uitleg vanaf nul
Voor de bachelor Econometrie en Operationele Research, Tilburg University
Vakcode: 35B301-B-6
Gebaseerd op: Varian (2014), Intermediate Microeconomics: A Modern Approach (9e druk) · selectie uit hfdst.
2–37
Gemaakt door Levi, Master of Science
Lees dit eerst
• Voor wie? Voor jou als micro nog voelt als een verzameling losse grafiekjes. Dit document
laat zien dat het hele vak draait om “optimaliseren onder beperkingen” en “wat gebeurt er
als keuzes elkaar raken”. Doel: het grote plaatje en een voldoende.
• Taal. Uitleg in het Nederlands. Boek en tentamen zijn Engelstalig, dus vaktermen staan
vetgedrukt in het Engels. Achterin staat een woordenlijst.
• Volgorde. Lees van voor naar achter. §2 (de consument optimaliseert: 𝑀 𝑅𝑆 = prijsverhou-
ding) en §7 (het bedrijf optimaliseert: 𝑀 𝑅 = 𝑀 𝐶) zijn het fundament; alle marktvormen
en spellen zijn variaties daarop.
• Eerlijk. De onderwerpen volgen de tentamens Microeconomics for EOR (35B301) van
2024–2025 (midterm, final, resit; allemaal meerkeuze met rekenwerk) en de bijbehorende
hoofdstukken van Varian (2014). Check de studiehandleiding: de docent gebruikt mogelijk
extra materiaal (bijvoorbeeld over gedragseconomie). Dit is een eigen uitleg naast het boek,
niet in plaats ervan. Maak de oude tentamens.
Inhoud
1. Het grote plaatje 8. Oligopolie: Cournot, Bertrand, Stackelberg
2. De consument kiest 9. Speltheorie: Nash-evenwicht
3. Vraag, elasticiteit en surplus
10. Sequentiële en herhaalde spelen
4. Marktevenwicht en belastingen
11. Gedragseconomie: eerlijkheid
5. Onzekerheid en verzekeren
6. Productie en kosten 12. Externaliteiten en publieke goederen
7. Monopolie en prijsdiscriminatie 13. Strategie voor een voldoende
1
, Micro-Economie voor EOR – uitleg vanaf nul Tilburg EOR, 35B301-B-6 · Levi, Master of Science
1 Het grote plaatje: waar gaat dit vak over?
Micro-economie gaat over beslissingen van individuen en bedrijven. Bijna elke tentamenvraag is
een variant van:
Wat is de beste keuze gegeven de beperkingen,
en wat gebeurt er als keuzes elkaar beïnvloeden?
Denk aan een supermarkt. De klant kiest het mandje dat hem het gelukkigst maakt binnen zijn bud-
get. De supermarkt kiest prijs en hoeveelheid voor de hoogste winst. Zijn er een paar concurrenten,
dan moet iedereen nadenken over wat de ander doet: dat is speltheorie.
Consument Bedrijf
𝑀𝑅𝑆 = 𝑝1 /𝑝2 kosten, 𝑀𝑅 =
(§2, §3) 𝑀𝐶 (§6, §7)
Optimaliseren Markt
Falen van de markt
“marginaal baten = evenwicht, be-
externaliteiten (§12)
marginaal kosten” lasting (§4)
Risico & gedrag Strategisch
verwacht nut, eer- oligopolie, spel-
lijkheid (§5, §11) len (§8–§10)
De tabel die je nooit mag vergeten: marktvormen vergeleken (homogeen product, constante 𝑀 𝐶).
uit je hoofd leren
Marktvorm Wie kiest wat? Voorwaarde Prijs
Volkomen veel prijsnemers 𝑝 = 𝑀𝐶 laagst
concurrentie
Bertrand (2 prijzen tegelijk 𝑝 = 𝑀𝐶 gelijk aan 𝑀 𝐶
firma’s)
Cournot (2 hoeveelheden tegelijk 𝑀 𝑅𝑖 (𝑞𝑗 ) = 𝑀 𝐶 tussenin
firma’s)
Stackelberg leider kiest eerst 𝑞 leider anticipeert iets lager dan
Cournot
Monopolie één aanbieder 𝑀𝑅 = 𝑀𝐶 hoogst
2