uitleg vanaf nul
Voor de bachelor Econometrie en Operationele Research, Tilburg University
Vakcode: 35B101-B-6
Gebaseerd op: Jones (2021), Macroeconomics (5e druk) · hfdst. 2–6, 8, 9 en 11–13
Gemaakt door Levi, Master of Science
Lees dit eerst
• Voor wie? Voor jou als macro-economie nog een grote vage wolk is. Dit document laat
zien welke vragen het vak stelt, welke modellen erbij horen en hoe je ermee rekent. Doel:
het grote plaatje en een voldoende.
• Taal. Uitleg in het Nederlands. Het boek is Engelstalig, dus vaktermen staan vetgedrukt
in het Engels. Achterin staat een woordenlijst.
• Volgorde. Lees van voor naar achter. De lange termijn (§3–§7) en de korte termijn (§8–
§11) zijn twee aparte werelden. §3 (rekenen met groeivoeten) is het rekenkundige fundament
voor alles daarna.
• Eerlijk. Voor dit vak zaten alleen het boek van Jones (2021) in het materiaal, geen tenta-
mens of studiehandleiding. De keuze van hoofdstukken is daarom een aanname: de kern-
modellen van het boek (meten, groei, Solow, Romer, inflatie, IS–MP, Phillips, AS/AD).
Hoofdstuk 7 (arbeidsmarkt) en deel 4 (consumptie, investeringen, overheid, internationaal)
zijn niet behandeld. Check de studiehandleiding en vul aan waar nodig. Dit is een eigen
uitleg naast het boek, niet in plaats ervan.
Inhoud
1. Het grote plaatje 7. Geld en inflatie
2. De economie meten 8. De korte termijn en de wet van Okun
3. Groei en rekenen met groeivoeten 9. De IS-curve
4. Het productiemodel 10. Monetair beleid en de Phillipscurve
5. Het Solow-model 11. Het AS/AD-model
6. Ideeën: het Romer-model 12. Strategie voor een voldoende
1
, Macro-Economie voor EOR – uitleg vanaf nul Tilburg EOR, 35B101-B-6 · Levi, Master of Science
1 Het grote plaatje: waar gaat dit vak over?
Macro-economie kijkt naar de economie als geheel. Het hele boek draait om twee vragen, en het is
belangrijk om ze uit elkaar te houden:
Waarom zijn sommige landen rijk en andere arm (lange termijn),
en waarom schommelt de economie op en neer (korte termijn)?
Denk aan een wandelaar op een helling. De helling zelf is de long run: de trend van potentieel
bbp 𝑌 ̄ , die bepaald wordt door kapitaal, arbeid en ideeën. Het gezwalk links en rechts van het pad
is de short run: de output gap 𝑌 ̃ , die komt door schokken en wordt gestuurd door de centrale
bank.
Meten Niveau
bbp, inflatie, productiemodel,
groei (§2, §3) Solow (§4, §5)
Alles samen Totale productie 𝑌
Groei
AS/AD, schok- = trend 𝑌 ̄ + Romer: ideeën (§6)
ken (§11) schommeling 𝑌 ̃
Korte termijn Geld
Okun, IS, kwantiteitstheorie (§7)
MP (§8–§10)
Deze tabel moet je nooit vergeten: welk model beantwoordt welke vraag? uit je hoofd leren
Model Vraag Kernformule
Productiemodel Waarom verschillen inkomens per hoofd? 𝑦∗ = 𝐴 𝑘1/3
Solow Kan sparen eeuwig groei geven? (Nee) 𝑠𝑌 ∗ = 𝑑𝐾 ∗
Romer Waar komt blijvende groei vandaan? ̄ ̄
𝑔𝐴 = 𝑧 ℓ𝐿
Kwantiteitstheorie Waar komt inflatie vandaan? 𝜋 = 𝑔𝑀 − 𝑔𝑌 (bij vaste 𝑉 )
IS Hoe hangt 𝑌 ̃ af van de rente? ̄ − 𝑟)̄
𝑌 ̃ = 𝑎̄ − 𝑏(𝑅
Phillips Hoe reageert inflatie op 𝑌 ̃ ? ̄ ̃ + 𝑜̄
Δ𝜋 = 𝜈 𝑌
AS/AD Wat doen schokken met 𝑌 ̃ en 𝜋? AD + AS samen oplossen
2