Leerjaar 2, Semester 1
Toets 1
Inhoudsopgave
Hoorcollege week 1................................................................................................. 2
Hoorcollege week 2............................................................................................... 17
Hoorcollege week 3............................................................................................... 44
Hoorcollege week 4............................................................................................... 62
Hoorcollege week 5............................................................................................... 69
Hoorcollege week 6............................................................................................... 84
, Hoorcollege week 1
Functie van bloedsomloop
- Transport van stoffen: het bloed vervoert verschillende stoffen door het
lichaam.
o Zuurstof: wordt vanuit de longen naar de lichaamscellen gebracht. Cellen
hebben zuurstof nodig om energie te maken. Onze spieren hebben
zuurstof nodig om te kunnen samentrekken.
o Voedingsstoffen: worden vanuit het spijsverteringsstelsel naar de cellen
gebracht, zodat deze voedingsstoffen kunnen gebruiken.
o Eiwitten: worden via het bloed vervoerd en zijn onder andere nodig voor
de opbouw en het herstel van weefsels.
o Vocht: het bloed vervoert water en helpt zo bij het verdelen van vocht over
het lichaam.
- Uitwisseling met omliggende weefsels: in de haarvaten worden stoffen
uitgewisseld tussen het bloed en de weefsels. Zo krijgen cellen bijvoorbeeld
zuurstof en voedingsstoffen en worden CO2 en afvalstoffen afgevoerd.
Anatomie van het hart
- Het hart is een dubbele pomp: het bestaat uit een rechterhart en een linkerhart.
Beide harthelften hebben een boezem en een kamer.
o Linker atrium (boezem): ontvangt zuurstofrijk bloed uit de longen.
o Linkerventrikel (kamer): pompt zuurstofrijk bloed naar het hele lichaam.
o Rechter atrium (boezem): ontvangt zuurstofarm bloed uit het lichaam.
o Rechterventrikel (kamer): pompt zuurstofarm bloed naar de longen.
- Grote circulatie (lichaamscirculatie): het bloed gaat van het hart naar het hele
lichaam en weer terug naar het hart.
- Kleine circulatie (longcirculatie): het bloed gaat van het hart naar de longen en
weer terug naar het hart. Hier neemt het bloed zuurstof op en geeft het CO₂ af.
,Hoe stroomt het bloed?
- Kleine circulatie = longcirculatie: het bloed gaat van het hart naar de longen om
zuurstof op te nemen en CO₂ af te geven.
1. Rechterventrikel: pompt zuurstofarm bloed uit het hart.
2. Truncus pulmonalis: grote longslagader die het bloed vanuit het rechterventrikel
wegvoert.
3. Linker en rechter arteria pulmonalis: voeren het bloed naar de linker- en
rechterlong.
4. Longcapillairen: hier vindt de gaswisseling plaats → zuurstof wordt opgenomen
en CO₂ wordt afgegeven.
5. 4 longvenen (venae pulmonales): voeren het zuurstofrijke bloed terug naar het
hart.
6. Linker atrium: ontvangt het zuurstofrijke bloed.
- Grote circulatie = lichaamscirculatie: het bloed gaat van het hart naar het hele
lichaam en weer terug naar het hart.
1. Linker atrium: ontvangt zuurstofrijk bloed uit de longen.
2. Linkerventrikel: pompt het zuurstofrijke bloed het lichaam in.
3. Aorta → lichaamsarteriën → arteriolen: voeren het bloed vanuit het hart naar de
verschillende weefsels.
4. Weefselcapillairen: hier vindt uitwisseling plaats → zuurstof en voedingsstoffen
gaan naar de weefsels en afvalstoffen/CO₂ gaan het bloed in.
5. Venulen → lichaamsvenen: voeren het zuurstofarme bloed terug richting het hart.
6. Rechter atrium: ontvangt het zuurstofarme bloed.
7. Rechterventrikel: pompt het bloed vervolgens weer naar de longen.
Makkelijk onthouden:
- Kleine circulatie: rechterkamer → longen → linkerboezem
→ Het bloed gaat naar de longen om zuurstof op te nemen.
- Grote circulatie: linkerkamer → lichaam → rechterboezem
→ Het bloed gaat naar het lichaam om zuurstof af te geven.
, Circulatie
- Het hart klopt ritmisch: het hart trekt steeds samen en ontspant weer. Hierdoor
wordt het bloed telkens rondgepompt.
- Polsgolf: wanneer het hart bloed de slagaders in pompt, ontstaat er een drukgolf
tegen de vaatwand. Deze golf kun je voelen als je pols.
- Waar kun je de pols voelen? Onder andere bij de hals, pols en voet.