doen voor derderangs
sigaretten
→ ruilvoeten veranderen, prijzen worden aangepast wanneer het v markt
wordt gehaald
★ Prehistorische zorg: Romito 2
= kon onmogelijk overleven & voeldoen aan normatieve eisen v sml door dwerggroei, maar
toch leeftijd bereikt dat noodzakelijk maakt dat iemand ervoor heeft gezorgd
★ Revolutie 2: Agrarische revolutie
= ontw landbouw, verhoogt voedselproductie → minder energie voor meer
voedsel
- grotere sml kunnen in stand worden gehouden
- andere dingen doen dan jagen & voedsel verzamelen = specialisatie, vb: organiseren v sml,
vechten tegen anderen, specialiseren in verbeelde werkelijkheid = priesters, etc.
→ soc hiërarchieën ontstaan → 1e vormen v ongelijkheid
,+ ontw schrift: taal bewaren & transporteerbaar maken → ontw nieuwe rollen,
overheid die afspraken opschrijft over wat wel / niet mag, wetgeving +
hoe overheid te laten draaien → belastingen
★ De overheid
= grotere sml vereisen meer formele organisatie
→ sommige leden krijgen macht om over anderen te heersen = overheid
→ belangrijke functies: wetten maken & handhaven + belastingen innen & uitgeven
★ Industriële revolutie: De Grote Verrijking
- gross domestic product (GDP/BBP): hoeveel maakt sml, ec output / hoofd
→ blijft super lang vlak, tot aan Great Enrichment = Industriële revol
- BBP: maatstaf voor totale ec output v sml
- BBP per capita: verkregen door BBP v sml / door totale # inwoners v die sml
● Industriële Revolutie
= schaalvoordelen, productiviteit neemt toe, maar arbeid wordt geconcentreerd in bedrijven,
niet meer huisnijverheid
→ verstedelijking: migratie naar grote steden waar bedrijven staan
- manieren v zorg werken niet meer, mechanismen komen door urbanisatie onder druk te
staan
= verandert structureel → The Great Transformation, Karl Polanyi
→ tijd ruilen voor geld, grotere afstand met arbeid
★ Bedrijven
= schaalvoordelen leiden tot bedrijven die productiemiddelen (kapitaal & arbeid) gebruiken
om goederen te produceren
- steden = slumps, rijken enkel voordelen terwijl armen hun omstandigheden verslechteren
- Commodificatie v arbeid = product, iets dat je kan ruilen op markt → vb:
uurloon
→ moet werken om te kunnen participeren aan soc werkelijkheid, afh worden v
(arbeids)markt
● 3 basis instituties & de markt
- bedrijven hebben productiemiddelen nodig om goederen te produceren
- gezinnen bezitten productiemiddelen & willen goederen consumeren
- ruimte voor handel op markt: goederen, arbeid & kapitaal
- overheid regelt handel & ziet toe op naleven v contracten op markt = zorgt ervoor dat ruil
mogelijk is, vb: prof die voor overheid ons dingen leert & tegen ons spreekt
→ markt zonder overheid = ongereguleerde markt / laissez-faire markt:
zonder regulering door overheid, vb: beleidsexperiment na val communisme
in Rusland = Washington Consensus, wereldwijde economie tarifs, markt voor
cryptomunten
, - slide 48: overzicht wel handig
● 4e basis institutie?
= vrijwilligersbeweging, non-profitorganisaties & liefdadigheidsinstellingen
- formeel, non-profit, privaat
→ vormen maatschappelijk middenveld: bron v soc innovatie, maar focus ligt op vorige 3
● Basisstructuur v sml
= beschrijft hoe taken, rechten en plichten & voordelen v soc smw zijn verdeeld
- verdeling v voordelen vereist rechtvaardigheidstheorie
- centrale breuklijn: bezit & toewijzing v productiemiddelen
★ Kapitalisme:
= private eigendom v productiemiddelen (arbeid & kapitaal) & toewijzing door vrije ruil op
markt = decentraliseren
- Adam Smith: onzichtbare hand → vrije ruil leidt niet noodzakelijk tot
rechtvaardige vergoeding v arbeid, waardering v talenten op markt = gebaseerd op rare
dingen
★ Marxisme/socialisme:
= collectieve eigendom v productiemiddelen & toewijzing door overheid
● Basic structure of a society
- kapitalisme & socialisme situeren zich op 2 extremen v links-rechts schaal
→ positie tussenin ook mogelijk, vb: corporatisme
★ Corporatisme:
= toewijzing productiemiddelen door overleg & ruil op markt
→ overleggen & smw tussen: kapitalisten & arbeiders
- geïnstitutionaliseerde vertegenwoordigers (werkgevers & -nemers) → overleg &
afspraken maken over hoe arbeidsmarkt organiseren
→ overheid = speler &// spelverdeler v overleg = tri-/bipartite
→ BE: Sociaal overleg
● Welvaartsstaat
= via dit komt overheid v sml tussen in werking v markt met oog op welvaart v haar leden
= geheel v manieren waarin overheid tussenkomt in spel v vraag & aanbod op markt
= pragmatisch alternatief voor puur kapitalisme, alomtegenwoordig, verschillende maten &
vormen
- 4 manieren tussenkomst:
→ marktfalingen corrigeren & openbare diensten verlenen
→ sociale risico's verzekeren
→ herverdelen & ongelijkheden verminderen
→ armoede bestrijden
- omvang berekenen: OESO-gemiddelde, BBP aan soc uitgaven